Bekijk het origineel

Antwoord per brief

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Antwoord per brief

16 minuten leestijd

Aan fam. K.J. v. D. te K.,

Nu volgt de tweede brief die ik beloofd had te zullen schrijven. Ik had immers in een brief geschreven dat ik over twee bepaalde onderwerpen nog eens afzonderlijk zou willen schrijven. Daarop hebt u gereageerd, want er was een onderwerp bij waarover u ook graag een antwoord van mij zou willen zien, maar u liet me niet weten welk onderwerp. Ik heb nu al een tijd geleden een brief geplaatst over de vuur-en wolkkolom. Maar ik had geschreven dat ik ook nog eens graag zou willen schrijven over de kindermoord te Bethlehem. Nu, dat doe ik nu tegelijk, met de bedoeling dat deze brief nog geplaatst zal worden in de Kersttijd. Ik weet niet of ik dat nog zal beleven, maar die brief ligt dan toch al klaar als het zover is. Zo is het met meerdere brieven, want ik wil graag in mijn leven alle vragen beantwoord hebben, opdat ze na mijn sterven toch nog zullen kunnen verschijnen in ons blad.

Het gevolg van het bezoek van de wijzen uit het oosten aan het geboren Koningskind te Bethlehem is ons uit de geschiedenis bekend. Herodes heeft al de kinderen van Bethlehem en in al deszelfs landpalen laten ombrengen, van twee jaren oud en daaronder. Hij heeft echter dat geboren Koningskind niet kunnen ombrengen. Het is Jozef bekendgemaakt door de engel des Heeren wat Herodes van plan was. En nu kreeg hij de opdracht om met het Kindeke en Zijn moeder de vlucht te nemen naar Egypte. Ook de wijzen uit het oosten kregen een boodschap om niet meer naar Herodes te gaan. Van de wijzen uit het oosten lezen we niets meer. Maar ze zullen het wel niet verzwegen hebben wat er voorgevallen was en de eeuwigheid zal het wel openbaren welk een vrucht dat zal afgeworpen hebben.

Maar de Schrift moest hierin toch ook in vervulling gaan. Daarop wijst ons het 15e vers van Matthéüs 2, als we daar lezen: ”En was aldaar tot den dood van Herodes; opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken was door den profeet, zeggende: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.” Egypte kennen we uit de geschiedenis allen wel als het land waarin Israël zwaar verdrukt is geworden en waaruit de Heere Zijn volk wonderlijk heeft verlost. Maar de dienstbaarheid van Israël in Egypte moet ons altijd doen denken aan de dienstbaarheid waarin wij allen van nature verkeren. Zoals Israël uit die ellendige staat van zware onderdrukking door de Heere op zo'n wonderlijke wijze is verlost, zo wordt het geestelijk Israël op Gods tijd verlost uit het Egypte der zonden en van de slavernij van satan. En nu moest Christus al terstond na Zijn geboorte in Egypte terechtkomen. En zo moest het woord van de profeet Hoséa in vervulling gaan: ”Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.” Zo zien we dat dierbare borgwerk van Christus ons daarin ook weer voorgesteld. Daar was Hij voor op aarde gekomen, om Zijn arbeidsloon uit Egypte te halen. Hij moest daartoe komen in dat land van de schaduwen des doods. In Egypte ging Israël immers een gewisse ondergang tegemoet. En in het Egypte waarin we allen van nature verkeren, gaan we ook een eeuwige rampzaligheid tegemoet. Is het niet een wonder, als het de Heere behaagt om een mens op Zijn tijd uit zulk een ellendige staat te verlossen? Daartoe is Christus overgegeven aan die vreselijke angsten der hel en des doods, als de afgrond riep tot de afgrond bij het gedruis van Gods watergoten. Zo wijst dus de vlucht van Jozef en Maria met het Kindeke Jezus ons wel duidelijk op het doel van Christus' komst in de wereld.

Wat is het dus een wonder als daartoe voor ons die Schrift zo in vervulling moest gaan. Daartoe hebben nu die wijzen uit het oosten ook eerst dat geboren Koningskind verkeerd moeten zoeken, opdat Herodes het ook zou weten dat er zulk een Kind in de wereld was gekomen en opdat hij daartoe al die kinderen van Bethlehem zou doen ombrengen. Maar Christus kon niet omgebracht worden. Het heeft ons echter ook wel weer zeer veel te zeggen, als het al zo spoedig na Zijn geboorte om Zijn dood te doen was. Er is voor die Persoon maar geen plaats bij het van God afgevallen mensdom. Het zal voor Jozef en Maria ook wel niet meegevallen zijn, als ze nu met hun Kind naar Egypte moesten vluchten. Ze hadden aangename dingen beleefd. We denken aan de komst van de herders naar de stal en de kribbe. En nu waren zelfs de wijzen uit het oosten gekomen om het Kindeke te aanbidden. O, wat zullen Jozef en Maria daaronder ook wel zalig gesteld geweest zijn! Maar nu moesten ze ineens weer naar Egypte vluchten. Ze moesten het maar gelijk aan de weet komen dat hun Kind niet in de wereld was gekomen om hier rust te vinden. Het is terstond bij Zijn komst in de wereld om Zijn leven te doen geweest. Dat Kind mocht niet blijven leven. Het verlossingswerk moest verijdeld worden. In Openbaring 12 kunnen we het beschreven vinden dat de draak stond voor de vrouw die baren zou, opdat hij het Kind zou verslinden als ze het Kind gebaard zou hebben.

Zo moeten we de Schrift leren verstaan. De draak probeert altijd nog om het Kind te verslinden, als de ziel daarvan zwanger gaat. Dat weet de draak beter dan dat de ziel dat weet. O de weg der zaligheid is toch zo'n verborgen weg voor de ziel! Die ziel kan het maar niet zien dat als het ze benauwd wordt in dat Egypte waarin ze zich gevangen ziet liggen onder de heerschappij van zonde en satan, dat het om dat Kind te doen is. Het is satan er om te doen dat het verlossingswerk zal verijdeld worden. Maar satan rekent toch altijd verkeerd. En voor de ziel is het zo'n verborgenheid, dat het op Christus aan moet. Ze moet alles verliezen om Hem te gewinnen. Het verlossingswerk is voor de ziel ook zo'n verborgenheid. Als Jozef en Maria nu met dat Kind de vlucht moesten nemen voor het moordend zwaard van Herodes, dan hebben ze ook wel kunnen denken: zou de Allerhoogste nu geen twaalf legioenen engelen kunnen bijzetten, om dat Kind tegen Herodes te beschermen? Maar nee, dat Kind zou in Zijn diepe vernedering de overwinning behalen. Het had voor de overpriesters en schriftgeleerden toch ook wel duidelijk kunnen zijn, dat het Kind Dat nu ter wereld was gekomen en van Wie zij nu ook wel konden zeggen dat het de Messias was Die in Bethlehem geboren zou worden, nu dan toch ook wel te Jeruzalem een vorstelijke opvoeding moest krijgen. Maar nee, daar was dat Kind niet voor in de wereld gekomen. Dat Kind zou tot een val en een opstanding zijn van velen in Israël en tot een teken dat wedersproken zou worden, zoals Simeon gezegd heeft. En een zwaard zou door de ziel van Maria gaan.

O welk een verborgenheid is het toch, dat door een weg van sterven alleen het leven in Christus is te vinden. Zo blijft Hij verborgen voor het eigengerechtigd Jodendom, maar zo wordt Hij ter zaligheid gekend door hen die met het ware geloof begiftigd worden. Die worden door Gods Geest in die weg geleid. Een weg die voor de ziel ook zo verborgen is. Maar we zullen het moeten leren, dat al het onze eraan moet, opdat Christus een gestalte in ons zal krijgen. Dat laat deze geschiedenis ons ook weer duidelijk zien. In het bijzonder moeten we daarom ook eens gaan zien wat de kindermoord te Bethlehem ons te zeggen heeft. De geschiedenis beschrijft ons de gruweldaad die door Herodes is verricht in die kindermoord. We lezen in vers 16 van Matthéüs 2: ”Als Herodes zag, dat hij van de wijzen bedrogen was, toen werd hij zeer toornig, en enigen afgezonden hebbende, heeft omgebracht al de kinderen die binnen Bethlehem en in al deszelfs landpalen waren, van twee jaren oud en daaronder, naar de tijd die hij van de wijzen naarstiglijk onderzocht had.” O welk een vreselijke beestachtige daad is dat van Herodes geweest, die zoveel weerloze kinderen het leven kostte en waardoor zoveel huisgezinnen in diepe ellende werden neergestort, daar al die vaders en moeders het moesten aanzien hoe hun teerbeminde kinderen van nog geen twee jaar oud door de handen van die wrede moordbeulen werden omgebracht. Geen beschrijving is er van te geven wat dat geweest is. Jeremía heeft daar echter al van gesproken in zijn profetie, zoals ons ook vermeld wordt, als er staat: ”Toen is vervuld geworden hetgeen gesproken is door den profeet Jeremía, zeggende: Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende haar kinderen en wilde niet vertroost wezen, omdat zij niet zijn.” De betekenis van deze woorden is eenvoudig. Allereerst wordt er gezegd dat er een stem des geweens in Rama is gehoord. Daar wordt ge­

heel de omgeving van Bethlehem mee bedoeld. In de omstreken tussen Rama en Bethlehem is Rachel in barensnood gestorven en begraven. Maar al was Rachel nu al lang gestorven en begraven, zo wordt ze hier toch op een figuurlijke wijze ingevoerd, alsof ze een bitter geween heeft doen horen over haar kinderen die hier zo wreedaardig werden vermoord en omgebracht.

Moest dit nu de komst van de Zoon van God in deze wereld betekenen? De engelen hebben toch gezongen: Vrede op aarde”? Van die vrede was hier dan toch niet veel te zien. Maar nu was hier juist te zien dat Jezus niet is gekomen om een uitwendige vrede op aarde te brengen. Zelf heeft Hij het ook gezegd, dat Hij niet gekomen was om vrede te brengen, maar het zwaard. Hier was dat dus al te zien. Maar op welk een wonderlijke wijze zwaait deze Koning in dat treurig schouwspel dat Bethlehem ons biedt, de scepter Zijner genade. Jeremía's profetie geeft ons hier nog wat meer te horen dan alleen naamloze ellende. In Jeremía 31:16 lezen we: Zo zegt de HEERE: edwing uw stem van geween en uw ogen van tranen, want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen van des vijands land wederkomen.” Deze profetie heeft vanzelfsprekend eensdeels gezien op de wegvoering van Juda naar Babel, maar anderzijds ook op de verlossing uit Babel. Maar Matthéüs betrekt nu deze profetie op wat hier nu te Bethlehem voorgevallen is. Welnu, het heeft ook verband met elkaar. De ballingschap van Juda in Babel tekent ons evenals de verdrukking van Israël in Egypte de gevangenschap waarin we allen van nature verkeren onder de macht van zonde en satan. En de verlossing uit die ballingschap en verdrukking wijst ons dan ook op de verlossing uit die diepe staat van ellende door hartvernieuwende genade. Er is dus gezegd dat ze uit des vijands land zouden wederkomen. Herodes was uit het geslacht van Ezau, want hij was een Edomiet. En Edom was de eeuwige vijand van Israël. Hier openbaarde zich die vijandschap in de uitroeiing van al die kinderen. Maar ze zullen uit des vijands land wederkomen. O, welk een wonder is het toch, als het de Heere behaagt om door wederbarende genade de mens uit zulk een ellendige staat te verlossen!

Maar nu moeten we de geschiedenis daarom ook weer van een andere kant gaan belichten. Hoe kon God dat nu gedogen, dat al die kleine onnozele kinderen op zulk een wrede wijze werden omgebracht? Die kinderen konden er toch niets aan doen, dat er op zulk een wijze wraak door Herodes werd genomen? Zij hadden daar toch geen aanleiding toe gegeven? Was dit nu wel rechtvaardig van God om dit toe te laten? Had God dit niet kunnen verhinderen? Zulk een gedachte kan er nu wel in ons opkomen. Maar we moeten over deze geschiedenis nog eens goed na gaan denken. De Heere vergist Zich niet en verre zij God van goddeloosheid en de Almachtige van onrecht. We moeten wat er gebeurd is, allereerst als een rechtvaardig oordeel Gods over Bethlehems inwoners zien. Bethlehem heeft de haar geschonken eer versmaad, als de Heerser volgens Micha's profetie uit haar is voortgekomen. Als de herders tot de kribbe in de stal van Bethlehem zijn gekomen en God verheerlijkt en geprezen hebben, waar de inwoners van Bethlehem toch wel niet onwetend van zijn gebleven, lezen we niet dat zij zich gehaast hebben om ook een bezoek aan die beestenstal en dus aan dat Kind te brengen. En er was ook geen plaats in de herberg van Bethlehem voor Jozef en Maria in haar hoogst zwangere toestand. De wijzen uit het oosten zijn ook in Bethlehem gekomen en hebben dat geboren Kind hoog vereerd en hebben dat getoond door het Kind te aanbidden en ook met hun schatten zulk een eer te bewijzen. Maar toch zijn de bewoners van Bethlehem niet gekomen om ook dat Kind te vereren. Maar daar konden die arme kinderen toch niets aan doen? Nee, maar het wil toch ook wat zeggen, als Jeremía niet alleen die kindermoord heeft moeten voorspellen, maar er ook aan heeft moeten toevoegen: ”Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween en uw ogen van tranen, want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen.” Augustinus en Luther en ook velen van onze oude betrouwbare godgeleerden hebben niet anders kunnen denken of deze kinderen zijn de eerste bloedgetuigen van Vorst Immanuël geworden, de eerste martelaren dus die om Christus' wil zijn omgebracht en in de heerlijkheid zijn opgenomen.

Maar dit heeft ook ons weer veel te zeggen. God volvoert door alles heen Zijn eeuwige raad tot de zaligheid van de door Hem van eeuwigheid verkorenen. Christus' komst in de wereld is tot de zaligheid der Zijnen en dus tot hun eeuwige verlossing. Onze vleselijke godsdienst moet er in die weg helemaal aan. Dat zegt ons deze geschiedenis en dus ook die bittere droefheid van Bethlehems inwoners om dit smartelijk verlies van hun kinderen. De engelen hebben gezongen: ”Vrede op aarde”. En nu was er bij Bethlehems inwoners wat anders te beleven dan vrede op aarde. Zo zien we daarin dus ook weer dat met die vrede geen uitwendige vrede is bedoeld. Vlees en bloed zullen het Koninkrijk Gods niet beërven. We moeten aan de zijde Gods leren vallen, ook als Hij vlees en bloed niet spaart. We vinden de verlossing niet in Christus als alleen door een weg waarin we de soevereiniteit en de rechtvaardigheid Gods leren verhogen. We moeten ons leven verliezen om het in Christus te vinden. Zo zal Zijn borgtocht rechte waarde krijgen voor onze ziel. Heel Zijn levensweg is een lijdensweg voor de Borg geweest. Het begon ook al bij de besnijdenis. En nu hier bij de vlucht naar Egypte. Maar daarin zien we dan ook reeds voorgesteld, wat de Borg voor de Zijnen heeft moeten ondergaan, om ze uit Egypte te halen. We zullen in onze diep gevallen staat moeten worden ingeleid, om te weten wat het de Borg heeft gekost om ons daaruit te verlossen. Dan wordt er ook een stem gehoord in Rama, een zeer bitter geween en geklag. Moet het daar met de mens heen? Ja, men zal moeten weten wat men in die vreselijke afval van de Allerhoogste Hem heeft aangedaan. Daar is het grootste onrecht geschied. Had God de mens niet recht geschapen? Had de Heere hem enig kwaad aangedaan? Men mocht rijkelijk in Zijn lieve gunst delen en in Zijn gemeenschap een onuitsprekelijke zaligheid vinden. Heel de wereld had de mens tot zijn beschikking. De grootste dieren stonden vol ontzag voor Adam, toen hij ze namen moest geven. Och, het is toch zo nodig dat de Heere ons te zien geeft hoe heerlijk de staat der rechtheid is geweest, om dan ook recht te kunnen zien welk een onrecht de mens zijn Schepper aangedaan heeft. Dan weigeren we ook als Rachel getroost te worden. Maar nu dat wonder, als zij dan dat kind Ben-oni noemt, zoon mijner smarten, dat Jakob dan dat kind Benjamin mag noemen, zoon mijner rechterhand. Daar hebt u het heilgeheim van het werk der zaligheid. Als we ook weigeren getroost te worden, omdat al die lieve kindertjes die we erop nahouden, tegen de Steenrots Christus verpletterd worden. Houden wij er dan ook nog zoveel lieve kindertjes op na buiten Christus? Och ja, daar moeten we maar aan ontdekt worden. We zoeken de zaligheid toch zo in al wat aangenaam is voor ons gemoed. Maar dat gestaltelijk leven moet eraan, opdat het Christus alleen zal worden. Dan wordt Gods eer onze zaligheid. Bedwing dan maar uw stem van geween en uw ogen van tranen, want hier is loon voor onze arbeid, als al onze arbeid als loon voor ons wegvalt en als God Zijn Eigen werk bekroont. Dan zal het blijken dat Hij het weet waarom de ziel zich bekommerd heeft. Hoe zal dan de komst van Christus tot grote blijdschap kunnen worden. Al wat tegen ons scheen te zijn, mocht dus voor ons wezen. De mens die zijn Schepper niet meer bedoelen kan, moet toch zijn Schepper weer leren bedoelen, om in Zijn eer de hoogste gelukzaligheid weer te vinden. Dat is een onuitsprekelijke blijdschap na veel smarten. Herodes heeft niet lang plezier kunnen beleven van zijn gruweldaad. We lezen: ”Toen Herodes nu gestorven was, zie, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom in Egypte, zeggende: Sta op, neem het Kindeken en Zijn moeder tot u, en trek in het land Israëls, want zij zijn gestorven die de ziel van het Kindeken zochten.” En nu moesten Jozef en Maria in Nazareth gaan wonen, want er was ook door de profeten gezegd, dat Hij Nazaréner zou geheten worden. Zo moest daarin ook weer Gods Woord vervuld worden. God geeft Zijn kinderen een Bijbelse bekering, maar alles wordt niet op één dag geleerd. We hebben er ons gehele leven voor nodig, om op de school des hemels onderwezen te worden. Maar daarom moet ik nu ook maar besluiten, want de gelukzaligheid des hemels zal alle raadselen voor ons oplossen. Dan valt de mens er pas goed tussenuit en dan zal God eeuwig Alles in allen zijn. Daar is de strijd in-en uitwendig voorgoed voorbij en zal men eeuwig het kroontje mogen werpen voor de voeten van dat geslachte Lam, Dat in Bethlehem moest geboren worden en in Nazareth worden opgevoed en door Herodes gelukkig niet gedood kon worden. Hiermee besluit ik maar, want daar is nog meer over te zeggen. Hartelijk gegroet en Gode bevolen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 2008

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Antwoord per brief

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 2008

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken