Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Bewaart het pand u toebetrouwd”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Bewaart het pand u toebetrouwd”

6 minuten leestijd

De lieer L. Lindeboom, leeraar a/d Theol. School te Kampen, deed een goed werk met onder bovenstaand motto zijne reeds in ons vorig no. aangekondigde brochure uit te geven, waarin het geschrift van de vier Docenten uit Kampen, getiteld »0p-leiding en Theologie”, ^onderzocht en gewogen’’ wordt.
Een eerste verdienste van dit laatste werkje van Docent Lindeboom bestaat hierin, dat we in dien vorm, waarin hij thans zijne gedachten mededeelt, de dingen beter en gemakkelijker kunnen bewaren, dan dat we dat alles uit couranten-artikelen moeten nazoeken. Wie deze laatste brochure van Lindeboom leest, zal daaruit zien, dat de punten in kwestie waarlijk niet zoo gering zijn als sommigen zulks doen voorkomen.
Docent Lindeboom spreekt nadrukkelijk in zijne brochure van eene botsing, welke tusschen hem en zijne ambtgenooten is ontstaan, en zulks omdat die ambtgenooten principieel zich aan de zijde van Dr. Kuyper hebben geschaard en mitsdien zich tegen de leering en voorstelling van hun’ collega Lindeboom hebben verklaard. De gemeenten, zegt de schrijver, zijn nu wel genoodzaakt te onderzoeken aan welke zijde het misverstand en de dwaling zij. Openhartig verklaart de heer L. dat zijne ervaring in betrekking tot al hut door hem geschrevene van of 1893 »niet bemoedigend is”. En de »Verklarings dan, door de vier andere docenten van Kampen gegeven ? Deze heeft, zegt de Schrijver, mij bedroefd en de ziel gewond.
»Luid en krachtige, zegt de Schrijver, »moet ik protesteeren tegen de totaal ave-rechtsche voorstelling in de brochure »van de Wetenschappelijke studie der Theologie”. En als conclusie zegt Lindeboom danzoo ziet men, waar bet heengaat: een nieuwe taak, een nieuw stelsel, uit een vreemd principe willen de broeders”.
En »van zulk een binnenloodsen van de Kantiaanscbe » wetenschap” hadden de broeders zich moeten onthouden”.
Het is geen mannenwerk, geen werk van Christelijke oprechtheid en moed, zegt Lindeboom, als men, onder de vlag van behoud en verbetering, de School te Kampen zoekt te deformeeren en te ondermijnen.
En wat is hiervan het gevolg ? Hoor, Docent L. zal het u zeggen: »De vier Docenten worden door datzelfde beginsel ook reeds gedrongen zichzelven van gedaante te veranderen en zich alzoo den grond, waarop zij arbeiden, onder de voeten weg te graven. Kras, vindt ge niet, waarde lezers 1 En waar Lindeboom vooral tegen opkomt is dit, dat de broeders hun gevoelen, hetwelk wortelt in hun begrip »»w eten schap c « in de plaats stellen van het gevoelen der Kerken, dat zij aldus den werkelijken staat van zaken in een geheel valsch licht zetten«.
En een vroeger genomen besluit dan, waarbij de Theol. School te Kampen volkomen behouden bleef? »Och,« zegt L., »de genoemde broeders hebben mij in hunne brochure doen lezen, dat dit besluit eigenlijk niet ernstig gemeend is, en dat men niet goed wist wat men wilde en mocht....« De verklaringen en getuigenissen, welke Docent Lindeboom aflegt, in betrekking tot hetgeen met de Theol. School te Kampen aan de orde is, zijn, in één woord gezegd, veelbeteekenend.
Of wat dunkt u van eene zinsnede als deze (zie pag. 43 van de brochure): De Theol. School is ten dezen opzichte volstrekt niet wat zij wezen moet; de nieuwe richting heeft haar kracht als kweekschool reeds merkbaar verminderd.” » Tegen bet doen van dr. Bavinck, zegt de schrijver, »heb ik dit bezwaar, dat hij de opdracht (als Docent) aannemend, zich niet daaraan gehouden heeft«.
Lindeboom stemt ook niet in met de zijns inziens veel te donker gekleurde schets van het Litt. onderwijs en de Litt. studie van vroeger en later en heden aan de Theol. School. Reeds, zegt hij, is die teekening door hare algemeenheid onwaar.
Niet minder kras en krachtig is de critiek, die volgt in zake de zoogenaamde tweeërlei Theologie van dr. Kuyper.
Ook de Heraut en zijne trompetters (als Holl. Kerkblad, Geld. Kerkbode, enz.) krijgen van Docent Lindeboom hun deel.
Op pag. 105 zijner brochure eindigt Lindeboom inet de opmerking, dat juist in dezelfde week, waarin onze van Velzen ten grave daalde, de brochure van de vier Kamper Docenten verscheen.
Het saamvallen van die beide feiten deed in des schrijvers ziel de vraag opkomen: zulten de kerken der Scheiding, zullen de vereenigde Kerken nu, nu de Vaderen zijn heengegaan, de oude posten verlaten?
De geachte schrijver eindigt zijne brochure met de herinnering aan een gesprek in ’88 tusschen Van Velzen en dr. Kuyper, waarbij Van Velzen Kuyper waarschuwde, dat mannen als K , met zulke groote gaven, lichtelijk kunnen vervoerd worden tot nieuwe en vreemde dingen. Daarbij betuigde toen Van Velzen met tranen in de oogen: »Geliefde broeder! wij hebben onze heerlijke, duidelijke, beproefde belijdenis, en daaraan moeten wij ons houden; alleen op dien grondslag mag vereeniging worden gezocht,«
»Als uit hunne graven«, zegt L., "klinke die roepstem der vaderen ons allen nu en voortdurend in het hart!«
Wat zal nu de Synode te Middelburg doen, die omtrent dit een en ander beslissing zal moeten nemen ? Zal zij Dr. Kuyper en de vier docenten uit Kampen behandelen, gelijk de bekende vergadering den heer Lohman heeft behandeld. Niemand gelooft dit.
Zal zij eene commissie van onderzoek en rapport benoemen, die over drie jaar de Synode verslag levert en er zich zoo afmaken? ’t Is best mogelijk.
En wat zal dan onze wakkere Lindeboom doen? En wat zal het arme jammerlijk misleidde volk doen, dat nog geene vrijmoedigheid heeft om met het kunstmatig en onnatuurlijk kerkverband te breken?
’t Schijnt ons toe, dat de toestand al donkerder en ongelukkiger wordt.
Het beginsel van geheel de kerkelijke actie deugt, niet. Het rust op bedriegelijke en onware gronden.
En nu kan men doen zooals men wil, de oprechten die niet slapen, zullen in een huis met zulk een ongelukkig fundament nooit vrede hebben.
En den smaad, de schade en het verdriet uwen broederen aangedaan, om hun pal-staan voor beginselen?
O, werd dit eens zonde en schuld voor God, wat zou men andere dingen zien gebeuren !
De roepstem uit der vaderen graf, bovenal de roepstem des Heeren onzes Gods verhinderde ons in 1892 te berusten in wat de Synode van dat jaar heeft gedaan.
En bij al de zwakheid en het gebrek, dat ons steeds aankleefde, danken we desniettemin den Heere, die ons verwaardigde weerstand te bieden tegen het roepen eener valschelijk genoemde wetenschap.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1896

De Wekker | 4 Pagina's

„Bewaart het pand u toebetrouwd”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1896

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken