Bekijk het origineel

Gehoorzaamheid aan Gods Woord of eigenwilligheid?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gehoorzaamheid aan Gods Woord of eigenwilligheid?

5 minuten leestijd

Te Luiten is Ds. van Lingen ook geweest om enkele broeders, die ontevreden zijn over de vereeniging, te sterken in hun optreden tegen hunnen eigen Gereformeerden Kerkeraad. Zij hebben onder leiding van dien emeritus-predikant een. door hen gestelden Kerkeraad laten bevestigen, die nu tegen den gereformeerden Kerkeraad aldaar zal optreden.
Dit is een zaak van groot gewicht. Maar hebben die broeders er nu vrijmoedigheid toe, op grond van Gods Woord ? Zegt hun conscientie: wij moeten zoo doen voor de eere onzes Heeren, wij mogen niet anders ? Zouden zij als er deswege de brandstapel of wat ook dreigde, als een Luther durven zeggen, ik kan niet anders, God helpe mij!
Het is noodig, dat allen, die in deze zaak medegaan of willen medegaan, zich eens ernstig onderzoeken.
Want als er persoonlijke neigingen drijven, voorkeur of afkeer van dit of dat, dan is dat toch geen grond, die voor God kan bestaan. Gij moet in uwe conscientie verzekerd zijn, dat gij zoo doen moet en niet anders kunt, tenzij gij ongehoorzaam en ontrouw zoudt wezen aan uwen Heere. Dan eerst kan men zulk eene ernstige zaak aanvangen, van namelijk een scheur te scheuren in eene Kerk des Heeren.”

H. S.

Toen we bovenstaand stuksken in de »Kerkbode van Overijsel en Drenthe,” geredigeerd door Dr. C. C. Schot, pred. der »Ger. Kerk,” te Hardenberg lazen, dachten we: hoe is het mogelijk, dat een doleerend predikant zoo schrijven durft! Wat was van af 1886 geheel het optreden van Doleerenden anders dan een optreden tegenover Gereformeerde Kerkeraden en Gemeenten, althans in die plaatsen, waar eene Christelijke Gereformeerde Gemeente was. Hieruit blijkt dan bij vernieuwing, volgens de eigen woorden van Ds. Schot, dat men aldaar van doleerende zijde alzoo doen moest, zou men niet ongehoorzaam en ontrouw zijn aan den Heere! Van meet af kwam ons dan ook het optreden der doleerenden als »eene zaak van groot gewicht” voor, juist omdat door het oprichten van tegenkerken metterdaad gezegd werd: »de Chr. Geref. Kerk is de Kerk des Heeren niet!”
Die »voorkeur of afkeer van dit of dat” was ons »geen graad, die voor God kon bestaan.” Wie gevoelt niet, waar het thans om gaat. Men moet willens blind zijn om dit nu nog niet te zien. En men moet, gelijk we meermalen gezegd hebben, en met stukken bewezen, zwart wit noemen om te verdedigen, wat straks door de menigte onzer tegenstanders zal worden gewraakt. IJzer en leem vereenigen niet!
Toch gaan mannen als L. L. en anderen, die vroeger aan onze zijde stonden, voort om het optreden der Chr. Ger. als sectarisme enz. te brandmerken. Trouwens, men verwachtte van hen niets anders; zij kunnen niet anders; met dergelijke vijgebladeren moet de schande van 17 Juni worden bedekt. Alleen de genade Gods kan ook die schande overwinnen en tot terugkeer bewegen met de erkentenis: wij hebben der vaderen erfenisse vertreden, onze historie verloochend, ons beginsel prijs gegeven, de gemeente verkocht, sloten en grendels verbroken om binnen te halen, gelijk door geestverwanten reeds openlijk is erkend, wat volstrekt vreemd is aan de Gereformeerde belijdenis,—vreemd, wat nog meer zegt, aan de praktijk der godzaligheid. Tegen zijne eigen broederen, met wie men geleefd, gebeden en gestreden heeft, keert men zich op de meest onbeschaamde wijze. Een biddag uitroepen tegen het getrouwe en oprechte volk, wier zonde alleen hierin bestaat, dat men voor den godsdienst der wijsbegeerte en voor de resultaten der kerkelijke politiek niet buigen wil! Wie heeft ooit zulks geboord?! Kamper docenten, die zelf het kunstwerk der Vereeniging in elkander hielpen vlechten, teekenen thans op eene lijst aan den kerkeraad van Kampen, om inlichting omtrent de Vereeniging te vragen. Kinderen kunnen het vatten, welk een gruwelijk spel aldus gespeeld wordt. Maar nu het volk begint in te zien, wat er eigenlijk is geschied, waar het om gaat en waartoe dat alles moet leiden, gaan veler oogen open. Vele zielen zuchten onder den jammervollen toestand van het Sion Gods.
En nu het kerkelijk drama is afgespeeld, nu wil men nog eens weêr hetzelfde stuk op politiek gebied beginnen.
Der verwarring en der verdeeldheden is geen einde, ‘t Zijn teekenen der tijden. Naar luid der profetie, zijn dat mede de beginselen der srnarte, en wee onzer, als de Heere voortgaat met de roede der verbarding en der verblindheid naar Zijne rechtvaardigheid ons volk te tuchtigen. In 1834 was de strijd tegen het ongeloof, — thans wordt het hoe langs hoe meer tegen ben, die daar roepen: »Heere! Heere!” Het begrip «Vrije Kerk” heeft zich in averechtsche lijn ontwikkeld, en hoe vrij nu de »Gereformeerde Kerken” zijn geworden, blijkt nu o. m. uit al de wetten en bepalingen, waaraan hare leden zich hebben te onderwerpen.
En als straks door de »Kerkbode’s” alles zal zijn bearbeid, de »Gideon” van weleer en »de Roeper” der Christ. Gereformeerden, — als zelfs «de Bazuin” geheel en al van snaren zal veranderd zijn, dan zal de stelling of steiger van het nieuw opgetrokken gebouw weggebroken, en het fonkelnieuwe front volkomen zichtbaar worden. Nog kunnen velen niet gelooven, dat er iets veranderd is. Men ziet nog tegen het steigerwerk en de omheining aan. Nog wordt er gemetseld en getimmerd en steeds hoort men hetzelfde praatje: »niets is veranderd!”
,» Wachter! wat is er van den nacht?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1893

De Wekker | 4 Pagina's

Gehoorzaamheid aan Gods Woord of eigenwilligheid?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1893

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken