Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoe moeten wij de „Geref. Kerken” beschouwen? (IV)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoe moeten wij de „Geref. Kerken” beschouwen? (IV)

5 minuten leestijd

Sam. Ik laat die doopsleer, Dirk, voor hen, die haar leeren willen. Als ik echter de waarheid zeggen moet, dan hoop ik toch, dat onze leeraar er nooit mede op den preêkstoel zal komen. Evenwel geloof ik niet dat die leer onze kerken in haar geheel ongereformeerd maken; de leer des Doops is altijd verschillend beschouwd.
Dirk. Zeker, Sam ! Zóó sprekende, als gij nu doet, dommelt gij gemakkelijk in ; en slaapt dan maar voort en leeft maar samen, en onderwijl zullen de Kuyper-beginselen of theoriën wel doorwerken.
Dat is ook de vloek van ‘92 geweest, die over ulieden gekomen is; — in plaats van op den wachttoren te staan, hebt gijlieden gesluimerd en gedroomd van rust en vrede en eenheid: en onderwijl werd de Kerk des Heeren uit hare vastigheden gerukt.
Sam. Och ja, Dirk! al naardat ge het opvat; maar ik luister nog altoos om te weten, hoe je de »Geref. Kerken” nu eigenlijk beschouwt. Eene ware kerk is het niet, en eene valsche kerk, naar ge zegt, niet; maar wat is ze dan wel?
Dirk, Het is heel goed, Sam! dat ge spreekt van èène kerk en niet van de kerk; want de kerk is het nooit geweest. Men moet goed in het oog houden, waar de Geref. Kerken,” die zich thans zoo noemen, vandaan zijn gekomen; en dan kunnen we heel spoedig weten, dat ze de ware Geref. Kerken niet kunnen zijn.
Sam. Hé, da’s wat nieuws, Dirk!
Niet kunnen zijn, zegt gij ?
Dirk. Neen, Sam! al was het zelfs, dat hij gereformeerd waren in de leer, dan nog kunnen zij niet de Geref. Kerk zijn, maar dan zouden wij ze hoogstens gelijk kunnen tellen met al die verstrooide vrije kerkjes en verschillende kerkgroepen, die, wat hun kerkelijk standpunt betreft, daar in het onbestemde ronddwalen.
Sam. O, zoo? Dus gij zoudt ze dan dwaalkerken willen noemen ?
Dirk. Ja, Sam, maar geene gereformeerde waalkerken, om zoo eens te zeggen (die zijn er eigenlijk niet), maar dwaalkerken, wat ,hun kerkelijk standpunt betreft, en ongereformeerde kerken, wat hunne belijdenis betreft.
Sam. Is hunne belijdenis dan niet zuiver,’Dirk ?
Dirk. Ik heb u gezegd, Sam! ze hebben die wel in hun vaandel geschreven — anders kunnen zij niet onder Gereformeerde vlag varen — maar zij brengen die niet in toepassing. Zij doen met de belijdenis precies als met Calvijn; zij gebruiken den naam om den naam te hebben, — meer niet.
Sam. Ik merk wel, Dirk! wat ik er ook tegen inbreng, het staat eenmaal bij vast, »de Geref. Kerken” zijn in uw oog ongereformeerd, omdat ze eenvoudig in hunne opvatting van sommige leerstukken van jelui verschillen; en nu gevoel ik mij niet n staat om daarover een rechtmatig oordeel uit te spreken. Maar ik wilde toch nog wel eens van u hooren, waarom gij ze nu dwaalkerken noemt? Dat gij ze vóór ‘92 zóó noemdet, toen het nog doleerende kerken waren, nu ja, dat kan ik toegeven ; want ook wij beschouwden ze toen als op een’ dwaalweg te zijn; maar na de »vereeniging” is het toch heel anders geworden ? Dirk. Ik ben blij, Sam! dat gij uwe doleerende broederen vóór ‘92 beschouwt (wat hun kerkelijk optreden betreft) als op een’ dwaalweg te zijn. Zóó komen we verder.
Dat »op een dwaalweg te zijn” bestond natuurlijk ook daarin, dat ze de Scheiding van ‘34 ongeoorloofd achten; en wat ongeoorloofd is, is niet Gods werk. God doet geene ongeoorloofde dingen ; derhalve miskenden zij dat werk als een werk des Heeren, en ten gevolge daarvan erkenden zij de Christ. Geref. Kerk niet als de ware kerk of gemeente des Heeren, maar als eene kerk, die van het spoor was afgegaan en zich-zelve van de kerk der vaderen had afgesneden, dus op een verkeerden dwaalweg was.
Wij, en van zelf ook gijlieden, toen wij nog allen Christ. Gereformeerd waren, keerden dat blaadje juist anders om; wij allen geloofden namelijk van heeler harte, dat het werk van ‘34 een werk des Heeren was, dat wij de wettige voortzetting waren van de kerk der vaderen, en dat de Doleerenden, door dit te miskennen, te veroordeelen, tegen-over de ware kerk des Heeren tegen-kerken gingen oprichten en alzoo op een’ dwaalweg wandelden, door zich tegen de belijdenis te stellen. Zeg mij nu eens, Sam! wanneer zijn zij van dat dwaalspoor teruggekeerd?
Sam. Ik zou meenen, Dirk! dat door de »vereeniging” die zaak is opgelost geworden.
Dirk. Ja, Sam! gij zoudt dat meenen, maar aan dat meenen hebben we nu weinig; geef nu eens één bewijs, maar ééntje, dat de Doleerenden gekomen zijn op den weg, dien de Christ. Gereformeerden vóór ‘92 bewandelden, waarvan qijlieden en wij allen geloofden, dat die weg de rechte was en door den Heere bevolen; als gij het kunt, dan beloof ik u te zullen gelooven, dat zij thans niet meer op dien ouden dwaalweg van ‘86 zijn.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 4 October 1895

De Wekker | 4 Pagina's

Hoe moeten wij de „Geref. Kerken” beschouwen? (IV)

Bekijk de hele uitgave van Friday 4 October 1895

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken