Bekijk het origineel

Uit de Bron {54a)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de Bron {54a)

6 minuten leestijd

Door de Schelfzee

”En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagens en aan zijn ruiters.” •' Ex. 14:18

De eerste legerplaats Sukkoth werd nu verlaten en het volk reisde door naar Etham, de volgende legerplaats. De HEE­ RE Zelf leidde Zijn volk en hoewel het een onbekende weg was, zo zou het volk niet verdwalen, want:

God zal Zelf zijn Leidsman wezen; Leren, hoe hij wandïen moet (Ps. 25:6).

In de Bijbel lezen we: "En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op de weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voor te gaan dag en nacht." Bovendien diende de wolkkolom om de felle stralen van de zon tegen te houden en diende de vuurkolom niet alleen om licht te geven, maar ook om de vijanden op een afstand te houden.

Die vuur- en wolkkolom zou de Heere niet meer van Zijn volk wegnemen, totdat het in het beloofde land Kanaan zou zijn aangekomen.

Onder Gods goede en veilige leiding ging het nu op het beloofde land aan.

Bij Etham begon de woestijn en nu kwam de wolk- en vuurkolom de Israëlieten heel goed van pas. De weg naar Kanaan lag nu recht voor hen. Maar de Heere wilde niet, dat zijn volk door deze korte, maar gevaarlijke kustvlakte reisde, daar de Filistijnen en andere kustbewoners mogelijk op het volk zouden aanvallen, zodat de Israëlieten door vrees gedwongen zouden worden naar Egypte terug te keren.

Daarom werd bij Etham rechtsaf geslagen, zodat het volk tussen de enge bergkloof van Migdol voor de Schelfzee kwam te staan. Deze Schelfzee wordt ook wel Rode Zee genoemd. Het was nu net of het volk weer naar Egypte terugkeerde. Toch had de Heere hier Zijn wijze bedoeling mee. Hij wist, dat Farao hierdoor zou denken, dat het volk de weg was kwijtgeraakt en dit zou hem aanzetten Israël te achterhalen.

Inderdaad zette Farao al gauw de achtervolging in.

"Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israël hebben laten trekken, dat zij ons niet dienden? " sprak hij boos. Hij bracht zijn bekwaamste veldoversten mee, zeshonderd strijdwagens en een groot getal soldaten, allen van top tot teen gewapend. Het leger van Farao was toegerust als voor een grote oorlog! O, een wilde woede kwam in hem op als hij dacht aan de dood van zijn eerstgeboren zoon en aan alle andere doden. Wat een schade had zijn land al opgelopen door dat Hebreeuwse volk met die twee opruiers, Mozes en Aaron. Hij zou er nu voorgoed een einde aan maken!

Het duurde niet lang of hij zag in de verte de donkere schaduw van dat verachte, vluchtende volk. Toen zag hij ook, hoe de Israëlieten een gemakkelijke prooi voor hem zouden worden. Ze konden immers geen kant meer op. Aan weerszijden lagen de bergen en voor hen was de zee. Het volk was hopeloos vast gelopen en daar zou hij een dankbaar gebruik van maken!

Tot hun schrik merkte het volk van Israël, dat Farao er aan kwam. Wat moesten zij tegen hem beginnen? Ze konden geen kant meer op! In de Bijbel lezen we: "Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en zie, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.”

Ook sprak het volk bittere en zondige woorden tot Mozes. "Hebt u ons daarom uit Egypte weggehaald, om ons hier door Farao te laten doden? We hadden beter in Eg5rpte kunnen blijven, want slaaf zijn in Egypte is altijd nog beter dan sterven in de woestijn!" riepen ze ondankbaar.

Mozes bleef echter kalm. Hij wist dat de Heere uiteindelijk de overwinning op Farao behalen zou. Daarom sprak Gods knecht: "Vrees niet, staat vast en ziet het heil des HEEREN dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet wederzien in der eeuwigheid. De HEERE zal voor ulieden strijden en gij zult stil zijn.”

Wat een wonderlijke woorden waren het die de Heere sprak. Het bleek, dat de Heere Zelf de strijd met Farao ging aanbinden. Het volk had het alleen maar van Hem te verwachten.

Verder sprak de Heere tot Mozes: "Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken!”

Maar hoe was dit mogelijk? Voor hen lag de zee en hoe zouden zij dan verder kunnen trekken? Mozes, Aaron en het ware volk van God ontvingen van de Heere geloof, dat Hij op een wonderlijke manier zou uithelpen. Terwijl het volk in de uiterste benauwdheid zat, daar het geen kant meer op kon, zagen allen plotseling hoe de wolkkolom zich achter het leger plaatste. Nu was het donker aan de kant van de Egyptenaars, maar licht aan de kant van de Israëlieten. Die wolk vertegenwoordigde de Heere en zo stond de Heere tussen Zijn volk en de Egyptenaars in.

Toen hief Mozes zijn staf op over de zee en de Heere deed een sterke oostenwind opkomen, zodat het water zich vaneen scheidde. De Israëlieten zagen tot hun verbazing, dat er een brede weg door de zee ontstond. Het water hoopte zich links en rechts op tot een muur. Het volk zag hoe de Heere een pad maakte, waar geen pad was. Mozes en de duizenden Israëlieten met al hun vee trokken nu in deze gedenkwaardige nacht voorwaarts en gingen door de zee als op het droge, verlicht door de vuurkolom.

Uren en uren duurde de tocht door de zee. Aan weerszijden bruiste het door de wind opgezweepte water en de golven beukten tegen de hoge watermuren, die de Heere in Zijn almacht opgericht had.

(Vervolg op blz. 405)

(Vervolg ”Uit de Bron”)

Terwijl het volk droogvoets door de zee trok, spatte het water over de Israëlieten heen en werden ze door het zeeschuim als gedoopt. Daar gingen al die mannen met hun vrouwen en kinderen, hun have en goed. Gods Woord zegt: "Door het geloof zijn ze de Rode Zee doorgegaan, als door het droge!”

”Wat die Israëlieten doen, kunnen wij ook!" dachten de Eg5T)tenaars en zij achtervolgden in de vroege morgen in dolle vaart de Israëlieten. Toen kregen de ver­ volgers met God te doen. Plotseling keerde de Heere de lichtzijde van de vuurkolom naar de Egyptenaars, waardoor zij ontzettend schrokken. Daarbij barstte er een hevig onweer los. In de Bijbel staat: "Het geluid Uws donders was in het rond; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde!”

Tijdens dit noodweer raakten de wielen van Farao's zware strijdwagens vast in het zand en brak er paniek onder het krijgsvolk uit. "Terug! Vlucht! Vlucht! De Heere strijdt weer voor dat volk!" schreeuwden ze elkaar toe. Maar het was te laat.

Op Gods bevel strekte Mozes opnieuw zijn staf over de zee uit, de watermuren vielen meteen en het pad verdween. De zee had zich weer gesloten en het hele leger van Farao kwam in de golven om. De zee werd hun graf! En niet één bracht het er levend af, want:

Geen zondaar zal 't gewis verderf ontkomen. Als in 't gericht door God wordt wraak genomen.

(Ps. 1:3)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2002

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Uit de Bron {54a)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2002

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken