Bekijk het origineel

Terzijde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Terzijde

7 minuten leestijd

Inspiratie

Naar aanleiding van de Terzijde van drie weken geleden over Nebukadnezar bereikte ons een vraag over de inspiratie. Als het waar is dat Daniël 4 door koning Nebukadnezar geschreven is (en daar is niet aan te twijfelen), hoe zit het dan met de Goddelijke inspiratie van dit gedeelte van de Heilige Schrift?

Wie denkt dan niet aan het woord van Petrus, dat de profetie voortijds niet is voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken, 2 Petr. 1:21? Inderdaad, en dat houden wij vast. De Heilige Geest inspireerde hen. Hij bestuurde hun gedachten zo, dat zij bewaard gebleven zijn voor de minste vergissing of fout, zodat hun woorden voluit gerekend mogen worden als woorden door de Heilige Geest Zelf gesproken.

En toch bestaan op deze regel uitzonderingen. Er zijn mensen geweest, die op een zeker moment in hun leven de geest der profetie gehad hebben, en zo gedreven zijn om opmerkelijke dingen te profeteren, terwijl zij toch zeker niet tot de heilige mensen Gods, tot de mensen met genade gerekend kunnen worden.

Nebukadnezar heeft schone woorden gesproken. We kunnen hem in dat opzicht vergelijken met Bileam. Bileam was een profeet, 2 Petr. 2:16, maar een valse profeet, een leugenprofeet, een broodprofeet. En toch zegt de Schrift uitdrukkelijk van hem, dat op zekere tijd de Geest Gods op hem geweest is. Num. 24:2. Het heeft de Heere behaagd, deze twijfelachtige figuur te gebruiken om door hem verborgenheden te openbaren aangaande de toekomst van Israël en de heidenvolken, ja zelfs de komst van Christus te verkondigen. Bileam had liever het zilver en goud van Balak aangepakt, maar hij voelde zich gedrongen om tot deze koning te zeggen: et woord hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken. Onwillig moest hij van zichzelf getuigen: e hoorder der redenen Gods spreekt en die de wetenschap des Allerhoogsten weet, die het gezicht des Almachtigen ziet, die verrukt wordt en wien de ogen ontdekt worden. Num. 24:16. Die redenen Gods, die wetenschap des Allerhoogsten heeft Bileam moeten openbaren, kostelijke dingen heeft hij gezegd, maar tegelijk zat hij er met zichzelf tussen, als hij zo duidelijk liet blijken, dat hij wel de dood van des Heeren volk wilde sterven, maar niet met dat volk wilde leven.... Bileam doet denken aan degenen, van wie we in Hebreeën 6 lezen, dat zij verlicht geweest zijn en de hemelse gave gesmaakt hebben en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn, en gesmaakt hebben het goede Woord Gods en de krachten der toekomende eeuw, en die afvallig geworden zijn, voor wie geen bekering meer mogelijk is.

Zo heeft ook de goddeloze Kajafas, door de geest der profetie geleid, tegen wil en dank een treffend profetisch woord gesproken, Joh. 11:49-52. Al blijven het uitzonderingen, het is niet te ontkennen, dat de Heere in Zijn soevereine vrijmacht ook vijanden (die vijanden gebleven zijn) heeft gebruikt als instrumenten in Zijn dienst om door hen verborgenheden bekend te maken. Zo groot is Zijn majesteit!

Maar, zal iemand zeggen, nu weet ik nog niet hoe ik dan met betrekking tot een hoofdstuk als Daniël 4 moet denken over de inspiratie. Is het ene woord van Nebukadnezar daar dan wel geïnspireerd, en het andere woord niet? Wel als hij de Heere ootmoedig looft en prijst, en niet wanneer hij Bel nog altijd 'mijn god' noemt? Dan zijn er dus toch niet-geïnspireerde schriftgedeelten? Neen, zo is het niet. Wanneer Petrus de Goddelijke inspiratie leert, met de woorden 'heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken', heeft hij het over de profetie der Schrift en heeft hij even tevoren gezegd: ij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is. Hij spreekt daar bepaald over de Schrift, zoals ook Paulus leerde: l de Schrift is van God ingegeven, 2 Tim. 3:16.

Bileam was wel profeet, maar geen bijbelschrijver. Nebukadnezar heeft wel het plakkaat geschreven, dat wij in Daniël 4 vinden, maar daarmee was hij ook nog geen bijbelschrijver. Het boek Daniël is door Daniël geschreven. Daniël is als bijbelschrijver geïnspireerd geweest door de bijzondere werking des Geestes.

Nu kunnen we van verschillende soorten inspiratie spreken. Zo onderscheiden we de zg. profetische inspiratie. Het boek Openbaring is geschreven door profetische inspiratie. Profetische inspiratie heeft betrekking op wat nog gebeuren moet. Aan Johannes werd getoond wat de toekomst zou zijn van het Koninkrijk Gods. Iets anders is de historische inspiratie. Neem het boek Richteren. De schrijver van dit boek heeft een tijd beschreven die voor hem al verleden tijd was. Die geschiedenis heeft hij onfeilbaar geïnspireerd opgetekend. Dat wil zeggen, dat wij erop aan kunnen dat het ook werkelijk gebeurd is zoals hij het beschreven heeft.

Helemaal waterdicht is deze scheiding tussen profetische en historische inspiratie overigens niet. Want geschiedenis is in de Schrift altijd profetische geschiedenis. Op school leren de kinderen al, dat een profeet niet iemand is die alleen maar toekomst voorzegt. De profeten in de Schrift spraken evenzeer over het heden, en niet minder over het verleden. En alles bezagen zij in profetisch licht. De bijbelschrijvers die historie beschreven hebben, hebben dat ook profetisch gedaan, in zoverre zij de geschiedenis steeds bezien in het licht van Gods eeuwige raad. Zo laat het boek Richteren herhaaldelijk zien, wat er gebeurt wanneer Israël God en Zijn dienst verlaat, maar ook hoe de Heere telkenmale Zijn verbond gedenkt, wanneer Zijn volk zich schuldig kent. Zo bezien is de historische inspiratie eigen­ lijk eveneens profetische inspiratie. Maar met de uitdrukking historische inspiratie houden we vast, dat hetgeen beschreven is, volstrekt betrouwbare geschiedschrijving is. Zo is het ook echt gebeurd. Zo konden de bijbelschrijvers schrijven, omdat het hun zo van God ingegeven werd.

Welnu, zo is Daniël 4 volstrekt geïnspireerd. Daniël heeft het zo in zijn profetenboek opgenomen als een waarschuwing voor de kerk van alle eeuwen, hoe ver het gaan kan met het in de schuld komen van een mens, terwijl het toch nog niet meer is dan nabijkomend werk.

Met de belijdenis van de Goddelijke inspiratie der Schrift is niet in strijd, dat de bijbelschrijvers onderzoek gedaan en bronnen gebruikt hebben. Zij hebben voor hun historiebeschrijving materiaal verzameld. Zie wat Lukas daarover schrijft in de eerste verzen van zijn Evangelie. Voordat hij ging schrijven, had hij eerst alles van voren aan naarstiglijk onderzocht. De schrijvers van de boeken der Koningen en der Kronieken verwijzen regelmatig naar andere, thans niet meer beschikbare, bronnen. In het boek Ezra zijn brieven uit de Perzische rijksarchieven opgenomen, in de authentieke ambtenarentaal van toen, het SjTisch. Zo heeft ook Daniël met het plakkaat van Nebukadnezar gedaan. Anderzijds laten de bijbelschrijvers ook wel merken, dat zij méér bijzonderheden van de gewijde geschiedenis hadden kunnen vermelden dan zij gedaan hebben. Zo, om maar enkele voorbeelden te noemen, de geschiedenis van het elpenbenen huis van Achab, 1 Kon . 22:39, hoe Jerobeam II Damascus en Hamath aan Israël wederbracht, 2 Kon. 14:28, de historie van de profeet Iddo, 2 Kron. 13:22, de geschiedenissen van Jehu, de zoon van Hanani, 2 Kron. 20:34, het gebed van Manasse en de woorden die de zieners tot hem gesproken hebben, 2 Kron. 33:18. (Dat gebed is wel in de apocriefe boeken te vinden!) De meeste van de drieduizend spreuken en 1005 liederen van Salomo, 1 Kon. 4:32, zijn niet in de Schrift opgenomen, hoewel er in de dagen van koning Hizkia nog wel naar gezocht is, Spr. 25:1. In dat alles voltrok zich de inspiratie.

Gods Geest gaf de bijbelschrijvers in wat zij moesten opnemen, en hoe zij dat moesten doen, en ook wat zij niet moesten opnemen. Ook daarin zien we het profetische karakter van de historische inspiratie. Het ging niet om een zo compleet mogelijke geschiedschrijving van het volk Israël, maar om de ontvouwing van Gods eeuwige raad. Ook Johannes laat ons weten dat hij in zijn Evangelie veel meer had kunnen schrijven dan hij gedaan heeft, zoveel 'dat ook de wereld zelve de geschreven boeken niet zou vatten'. Joh. 20:30, 31 en 21:25. Maar, zo vervolgt hij, deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods, en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam. Daarmee heeft hij tegelijk het wezen uit­

gedrukt van de inspiratie van het gehele Woord. Christus is het middelpunt van de Heilige Schrift. Die zijn het, die van Mij getuigen. Joh. 5:39. Hoe wonderbaar is Uw getuigenis!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Terzijde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2004

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken