Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Na Pasen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Na Pasen

6 minuten leestijd

Meditatie

Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd en heeft Hem. een Naam gegeven, welke boven alle naam is. enz.

Filippenzen 2 : 9-11.

Geliefden,

De apostel Paulus schrijft deze brief aan de gemeente te Filippi. Wij kunnen weten, dat Paulus een gezicht gezien had van een Macedonisch man, die hem toeriep: "Kom over en help ons." Dit gezicht was hij niet ongehoorzaam geweest maar besluitende dat de Heere hem riep, is hij te Filippi gekomen en heeft daar een gemeente mogen stichten aan welke hij met geestelijke banden verbonden werd. Maar nu in Rome in banden verkerende, schrijft hij deze brief, vermanende het volk op een zeer bewegelijke wijze tot enigheid en nederigheid, hun voorstellende het voorbeeld van de Heere Jezus, Die het geen roof behoefde te achten Gode evengelijk te zijn, Zichzelven nochtans op het allerdiepst vernederd heeft, om de gestaltenis van een dienstknecht aan te nemen en alzo in de menselijke natuur door lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid aan het recht Gods te voldoen en Zijn volk te verlossen uit hun diepe ellendestaat. In het eerste hoofdstuk schrijft de apostel over zijn verdrukking en banden. Het was dan ook wel een bijzondere weg die de Heere met hem kwam te houden. Doch in de praktijk van het leven is het altijd bevestigd geworden, dat Gods knechten en volk in de verdrukkingen de meeste oefeningen opdoen. Dikwijls onbegrepen wegen moet de Heere gaan met Zijn volk om hen te meer aan Hem te verbinden en door vernedering op te doen wassen in de genade en in de kennis van Christus. In de weg der ware ontdekking worden de meeste oefeningen opgedaan. Want zolang wij het nog bekijken kunnen, gebeurt er niets uit de hemel en zolang wij het nog beredeneren kunnen, is er echt geen plaats voor de Middelaar en Zijn weldaden. En het is altijd de praktijk: hoe meer wij uit de hemel bediend worden, hoe armer men in zichzelf wordt. En hoe meer wij uit de Middelaar onderwezen worden, hoe blinder en dwazer men wordt. De Heere brengt Zijn volk in de onwaarde van zichzelf opdat Hij de hoogste waarde zal verkrijgen. Paulus in banden en verdrukking werd uitgewonnen van zichzelf en ingewonnen voor God. En daar is een ogenblik in zijn leven gekomen, dat hij betrekking kreeg op de verlossing van het lichaam der zonden en des doods. Want in het eerste hoofdstuk lezen wij: "Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin". Hier spreekt de apostel over twee zaken. Eerst zegt hij: Het leven is mij Christus. Dat eerst hoor! Want de mens zou wel de dood des oprechten willen sterven net als Bileam, maar dat leven begeert hij niet. Maar de apostel mocht zeggen: Het leven is mij Christus. Dat is een nauw, aanklevend en uitziend leven. Ja, een ontledigend, ontdekkend en armmakend leven om in die weg in Christus te mogen vinden en toegepast te krijgen wat tot het ware leven nodig is. O, hadden wij er meer van. In een weg van verdrukking een oog op de vernederde Borg te krijgen vernedert en verbindt de ziel door de oefeningen des geloofs aan de hemel en verenigd met Gods weg komen er in die weg uitgangen des harten om met Hem verenigd te mogen worden. Want dan wordt er iets van verstaan, dat in de ware geloofsgemeenschap met Hem de ware rust der ziel gevonden wordt. Dat geeft geloof en hoop op God. En dan is ook alleen het sterven een eeuwig gewin. O, dat zal voor de ware Kerk wat uitmaken om dan Gods aangezicht onbewolkt in gerechtigheid te aanschouwen. Maar dan zal het ook tot in eeuwigheid zijn: Het is door U, door U alléén om het eeuwige welbehagen. Daar zal waarlijk geen inwoner meer zeggen: ik ben ziek, want daar zullen zij vergeving der zonden hebben. Maar nu ziet de apostel ook op de gemeente en dat doet hem buigen onder de wil des Heeren wanneer hij betuigt uit liefde tot de Kerke Gods: "Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte om ontbonden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste; maar in het vlees te blijven is nodig om uwentwil". O geliefden, daar ligt nu mijn hart verklaard. En dat tot uw bevordering en blijdschap des geloofs. Dan trekt bij wijlen de wereld echt niet meer, maar de gemeenten nog wel. En om het nu de Heere over te laten, dan is het goed. Met God kan men overal zijn. Maar nu zegt Paulus in het tweede hoofdstuk: "Indien er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige troost is der liefde, indien er enige gemeenschap is des Geestes, indien er enige innerlijke bewegingen en ontfermingen zijn, zo vervult mijne blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van één gemoed en van één gevoelen zijnde".

Paulus wist bij ondervinding wel wat zijn enige troost was in leven en in sterven, maar nu vraagt hij: Indien er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige troost is der liefde enz. Zo zoekt hij naar de vruchten welke voortvloeien uit de enige troost. En dat, opdat zijn blijdschap in de banden waarin hij verkeerde, mocht vervuld worden. Wat is het toch een grote genade om in banden en strijd te zien op hetgeen eens anderen is. Want zegt hij: "Dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was". Hier mocht hij zien op de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs. En als dat gebeuren mag, dan zijn banden geen banden, maar liefdeketenen die de ziel nauwer en nader aan God verbinden. O, zegt hij, wat heeft het de Middelaar toch gekost om naar de wil en het welbehagen Zijns Vaders Zijn uitverkoren Kerk te verlossen. Hij Die het geen roof behoefde te achten Gode evengelijk te zijn, daar Hij is de enige geliefde Zoon des Vaders, eenswezens met de Vader en de Heilige Geest. Ja, God bovenal te prijzen tot in der eeuwigheid, heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden. Hij heeft Zijn Goddelijke heerlijkheid verborgen achter Zijn menselijke natuur. De heerlijkheid des hemels willen verlaten om op deze door de zonden vervloekte wereld te komen. Ingedaald in de breuk Zijner Kerk om die breuk te herstellen en de deugden Gods op te luisteren, maar ook om het recht te verheerlijken en te voldoen door Zijns Zelfs offerande. Hij heeft Zichzelve daartoe willen vernederen en is in alles gehoorzaam geworden tot de dood, ja de dood des kruises. Dat hebben wij de afgelopen weken met elkander mogen overdenken. Hij is de vervloekte en smadelijke kruisdood gestorven om Zijn volk van de eeuwige vervloeking die op hen lag naar het rechtvaardig oordeel Gods, te verlossen. Hij heeft Zijn ziel uitgestort in de dood om doodsschuldigen van de geestelijke en eeuwige dood te verlossen. Doch begraven zijnde, kon Hij van dezelve dood niet gehouden worden. Volkomen heeft Hij aan het Goddelijke recht voldaan en was er als Borg der Zijnen niets meer van Hem te eisen. Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Na Pasen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1994

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken