Bekijk het origineel

10. Jona in de vis - 2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

10. Jona in de vis - 2

Jona, de weigerprofeet

5 minuten leestijd

Hoe liep het met Jona af toen hij in de woeste golven verdween? Verdronk hij? Nee, Jona kón niet verdrinken en hij kón niet omkomen. Hij had Gods recht erkend en was als een schuldige zondaar in zichzelf aan Gods voeten terechtgekomen.
Wat zegt de Heere in Zijn Woord van zulke schuldverslagen zondaren? Hij zegt: Maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest en die voor Mijn woord beeft (Jes. 66:2). De Heere belooft redding voor werkelijk schuldige en verloren zondaren. Jona had zich als zodanig leren kennen en daarom zou God hem genadig zijn.
In de Bijbel staat: Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen (Spr. 28:13).
Jona had zijn schuld beleden en eerlijk bekend: Neemt mij op en werpt mij in de zee, zo zal de zee stil worden van ulieden; want ik weet dat deze grote storm ulieden om mijnentwil overkomt (vers 12). Jona mocht schuldenaar voor God en mensen worden. Daarom zou hij naar Gods belofte barmhartigheid verkrijgen.
Want wat lezen we verder?
De HEERE nu beschikte een groten vis om Jona in te slokken; en Jona was in het ingewand van den vis, drie dagen en drie nachten (vers 17).
De HEERE beschikte een grote vis, lezen we.
Het was dus niet zo, dat er op het ogenblik dat Jona overboord ging, ’toevallig’ een grote vis in de buurt van het schip zwom. Nee, uitdrukkelijk staat er dat de Heere de vis ’beschikte’.
Dat wil volgens de kanttekening zeggen: ’had voorbereid, beschikt, te weten door Zijn almachtige, wijze, Vaderlijke regering. Het Hebreeuwse woord is hetzelfde waarvan men houdt dat het Man (of manna) de naam heeft, waarmede God Israël spijsde in de woestijn.’
Zoals het manna een voorbereide spijze was, zo lag er voor Jona een voorbereide vis gereed.
De Almachtige Heere had de vis gereed liggen om Jona in te slikken toen hij overboord ging.
Er is veel over gediscussieerd en geschreven hoe het mogelijk was dat een vis een mens kon inslikken. Ook heeft men zich drukgemaakt over welk soort vis dat wel geweest zou kunnen zijn. Maar wij geloven eenvoudig de Bijbel.
Een eenvoudige vrouw sprak eens: ’Als er stond dat Jona de vis had ingeslikt, zou ik het ook hebben geloofd, omdat het in de Bijbel staat.’
Gods Woord zegt dat de vis klaar lag om Jona in te slikken. Het was een grote vis of zoals er staat in Mattheüs 12:40: een walvis. Gods Vaderlijke zorg had het zó voor Jona geregeld, dat hij in de grote vis terechtkwam.
Ds. Kohlbrugge schrijft: ’De zeelieden bleven op hun schip en dreven al spoedig op de spiegelgladde zee met alle voorspoed voort (…), maar Jona moest overboord. Geen menselijk oog zag hem meer, het wier bedekte zijn hoofd. God zag hem echter (…). Maar niet tevergeefs heeft hij geloofd, want daar beneden zijn armen van eeuwige liefde en ofschoon zij zich ook in afschuwelijke gedaante voordoen – want de HEERE beschikte een grote vis om Jona in te slokken – zo waren dat toch de liefde-armen Gods, die hem opvingen. Juist deze hellevaart, dit ingeslokt worden door een zeemonster, dit was zijn redding.’
Ds. Kohlbrugge zegt dat Jona werd opgevangen door de liefde-armen van God. Verder schrijft hij dat het zo met al Gods kinderen gaat, die door genade ’overboord’ mogen gaan om als reddelozen en verlorenen in zichzelf In Gods handen te mogen vallen. Hij zegt dat Gods kinderen in zulke omstandigheden ook denken verloren te gaan en van alle licht en leven te worden afgesneden, maar dat zij dán mogen ervaren: ’In deze toestand, die ons zo verschrikkelijk dunkt, is de Heere bij ons met Zijn hemel en met Zijn volle zaligheid’ (De profeet Jona, blz. 25).
En Jona was in het ingewand van den vis, drie dagen en drie nachten. Ook dat tijdsbestek was niet ’toevallig’, want ’hierdoor heeft God deze profeet gesteld tot een voorbeeld van onze Heere Jezus Christus’ (zegt kanttek. 49).
In de Bijbel staat: Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven (Hosea 6:2). Een profetie die ziet op de terugkeer van het Joodse volk uit de ballingschap, maar die vooral wijst op de geestelijke verlossing door de Heere Jezus Die op de derde dag opstond uit de dood (kanttek. 5).
In Jona 2 hebben we het gebed van de profeet. Dat gebed werd uitgesproken in de buik van de vis. Een bijzondere plaats. Er is door Gods kinderen al heel wat gebeden. Op verschillende tijden en op verschillende plaatsen.
Denk maar aan de drie jongelingen in de vurige oven, aan Daniël in de leeuwenkuil, aan Jozef in de put en aan Manasse in de gevangenis. Maar Jona was door eigen schuld wel in een heel bijzondere plaats terechtgekomen.
Een walvis slikte hem in en hij kwam in de benauwde en donkere ruimte van de buik terecht. Menselijkerwijs was ontkoming uit deze ’gevangenis’ onmogelijk. Maar hoe onmogelijk ook de verlossing scheen, Jona ging bidden.
We lezen in vers 1: En Jona bad tot den HEERE zijn God, uit het ingewand van den vis.
Dat is het grote voorrecht van Gods kinderen dat zij altijd en overal een toevlucht hebben.
Wat is er gebeden in tijden van oorlog en ziekte. Wat is er gebeden tijdens de watersnood van 1953 toen veel mensen bange uren in barre omstandigheden en onder groot levensgevaar moesten doorbrengen. Wat een gebeden zijn er gedaan op weg naar en in de concentratiekampen. Zelfs in de laatste ogenblikken van het leven toen niemand meer helpen kon.
De Heere Jezus bad aan de schandpaal: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn Geest (Luk. 23:46).
Altijd blijft er voor Gods kinderen nog een weg open: de weg naar Boven.
Ook Jona ging bidden. We lezen in de tekst dat hij ging bidden tot de HEERE zijn God.
Wat er ook gebeurd was, de HEERE bleef zijn God, zijn almachtige Verbonds-God.
Dat kwam duidelijk uit toen Jona zich uit de voeten maakte en wegvluchtte voor zijn God.
Hij sloeg een dwaalweg in, maar ’de HEERE zijn God’ kwam hem tegen en spaarde daarin geen vlees en bloed. Hij moest overboord en kwam in de buik van de vis terecht. Daar wilde de Heere hem hebben en in die vreselijke ruimte leerde de Heere hem bidden.

(Volgende keer D.V. 11. Jona’s gebed in de vis)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 mei 2013

De Wachter Sions | 8 Pagina's

10. Jona in de vis - 2

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 mei 2013

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken