Bekijk het origineel

Spopende en Bitziende

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Spopende en Bitziende

9 minuten leestijd

Hand. 28 : 17 enz.

En het geschiedde na drie dagen, dat Paulus samenriep degenen die de uoornaamsten der Joden waren; en als zij samengekomen waren, zeide hij tot hen: Mannen broeders, ik, die niets gedaan heb tegen het volk of de vaderlijke gewoonten, ben gebonden uit Jeruzalem overgeleverd in de handen der Romeinen, enz.

HOPENDE: Paulus is dus te Rome gekomen. Te Rome was er al een gemeente. Uit Korinthe vandaan had hij al een brief aan de gemeente van Rome geschreven. We lezen echter niet, dat ze hem vanuit die gemeente te Rome hebben bezocht of dat hij zelf geprobeerd heeft om allereerst met de voornaamsten uit die gemeente in contact te komen. We hebben gehoord, dat als hij te Rome was gekomen, de broeders, van zijn zaken gehoord hebbende, hem tegemoet gekomen zijn tot Appiusmarkt en de Drie-Tabernen. Maar het is wel wonderlijk dat we nu niet lezen dat hij in een nauwere verbinding zocht te komen met die broeders die hij reeds ontmoet had. Neen, hij riep de voornaamsten der Joden tot hem. De apostelen hebben altijd eerst contact met hun eigen volk gezocht. Daarom begaf men zich, overal waar men kwam eerst naar de synagoge der Joden. Of de Joden te Rome een synagoge hebben gehad, weten we niet. Maar de apostel heeft de voornaamsten der Joden tot zich geroepen. Na drie dagen, als hij wat tot rust gekomen was, heeft hij ze tot zich doen komen. Er waren al vele heidenen bekeerd geworden en de apostel had al aan de Romeinen geschreven, dat door de val der Joden de zaligheid der heidenen was geworden, om hen (namelijk de Joden) tot jaloersheid te verwekken. De bekering van zijn eigen volk was hem geen onverschillige zaak. Hij heeft ook aan de Romeinen geschreven: „Want ik zou wel wensen verbannen te zijn van Christus voor mijn broederen, die mijn maagschap zijn naar het vlees. Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst Gods, en de beloftenissen. Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat. Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen". Als de voornaamsten der Joden nu tot hem gekomen waren, heeft hij hen aangesproken als „Mannen broeders". Hij behoorde ook tot hun geslacht en hij had het beste met hen voor. Daarom heeft hij ze vriendelijk aangesproken. Van de Joden had hij al wel heel wat kwaad moeten ondervinden. Dat hij hier nu te Rome gevangen was, had hij aan zijn eigen volk te danken. Door zijn eigen volk was hij overgeleverd in de handen der Romeinen. En als het aan de Romeinen gelegen had, zou hij nu ook niet hier in Rome als een gevangene moeten verkeren. Daarom horen we hem ook zeggen: , , Dewelke mij onderzocht hebbende, wilde mij loslaten, omdat geen schuld des doods in mij was". Hij had zich voor Felix moeten verantwoorden en daarna voor Festus. Hij heeft het Festus doen weten dat hij de Joden geen onrecht had aangedaan en daarom ook niet naar Jeruzalem wilde overgebracht worden, als Festus daarin de Joden gunst wilde bewijzen. Hij heeft zich voor Festus op de keizer beroepen. En dan lezen we verder ook hoe Paulus voor Agrippa zich verantwoord heeft. Agrippa heeft tot Festus moeten zeggen: „Deze mens kon losgelaten worden, indien hij zich op den keizer niet had beroepen". En zo is daarop de reis naar Rome gevolgd.

UITZIENDE: Het is Paulus hierin ook niet anders gegaan dan zijn grote Meester. Pilatus heeft Jezus vrij willen laten, maar de Joden namen daar geen genoegen mee. Niet de wereld, om het zo eens te zeggen, maar de godsdienst heeft Christus al dat lijden aangedaan en Hem de vervloekte dood doen sterven. Och, van de vrome godsdienst hebben we altijd nog de meeste vijandschap te verwachten. Als men de handen vrij kreeg, dan zouden de wereldse mensen nog zeggen: „Laat die man toch gaan, want hij legt niemand wat in de weg". Maar de godsdienst zou roepen. „Kruis hem, kruis hem! De mens is nu eenmaal een vijand van de zuivere leer van vrije genade. Dat is bij het Jodendom wel duidelijk openbaar gekomen. Wat bekommerden de Romeinen zich om een Jezus Die Zich voor de Messias uitgaf en Die voorgaf te zijn gekomen om de gevallen mens door Zijn voldoenend werk te verlossen uit zijn ellendige staat ? Een wereldling maakt zich daar niet zo druk om. Alleen is men wel afkerig van dat aparte volk, dat zich van anderen onderscheidt in kleding, in handel en wandel. Zo wordt men natuurlijk ook door de wereld gehaat. Het zou ook niet goed zijn als het anders was. Maar bij de godsdienstige mens ligt het altijd nog weer wat anders. Die denkt met zijn uitwendige vroomheid en met wat zogenaamde deugden en plichten tot.de zaligheid te komen. Er is niets wat hij minder verdragen kan, dan dat al zijn gerechtigheden voor God als ongeldig en waardeloos worden verklaard en dat hij moet horen dat hij door de gerechttigheid van een Ander tot de zaligheid zal moeten komen. Dat was de oorzaak van de strijd die altijd ontbrandde tegen de leer die Christus Zelfverkondigde, maar Zijn volgelingen hadden ook dezelfde tegenstand te verwachten. En dit blijft nu altijd nog zo doorgaan. Een afsnijdende leer kan men niet verdragen. Die onverdraagzaamheid moeten we ook alleen maar niet zoeken bij een oppervlakkig godsdienstig mens, maar die openbaart zich ook wel in het bijzonder bij een gemoedelijk christendom. Als alle grondjes onder de voeten worden weggevaagd buiten de enige grond van zaligheid, dan kan de vijandschap niet uitblijven.

HOPENDE: De Romeinen hadden dus Paulus de vrijheid willen geven, want hij zegt in het 18e vers: „Dewelke mij onderzocht hebbende, wilden mij loslaten, omdat geen schuld des doods in mij was". Maar daarop volgt dan wat we in het 19e vers lezen: „Maar als de Joden zulks tegenspraken, werd ik genoodzaakt mij op den keizer te beroepen; doch niet alsnof ik iets had om mijn volk te beschuldigen". En daarop volgt dan wat we in het 20e vers lezen: „Om deze oorzaak dan heb ik u bij mij geroepen, om u te zien en aan te spreken; want vanwege de hope Israels ben ik met deze keten omvangen". De kanttekening zegt: „Dat is, de hoop der eeuwige zaligheid, door de Messias aan het volk Israels beloofd". Dat is heel duidelijk. De prediking van die Jezus van Nazareth, Die door de Joden gekruisigd was, als de ware Messias Die in de wereld komen zou om Zijn werk te doen tot de eeuwige zaligheid van de doemwaardige en gans verloren zondaar, kon men niet verdragen.

UITZIENDE: Zo zijn we dus ineens bij het punt'waar we moeten zijn. Paulus heeft ze dus op de keten gewezen waaraan hij thans vastzat, als hij door die krijgsknecht bewaard bleef. Met deze keten was hij dus omvangen vanwege de hope Israels. Christus Zelf is eigenlijk de Hope Israels. Israël verwachtte Hem als de Vredevorst Die door de mond der profeten ze in Zijn komst was toegezegd. Hij was echter niet als de Hope Israels door Zijn volk erkend. Men had Hem gekruisigd. En degenen die Hem nu ook als de Hope Israels aan hun broeders naar het vlees voorstelden, moesten daarom de bitterste vijandschap verduren. Paulus liet nu de voornaamsten der Joden tot zich komen. En nu liet hij hun zien hoe hij nu met een keten omvangen was en zo als een gevangene te Rome zat, waar zijn eigen broeders naar het vlees de oorzaak van waren. Hij verzweeg echter al het kwaad dat zijn broeders hem hadden aangedaan en hij stak nu als het ware die voornaamsten der Joden die hij tot zich had laten komen, de broederband toe. Hij liet hun weten dat hij om al wat een zoon van Abraham aangenaam zou moeten zijn, nu als een gevangene hier te Rome zat in dat huis, met een krijgsknecht die hem bewaarde. Maar hij liet ze toch weten dat die Christus Die door de Joden verworpen was, de Hope Israels was. En zoals de kanttekening zegt, bedoelde hij hier de hoop der eeuwige zaligheid door de Messias aan Israël beloofd. Dat was toch geen kleine zaak. Israël was het door God bijzonder bevoorrechte volk, dat onder de belofte mocht leven van de komst van die Middelaar Die tot zaligheid van gevallen zondaren in de wereld komen zou. Maar nu is Hij gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Pilatus heeft tot Hem moeten zeggen: „Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd". Zo staat de mens nu tegenover zijn eigen zaligheid. Het is in het Jodendom gebleken, hoe er voor Christus als de hope Israels geen plaats is bij de gevallen mens, als er geen plaats voor Hem gemaakt wordt. Het had dan toch ook die voornaamsten der Joden wel heel wat te zeggen, als Paulus ze liet weten: „ want vanwege de hope Israels ben ik met deze keten omvangen".

HOPENDE: Het is wel gebleken, dat wat Paulus deze Joden heeft doen weten, bij allen niet dezelfde uitwerking had. Dat hopen we nog wel te horen. Och vriend, die hope Israels zal ons nooit welkom zijn, als we alle hoop niet buiten die hoop verliezen. Als die voornaamsten der Joden door Paulus werden ontboden, hebben ze daar hun gedachten wel over gehad. Ze hadden wel geen brieven van Judéa aangaande hem ontvangen en niemand van de broederen die daar gekomen waren, hadden van Paulus iets kwaads geboodschapt of gesproken. Het enige wat ze echter wel wisten, dat hij een sekte was toegedaan die overal tegengesproken werd. Nu vriend, ik geloof dat ik die sekte ook ben toegedaan. En u bent ook die sekte toegedaan. Daarom hebben we elkaar gevonden en gaan we nu al zoveel jaren met elkaar om. We worden overal tegengesproken, maar voor ons is er niet anders waar we het bij vinden kunnen dan die hope Israels. Ik kan niet denken dat het anders worden zal ook al blijft de tegenspraak van binnen ook niet uit. Maar als er deze hope Israels niet was, dan zou ik toch werkelijk niet weten waar ik dan nog op hopen moest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Spopende en Bitziende

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken