Bekijk het origineel

De Heilige Geest als de Heere des oogstes (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Heilige Geest als de Heere des oogstes (1)

6 minuten leestijd

Meditatie

Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.

Matthéüs 9:37 en 38

Geliefden, Zoals er in de natuur een bepaalde tijd is om te oogsten, zo is er ook in het rijk der genade een bepaalde tijd om te oogsten. Daarop heeft de Heere Jezus Zijn discipelen gewezen, zoals we in Johannes 4 kunnen lezen, toen Hij heeft gezegd: Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden en dan komt de oogst? Zie, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten.

Dat heeft de Heere Jezus tot Zijn discipelen gezegd na Zijn ontmoeting met de Samaritaanse vrouw. De discipelen waren naar de stad gegaan om spijze te kopen. Ze kwamen terug en hebben tot Hem gezegd: Rabbi, eet. Maar toen heeft Hij gezegd: Ik heb een spijze om te eten, die gij niet weet. Zij hebben toen tegen elkaar gezegd: Heeft Hem iemand te eten gebracht? Maar toen heeft Hij gezegd: Mijne spijze is dat Ik doe den wil Desgenen Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbreng.

Hij mocht er Zijn spijze in vinden, toen Hij met de Samari­taanse vrouw gesproken had en haar tot de kennis van haar schuld en ook tot het geloof in Hem gebracht had. Daartoe was Hij in de wereld gekomen. Dat heeft Hij Zijn spijs genoemd, om zo het werk te doen van Degene Die Hem gezonden had, namelijk Zijn Vader. Hij sprak tot Zijn discipelen Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden en dan komt de oogst? Hij liet daarop volgen: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten.

De oogsttijd mag men niet voorbij laten gaan. Men heeft die tijd te benutten en men heeft zijn handen aan het werk te slaan. Dat is in de natuur zo, maar dat is ook in het rijk der genade zo. De door God geroepen knechten moeten hun werk hier op aarde doen, omdat het hier de oogst­ tijd is. Ze mogen die oogsttijd niet voorbij laten gaan.

Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten. En daarna heeft Christus gezegd: En die maait, ontvangt loon, en vergadert vrucht ten eeuwigen leven, opdat zich tezamen verblijde, beide die zaait en die maait. Want hierin is de spreuk waarachtig: Een ander is het die zaait, en een ander die maait.

De Heere wil déze dienstknecht soms meer tot het één gebruiken en díe knecht meer tot wat anders. We hebben weleens gelezen van twee Engelse le­raars, die in dezelfde plaats stonden. De één predikte de wet en de noodzakelijkheid van de waarachtige bekering zeer scherp. De Heere wilde zijn prediking gebruiken tot beke­ring van velen.

De andere knecht mocht het Evangelie zeer ruim verkondigen en de weg der zaligheid in Christus aanwijzen. Wat was het gevolg daarvan? Wel, dat degenen voor wie die ene prediker het middel mocht zijn geweest, op den duur toch onder die andere prediker terechtkwamen. Toen bleven er bij die eerste prediker niet zo veel mensen meer over.

Bij de andere prediker kwamen er veel mensen onder het gehoor. Die prediker, bij wie er veel mensen onder het gehoor kwamen, vroeg toen aan die eerste prediker of hij het niet erg vond, dat veel mensen nu bij hem ter kerk kwamen. Toen gaf hij ten antwoord: ”Toen de Heere mij uitzond, heeft Hij mij een koker met pijlen meegegeven. Die koker is nog niet leeg. Ik heb mijn pijlen af te schieten. Toen de Heere u uitzond, heeft Hij u een kruik met balsem en olie meegegeven. Uw kruik is ook nog niet leeg. We hebben beiden ons eigen werk te doen.”

Daar moeten we aan denken, als de Heere Jezus zegt: Een ander is het die zaait, en een ander die maait. Degene die mag maaien, mag soms ingaan tot de arbeid van degene, die heeft gezaaid. In het bijzonder heeft de Heere Jezus het oog gehad op de profeten van het oude verbond. Zij hadden als het ware gezaaid en heen gewezen naar Hem, Die in de wereld zou komen.

De discipelen mochten echter een ander werk doen. Die mochten maaien en zo tot de arbeid van de profeten van het oude verbond ingaan. De tijd van het Nieuwe Testament was aangebroken. In die tijd leven wij nu ook nog. Wat de Heere Jezus heeft gezegd tot Zijn discipelen, blijft dan ook voor ons gelden in de tijd van het Nieuwe Testament. We kunnen dat beschreven vinden in Matthéüs 9:37 en 38:

Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.

We worden hier bepaald bij: de arbeiders in 's Heeren oogst

1. de behoefte aan die arbeiders

2. het werk van die arbeiders

3. het gebed voor die arbeiders.

Christus is steeds door een grote schare gevolgd toen Hij op aarde was. We lezen in de voorgaande verzen: En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekten en alle kwalen onder het volk. Daarna lezen we: En Hij de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen die geen herder hebben.

Hij werd dus innerlijk met ontferming over de scharen bewogen. Dat was omdat Hij zag dat ze vermoeid en verstrooid waren. Hoe droevig was het met het joodse volk gesteld. Het joodse volk was toch de Kerk des Heeren. Van de Kerk wordt er in de Schrift vaak als een kudde gesproken. Maar nu was het eigenlijk een kudde zonder herder geworden.

Waren er dan geen leidslieden onder Israël? Ja, het ontbrak echt niet aan farizeeën, schriftgeleerden en wetgeleerden. Maar deze leidslieden zochten het heil en welzijn van de kudde niet. Aan zulke leidslieden ontbreekt het tegenwoordig ook niet. Het land is vervuld met leidslieden die de schare mis­leiden. Blinde leidslieden, die de mensen op een verkeerde weg brengen, en dat tot hun eigen eeuwig verderf.

Maar ook als we nog onder de waarheid mogen leven, geldt voor ons hetzelfde als in Jezus' dagen. Wat we hier lezen blijft voor de ware Kerk ook altijd gelden. We hopen het straks nog wel te horen, dat men de Heere des oogstes heeft te bidden dat Hij arbeiders in Zijn oogst uit zal stoten.

We beleven nu een tijd, waarin hetzelfde geldt als wat de profeet Amos heeft gezegd: Zie, de dagen komen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik een honger in het land zal zenden; niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des HEEREN. En zij zullen zwerven van zee tot zee, en van het noorden tot het oosten; zij zullen omlopen om het woord des HEEREN te zoeken, maar zullen het niet vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2009

De Wachter Sions | 8 Pagina's

De Heilige Geest als de Heere des oogstes (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 2009

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken