Bekijk het origineel

Avondgedachten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Avondgedachten

5 minuten leestijd

ZATERDAG.

Matth. 5 : 3. Zalig de armen van geest. Welk een wonder-evangelie. Zalig wil zeggen vol, vol gelat en die volheid wordt toegekend aan hen, die niets hebben, namelijk in eigen oog, want het woord beteekent „behoeftig ’. Zij, die zich arm kennen, die behoefte hebben voor hun geest, voor dat deel, dat hooger in beteekenis staat dan de ziel. Toch is het zoo, dat ervaart elk geloovige, hoe dieper hij zinkt, des te grooter wordt het verlossingswerk, des te heerlijker blinkt de majesteit van zijn God. Weg dan duivel van hoogmoed en inbeelding. Neen! niet in de hoogte, maar in de laagte! Weg met al die wegwerpelijke kleederen Ik wil geen rijke zijn, maar een arme, een boeteling, een bedelaar aan de voeten van mijn Koning. Hij, die zeer hoog woont, zie genadig in de laagte op den smeekeling neer; maar maak o Heer! mij ook recht arm.

ZONDAG.

Matth. 5 : 4 Zalig die treuren. Droefheid naar de wereld werkt den dood, droefheid naar God onberouwelijke bekeering. Welk een troost ligt in dat woord des Heeren. Gelooft gij dat woord of acht gij het leugen, gij, die weent over uwe zonden, die zielsbedroefd u gedurig gevoelt over uwen zielstoestand? Maar hoe zoudt ge mogen twijfelen aan hetgeen uit den mond der eeuwige waarheid is gegaan? Wischt de tranen dan af en heft uwe psalmen aan. Blijft treuren over uwe ellende: gij kunt niet te laag van uzelven denken of gij vindt bij dieper graven nog meer zonden, maar vergeet ook de zaligspreking niet, opdat het bij u, als bij den Apostel zij; droevig doch altijd. blijde.

MAANDAG.

Matth. 5:5. Zalig de zachtmoedigen. Te vuur en te zwaard zoeken Alexanders en Napoleons de wereldheerschappij te verkrijgen. Hun einde leert dat niet de vorst der duisternis maar de Heere het aardrijk geeft aan wie Hij wil en Hij wil het geven aan de zachtmoedigen. De Heere Christus was de zachtmoedige en nederige van hart, die alle macht heeft ontvangen in den hemel en op aarde. Wie Hem gelijkvormig wordt zal met Hem zitten op Zijnen troon. Mocht Gods genade geven wat de Heere Jezus zegt, dat wij van Bern moeten leeren. Mocht genade dat opbruisen der hartstochten, gevolg van den hoogmoed des harten, bedwingen. Mocht een ieder van ons uit zijnen goeden wandel zijne werken in zachtmoedige wijsheid bewijzen (Jac. 3 : 13), want zooals Jesaia (29: 19)) zegt, dezulken zullen vreugde op vreugde hebben.

DINSDAG.

Matth. 5 : 6. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. God voedt de Zijnen met honger en laaft ze met dorst, niet met honger naar brood, niet met dorst naar goud, maar zooals Psalm 42 leert met vurige begeerte naar God en zijn heil. Op alle onze eigene gerechtigheden schrijven wij zelve den dood; de Uwe alleen, Heere Jezus! kan voor God bestaan. Daar zoek ik naar. Met Uwen mantel wil ik bekleed worden, niet met eigengemaakte kleederen. Door uwe levenstoedeeling zij ook mijn leven in gerechtigheid. Daartoe toch hebt gij onze zonden in uw lichaam gedragen op het hout (1 Petr. 2.:24). Dat zij mijn borstwapen (Efez. G : 14). Dan oogst ik een vreedzamen vrucht (Hebr. 12: 11).

WOENSDAG.

Matth. 5 : 7. Zalig de barmhartigen. Barmhartigheid roemt tegen het oordeel. Indien het dan maar oprecht mag zijn, en ik niet het jagen naar menscheneer of loonzucht met dien schoonen naam tooi. De Heere is barmhartig en zeer genadig. Zijn geest maakt tot helpen, tot vertroosten bereid en bekwaam en waar Hij zelf dien zegen in het harte legt, verbindt Hij er weer een nieuwen zegen, eenn „zalig” aan. O hoe heerlijk! genade voor genade! Wat God zelf doet wil Hij nog loonen, alsof wij het hadden gedaan. Geschiedt mij geene barmhartigheid, dan ga ik verloren, Heere! maak mij dan barmhartig, opdat ik dien zegen verkrijgen mag !

DONDERDAG

Matth. 5 : 8. Zalig de reinen van hart. Is niet des menschen hart arglistig meer dan eenig ding ? Zoo kan dan niemand het Koninkrijk Gods zien, indien hij niet wedergeboren wordt, als niet het steenen hart wordt weggenomen en een vleeschen in de plaats gesteld, waarin de Heere Zijne wet schrijft. Neen ! geene uitwendige deugd of godsdienst helpt mij. Het natuurlijk hart maakt bij de aanraking de hand melaatsch. Alleen hart-veranderende genade redt, want uit het hart zijn de uitgangen des levens. Ach! ook na genade ontvangen te hebben is het zoo vaak weer bezoedeld, met. stof en allerlei onreinheid bevlekt. Heere! ontzondig mij en ik zal rein zijn, wasch mij en ik zal witter zijn dan sneeuw. Ik bid het u; want mijne ziel verlangt u te zien, eenmaal al Uwe heerlijkheid te aanschouwen. VRIJDAG

Matth. 5 : 9. Zalig de vreedzamen. „Vrede op aarde” zongen de engelen als de Vredevorst geboren was. Vrede was de zegen van den Hoogepriester des Ouden en Nieuwen Verbonds. Van vrede spreekt de Heere tot Zijne gunstgenooten. Ach, de wereld is verdoemelijk voor God, want hare stem is: oorlog; haar wezen: haat. Sedert God mij genadig werd gevoel ik de zonde daarvan en een lust naar vrede en rust. Die bid ik ook anderen toe, die bid ik voor mijzelven van God. Helaas! het goud is zoo verdonkerd. Overal rondom mij, ook niet het minst bij hen, die elkaar zoo zeer moesten dragen in liefde het bijten en opeten, en ik zelf, ach wie ben ik! Heere! wanneer zal er vrede komen in onze vesting, wanneer zal het weer zijn: ziet hoe lief ze elkander hebben? Leg zulk een vrede onder uw volk, dat het waarlijk door allen kan worden genoemd een huisgezin Gods, Gods kinderen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1896

De Wekker | 4 Pagina's

Avondgedachten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1896

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken