Bekijk het origineel

Wie zijn de vermoeiden en belasten? (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wie zijn de vermoeiden en belasten? (1)

6 minuten leestijd

(Boston, de kanttekeningen en Hellenbroek)

In drie artikelen willen we ingaan op bovenstaande vraag. We willen dan luisteren naar Boston, de kanttekeningen en naar Hellenbroek.

Het is jammer, dat bekende schrijvers soms in een verkeerd daglicht geplaatst worden. Meestal vindt het zijn oorzaak hierin, dat men een werk maar ten dele leest en niet het hele werk aandachtig leest.

In het boekje "Komt herwaarts tot Mij" van Thomas Boston (Uitg. Kampen, 1997) zegt hij op blz. 13:

”Ik kan niet meegaan met hen die deze uitdrukkingen beperken tot hen die gevoelig zijn over hun zonden en ellenden buiten Christus en verlangen hiervan verlost te worden. Naar mijn mening geldt dit woord voor allen die buiten Christus leven, of zij nu gevoelig of ongevoelig zijn. Het gaat hier niet alleen over zondaren die door de wet van hun zonden zijn overtuigd, maar ook over hen die dit niet kennen”.

Wat zegt Boston hier? Heel eenvoudig zegt hij dat elk mens die de Heere niet kent in een gebrekkige, dorstige toestand verkeert. In algemene zin genomen is elk onbekeerd mens een "dorstig", een gebrekkig mens. Maar in bijzondere zin genomen is hij dat niet. Waarom niet? Omdat hij zijn toestand niet gevoelt: hij voelt zijn gebrek, zijn dorst niet.

Mensen die nu door de Heere overtuigd worden, gaan hun "dorst" inleven en gevoelen. Zij zijn de "dorstigen" in bijzondere zin. Aan de hand van Hellenbroek komen we op dit onderwerp nog terug.

Nu hanteren Boston, de kanttekeningen en Hellenbroek nu eens het woord in zijn algemene zin (om de staat van een natuurlijk mens aan te geven) en dan eens in bijzondere zin (om de gesteldheid van een bekommerd kind Gods aan te geven). Die onderscheiding moeten we goed in de gaten houden.

Boston heeft ook een prachtig werk geschreven, getiteld: "Het kromme in het levenslot". Daarin schrijft hij herhaaldelijk over de zielsvernedering en horen we hem uitdrukkingen bezigen als: "U kunt zonder vernedering niet gaan naar de hemel van Christus" (blz. 149, uitg. Houten, 1996). Uitvoerig behandelt hij in dit boek de tekst:

”Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd". Boston zet de mensen niet aan, zomaar Christus toe te eigenen zonder een bevindelijke kennis van verlorenheid.

We willen in een drietal artikelen hierop nader ingaan en dan luisteren naar wat Boston schrijft in zijn boekje "Komt herwaarts tot Mij", vervolgens luisteren we naar de kanttekeningen en tenslotte naar Hellenbroek.

In zijn verhandeling noemt Boston onder andere ook de bekende tekst uit Jesaja 55:1: "O, alle gij dorstigen, komt tot de wateren..." enz. Met die "dorstigen", zegt hij, worden de dorstigen naar geld en goed bedoeld. Hier spreekt hij dus over het woord "dorst" in algemene zin. De kanttekening legt het woord "dorstigen" uit als: "Gij allen, die naar de gerechtigheid zeer verlangt, gevoelende uwe zonden en ellenden". De kanttekening wijst hier dus meer op mensen die hun zonden gevoelen en naar de gerechtigheid verlangen. Daarbij verwijst de kanttekening naar Ps. 42 : 3: "Mijn ziel dorst naar God" en met dit dorsten wordt niet bedoeld een dorsten naar geld en goed, maar een uitermate zeer verlangen naar de Heere (zie kant. 6). Verder wordt er ook verwezen naar het bekende hoofdstuk van Mattheüs 5 over de zaligsprekingen. In die zaligsprekingen noemt de Heere ook steeds bijzondere gesteldheden: Zalig zijn de armen van geest, zalig zijn die treuren, zalig zijn die hongeren en dorsten, enz. en telkens wordt in de kanttekening de verklaring gegeven. Bij "armen van geest" lezen we: dat is, nederigen en gebrokenen van hart, die hun nietigheid verstaande, een klein gevoel van zichzelf hebben, steunende alleen op de genade Gods in Christus Jezus (kant. 2). Bij "treuren": dat is, die over de zonde bedroefd zijn (kant. 3). Bij "hongeren en dorsten": die met grote begeerte verlangen en trachten naar de ware gerechtigheid in Christus (kant. 5). Ook de kanttekening bij de tekst uit Matth. 11 : 28 ("Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt...", enz.) zegt bij "belast", "namelijk met de last der zonden of ook der wet en der menselijke inzettingen”.

Een soortgelijk spreken lezen we in Joh. 7 : 37: "Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke". Welke dorst wordt hier bedoeld? De dorst naar geld en goed? In zijn algemeenheid is elk onbekeerd mens een arm en dor­ stig mens, al beseft hij dit niet. De kanttekening legt meer de nadruk op dit bevindelijk kennen van zijn dorst: "Dat is, uit het gevoel van zijn ellende daarvan verlost te worden." Verder wordt dan weer verwezen naar andere Schriftuurplaatsen waar over "dorst" gesproken wordt, zoals in Jes. 44: "Ik zal water gieten op de dorstige", dat is "die naar de gerechtigheid dorsten" (kant. 7).

Heel bekend zijn de teksten uit Jes. 61, waar we lezen dat de zachtmoedigen een blijde boodschap, degebrokenen verbinding, de gevangenen vrijheid en de gebondenen opening der gevangenis beloofd wordt. De kanttekeningen wijzen bij "zachtmoedigen" op "armen, te weten de armen van geest, want de zodanigen wordt het Evangelie gepreekt" (kant. 4). Bij de "gebrokenen" lezen we in de kanttekening: "Dit zijn degenen die bedroefd en verslagen van hart zijn vanwege hun menigvuldige zonden en overtredingen; zie Ps. 34 : 19; Ps. 51 : 19 en Jes. 57 : 15 (kant. 6). Als er over "treurigen" gesproken wordt, zegt de kanttekening: "Te weten, die treuren over hun zonden, waarmee zij God vertoornd hebben enz." (kant. 13). En bij het "jaar van het welbehagen des HEEREN", tekent de kanttekening aan: "Dat is de tijd of het jaar in hetwelk het de Heere behagen of believen zal Zijn genade de bedroefde conscientiën te openbaren en te bewijzen, te weten, door de predikatie van het heilig Evangelie" (kant. 11). In Jesaja 54 : 11 lezen we: "Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste: zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen..." enz.

Wie zijn nu die door onweder voortgedrevenen? De kanttekening zegt: "Versta hier door dit onweder vooreerst de Babylonische gevangenschap en daarna de grote verwoesting door Antiochus ten tijde der Maccabeën, en wijders de geestelijke strijd, de zwarigheid en vervolging der kerk in het algemeen". Dus de kanttekeningen wijzen eerst op een "uitwendige en algemene kant": de verwoesting door de vijanden, maar daarna vooral op de "bijzondere en geestelijke kant": de verlossing van de geestelijke macht. En wat belooft de Heere vervolgens? "Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen", dat wil volgens de kanttekening zeggen: "Ik zal u herbouwen, veel heerlijker dan gij tevoren geweest zijt. Dit moet men verstaan van een geestelijke herbouwing der uitverkorenen... enz." (kant. 39).

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Wie zijn de vermoeiden en belasten? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2000

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken