Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de Bron (81)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de Bron (81)

5 minuten leestijd

Ehud en Eglon

“Toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE en de HEERE verwekte hun een verlosser, Ehud, den zoon van Gera, een zoon van Jemini, een man die links was." (Richteren 3:15)

Na de dood van Othniël week het volk weer van de Heere af en diende de afgoden. We lezen in de Bijbel: "Maar de kinderen Israels voeren voort te doen wat kwaad was in de ogen des HEEREN." Steeds komen we in het boek Richteren deze verdrietige woorden tegen die beginnen met het woordje: "maar". Het is hetzelfde "maar" wat we ook in een Psalm tegen komen:

Maar Mijn volk wou niet Naar Mijn stemme horen; Israël verliet Mij en Mijn geboón; 't Heeft zich and're goón. Naar zijn lust, verkoren. (Psalm 81:13)

Toen moest de Heere opnieuw met Zijn straffen komen. Een machtige koning, koning Eglon van de Moabieten, streed tegen de Israëlieten en nam Jericho, de palmstad, in bezit. In die strijd werd hij door twee vrienden geholpen: de Ammonieten en de Amalekieten.

Achttien jaar bleven deze vijanden in Israël en het scheen wel of er geen einde aan hun overheersing kwam.

Opnieuw riepen de Israëlieten nu de Heere aan en weer wilde Hij naar hen omzien. Rechtvaardig had de Heere kunnen zeggen: "Israël heeft Mij moedwillig verlaten. De vorige keer wilde Ik het nog helpen, maar nu zal Ik dat niet meer doen." Uit enkel ontferming wilde de Heere Zijn volk echter genade schenken, omdat onder Israël Gods ware kinderen verkeerden. Voor die ware bidders gold het:

Zij sloegen 't oog op God; Zij liepen als een stroom Hem aan; Hij liet hen nimmer schaamrood staan; En wendde straks hun lot. (Psalm 34:3)

Op zekere dag kleedde Ehud zich in zijn mooiste klederen, gespte zijn zwaard, omdat hij links was, aan de rechterzijde onder zijn overkleed en begaf zich naar het paleis van koning Eglon. Hij was niet alleen. Met hem gingen verschillende Israëlieten mee, omdat zij de koning als belasting een geschenk moesten aanbieden.

Bij zijn paleis aangekomen, bogen Ehud en zijn mannen zich voor de machtige vorst neer en overhandigden hem het geschenk. Daarna keerde het gezelschap naar huis terug.

Maar toen Ehud bij de afgodsbeelden van Moab te Gilgal kwam, keerde hij alleen naar de koning terug. Was hij iets vergeten? Wat was er aan de hand?

Even later stond de richter voor de tweede keer voor Eglon. "Koning, " sprak hij, "ik heb iets geheims met u te bespreken." Meteen stuurde de koning zijn aanwezige dienaren weg, zodat hij alleen met Ehud in de zaal achterbleef

Toen sprak Ehud ernstig: "Koning, ik heb Gods woord aan u. De Heere heeft u iets te zeggen." Hoewel de koning zijn afgoden aanbad, zo stond hij uit eerbied voor de God van Israël op.

Voor de koning wist wat er gebeurde, nam Ehud zijn tweesnijdend zwaard en doorstak hem. Vlug sloot hij daarna de zaaldeur, deed die op slot en maakte zich vlug uit de voeten.

In het gebergte van Efraïm aangekomen, riep hij door middel van bazuingeschal snel het volk van Israël bijeen en sprak: "Volg mij na, want de HEERE heeft uw vijanden, de Moabieten, in uw hand gegeven." Intussen wachtten de dienaars van koning Eglon buiten op hun koning. Wat duurde het onderhoud deze keer toch lang.

Eindelijk waren ze het wachten moe. In de Bijbel staat dat zij "tot schamens toe" hadden gewacht. Ze kregen het vermoeden dat er deze keer iets heel bijzonders aan de hand moest zijn. Op den duur durfden de kamerdienaars niet langer meer te wachten, ze braken de deur open en vonden hun koning dood op de grond. Het zwaard stak nog in zijn buik!

Terwijl het hele paleis in opschudding raakte, rukte Ehud met zijn strijders uit om de Moabieten aan te vallen. De overzetplaatsen van de Jordaan werden bezet, zodat de Moabieten niet door het Overjordaanse zouden kunnen ontkomen.

Door de onverwachte aanval gelukte het plan van Ehud volkomen en kwamen alle Moabieten om het leven: tienduizend sterke mannen.

Tachtig jaar was het volk daarna van vreemde overheersers bevrijd.

Na Ehuds dood volgde de richter Samgar. Hij streed tegen zeshonderd Filistijnen, hoewel hij maar in het bezit van een eenvoudige ossenstok was. "Alzo verloste hij ook Israël", lezen we in de Bijbel.

Zo heeft de Heere eenvoudige mensen in Zijn dienst willen gebruiken. Ehud, een Benjaminiet, was een linkse man en niet zo geschikt voor de oorlog, zouden wij denken. Toch moeten we over die linkse mannen uit de stam van Benjamin niet gering denken. In het boek Richteren kunnen we lezen dat er onder de Benjaminieten zevenhonderd linkse mannen waren, die feilloos konden slingeren.

Zo’n slingeraar is Ehud waarschijnlijk niet geweest. Toch werd deze man, al kon hij zijn rechterhand niet gebruiken, door de Heere geroepen om richter te zijn. Zo wil de Heere vaak eenvoudige middelen gebruiken, opdat Hij alleen alle roem en eer ontvangen zal.

Geen onheil zal de stad verstoren, Waar God Zijn woning heeft verkoren; God zal haar redden uit den nood. Bij 't dagen van het morgenrood. Men zag de heid' nen kwaad beramen; De koninkrijken spanden samen; Maar God verhief Zijn stem, en d' aard' Versmolt, voor 's Hoogsten toorn vervaard. (Psalm 46:3)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2003

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Uit de Bron (81)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 2003

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken