Bekijk het origineel

De tarwe en het kaf

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De tarwe en het kaf

10 minuten leestijd

„Wiens wan in zijne hand is, en Hij zal Zijnen dorschvloer door zuiveren en Zijne tarwe in Zijne schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusschelijk vuur verbranden.” Mattheus 3 : 12

Het optreden Tan Johannes den Dooper was geheel overeenkomstig de profetie. In den geest en in de kracht van Elia, treedt Johannes als een ware boetprofeet op. Hij is gelijk Jesaja hem heeft aangekondigd: »De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt zijne paden recht.” Als een man vol des geloofs en des Heiligen Geestes, een ijveraar voor den Heere der heirscharen, doopt hij in de Jordaan en predikt hij, dat het koninkrijk Gods is nabij gekomen.
Onbewimpeld en onverschrokken brengt de zoon van Zacharias farizeeën en Sadduceeën hunne zonden onder de oogen, en met een: »Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden voor den toekomenden toorn”, iaat hij zijne waarschuwende stem hooren, er op wijzende, dat de bijl alreede aan den wortel der boomen is gelegd, en dat alle boom, die geen goede vrucht voortbrengt, uitgehouwen en in het vuur geworpen wordt.
Zulk een optreden was vreemd onder het volk, dat reeds 400 jaren zonder profeten was geweest. Zulk eene prediking ah die van Johannes moest onder de toenmalige omstandigheden wel een machtigen invloed hebben. Geen wonder dan ook, dat bij sommigen de vraag rees, of deze niet de Christus ware.
Maar neen, Johannes laat het volk hieromtrent niet in het onzekere. Hij is de Christus niet. »Ik doop u wel met water tot bekeering”, zoo zegt hu” tot het volk, »maar die na mij komt, is sterker dan ik, wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; die zal u met den Heiligen Geest en met vuur doopen.”
»Wiens wan in Zijne hand is”. Daarmee wijst Johannes aan, hoe en op wat wijze Christus zich zal openbaren, evenals een landman, die tot zijn dorschvloer komt, waar koren en kaf ondereen is vermengd, maar die nu de wan, als een daartoe geschikt instrument, in handen neemt en daarmee het koren van ‘t kaf gaat zuiveren, ten node én het koren én het kaf tot zijne bestemming te brengen. De tarwe als bet goede graan wordt in de schuur opgeborgen, en het kaf, nergens anders toe geschikt, wordt met vuur verbrand, In ‘t k men van Christus tot zijnen dorschvloer kunnen we allereerst verstaan de Joodsche kerk, gelijk in latere tijden ook de kerk uit Joden en Heidenen als de dorschvloer van Christus kan worden aangemerkt. In beide gevallen zien we, hoe in alle tijden n de openbaring van Christus’ kerk koren en kaf wordt gevonden.
Alleen Labbadieten meenden een kerk uit enkel koren zonder kaf te kunnen stichten.
Hoe allertreurigst het in de dagen van Johannes den Dooper en tijdens Christus’ omwandeling op aarde met Christus’ dorschvloer gesteld was, kan de geschiedenis ons leeren.
Gekomen tot het Zijne, hebben de Zijnen Hem niet aangenomen. Christus zelf heeft getuigd : »de menschen hadden de duisternis Liever dan het licht; want hunne werken waren boos”.
Meer nog dan het optreden van den wegbereider zou het optreden van Gods Zoon de aandacht trekken.
Nooit had een mensch gesproken gelijk deze Mensch, die machtig was in woorden en werken voor God en al het volk. En wat men allerminst vermoedde, zou toch blijken waar te zijn: de profetie van den Dooper zon vervuld worden. Scheiding, schifting en zuivering zou op den dorschvloer der Joodsche kerk komen. Daartoe was Christus gekomen met zijn wan in de hand.
Zijn Woord zou als wan dienst doen om scheiding te maken tusschen menschen en menschen. Met een onweerstaanbare kracht zou Zijn woord als een zuurdeeg werken. Verootmoediging en verbrijzeling des harten zou bij den één, verharding, onbekeerlijkheid en vijandschap zou bij anderen zich openbaren. En als men vragen zoo: hoe kan dat zijn? dan antwoordt de Zoon des Menschen: »lk ben gekomen om den mensch tweedrachtig te maken tegen zijnen vader en de dochter tegen hare moeder, en de schoondochter tegen hare schoon mui der, en zij zullen des menschen vijanden worden, die zijne huisgenooten zijn.”
De wan des goddelijken Woords duldt geen vereenzelviging van koren en kaf. Dat Woord grijpt verstand, hart en geweten aan. Dat Woord komt tot den mensch als een hamer en een vuur. Dat Woord vraagt naar geen menschelijke overleggingen, naar geen wijsgeerige redeneeringen, naar geen vleeschelijke oogmerken. Dat Woord is een spiegel, welke den mensch zijn ware gedaante te aanschouwen geeft. Wie dat Woord niet kent of met Gods Woord geen rekening houdt, kan kat voor koren en koren voor kaf aanzien. Maar wie met dat Woord in aanraking kooit, wie onder het licht leeft, zal in eigen persoon het bewijs leveren, dat God is Woord nooit ledig wederkeert. Op de wan gekomen, en dan bearbeid, worden koren en kaf beide kenbaar.
Maar meer nog dan dit. Wat Johannes niet vermag, dat zal Christus doen: Hij zal doopen met den Heiligen Geest en met vuur. tiet Woord alleen is niet genoeg. Bij het Woord zal Christus zijnen Geest paren, en vooral door de werking van dien geest zal blijken, dat Christus’ komst inderdaad eene scheiding veroorzaakt, eene zuivering op Zijnen dorschvloer teweegbrengt.
De Geest is het, die levend maakt. En al wat leven is en leven bezit, heeft een afkeer van den dood.
Daaruit moet worden verklaard, hoe onderscheiden de betrekking kan zijn van den eenen mensch tot den anderen.
Wie geen geestelijk leven kent noch bezit, kan met alle menschen verkeren. Die uit God geboren is, kent God en heeft de broeders lied. Deze kennen en gevoelen eene geestelijke verwantschap tot en met allen, die uit God geboren zijn. Al kwamen ze dan ook uit verren lande, dan smelten toch hunne harten in één. Alle oprecht geloovigen, die waarlijk zijn wedergeboren, en mitsdien van den dood zijn overgegaan in het leven, zijn de tarwe, en allen, die niet gelooven, en niet wedergeboren zijn, behooren tot het kaf. Tijdelijk kunnen koren en kaf ondereen zijn vermengd, en op deze aarde is zelfs geen koren zonder kaf denkbaar, maar éénmaal breekt het oogenblik aan, dat beide van elkander moeten gescheiden worden.
Het kaf moet slechts dienst doen om het koren tot rijpheid te brengen. Doch als het graan rijp geworden en gedorscht is, dan worden door het dorschen de graankorrels losgemaakt van het kal, om dan verder door wan of windmolen gezuiverd te worden. Het koren wordt dan gebroken en tot meel gemaakt, en daaruit wordt het brood bereid.
Volstrekte scheiding en zuivering zal eerst dan plaats hebben, als Christus op de wolken komt om te oordeelen.
In dit leven zien we slechts het begin. Hier zien we, als God er ons oogen voor geeft om te zien, het onderscheid tusschen tarwe en kaf. En dat zien is altijd nog zoo, dat wel duidelijk een algemeen vóór en legen Christus zich openbaart, doch wat betreft het persoonlijk leven, dan ziet de mensch aan, wat voor oogen is, terwijl alleen de Heere het harte kent.
Daarom wordt in de beoordeeling van menschen onzerzijds steeds zoo groote voorzichtigheid geëiseht.
Menschen, die zoo haastig en zoo gereed zijn met te zeggen: die man of die vrouw is bekeerd of onbekeerd, zijn zoo door en door onvoorzichtig, zij doen zulk een groote zonde. Zij matigen zich een recht aan, hetwelk alleen den alwetenden God toekomt. Zoo licht kunt ge kaf voor koren, maar ook zoo licht koren voor kaf aanzien. Een farizeeër kan als gepollijst Christen zich voordoen, en een boetvaardige zondaar of zondares kan zich wegens onwaardigheidsgevoel zoozeer op den achtergrond stellen, dat deze haast niet opgemerkt wordt.
Schoone woorden en vormen kunnen zoo licht bekoren en innemen, terwijl bij anderen het heilige vuur tijdelijk als ouder de asch kan verscholen zijn.
Toch kent de Heere het wormke Jakobs. Hij zal zich over zijne ellendigen ontfermen.
Als men dit dan maar niet zoover uitstrekt, gelijk sommigen doen, oen daaruit te bestuiten, dat alle tucht in de gemeente en alle zuivering van Christus’ dorschvloer aan den Heiligen Geest moet worden overgelaten, en daarmee de kerk het recht zon ontzegd worden, om tucht te oefenen over hare leien.
Zulk een ziekelijke, onbijbelsche, ongereformeerde leer moeten we met alle kracht tegenstaan.
Al wat men uit de H. S. wil bijbrengen om deze meening te verdedigen, moet als contrabande worden afgewezen. Wie de Schrift uit zijn verband rukt, om eigen meening daarin te leggen, maakt zich schuldig aan verdraaien van Gods Woord. God ‘s heilig, en Zijn verbond is heilig, en de Heere wil, dat we in heiligheid Hem zullen dienen.
Waan hoereerders, dronkaards, lasteraars van Gods heiligen Naam, Sabbathschenders en al dergelijke menschen tot de verbondstafel worden toegelaten, zonder recht tot wering van dezulken, daar wordt Gods heilige wet niet geërbiedigd, Christus verloochend, daar heeft men een huis, dat tegen zichzelven is verdeeld, en dat kan niet bestaan.
Wel zal het zelfs in de zuiverste kerk nooit gelukken, alle geveinsden van de oprechten te onderscheiden, maar dat mag de gemeente des Heeren niet ontslaan van haar hoogheilige roeping, om uit de gemeenschap der heiligen te weren allen, die door een onchristelijke leer of een onchristelijk leven zal openbaren als openbare vijanden des Heeren,
Christus, de Heere, zal komen met de wan in Zijne band. De volkomene vervulling dezer woorden zal eerst dan worden aanschouwd, als Hij, als de Rechter over levenden en dooden, de volken zal dagen voor Zijne vierschaar.
Dan zal de tarwe aan Zijne rechterhand en het kaf aan zijne linkerhand verzameld worden. Dan zal de volkomen en daarmee or k de eeuwigdurende scheiding plaats hebben. Dan zal het groote onderscheid tusschen tarwe en kaf aan ‘t licht komen voor ‘t oog aller stervelingen.
Op den dorschvloer kan kaf zoowel als tarwe komen, doch in de plaats, waar de tarwe wordt vergaderd, zal en kan het kaf niet komen. Daar zorgt de hemelsche Landman voor. Hij verzekert het ons op de krachtigste wijze.
Ontzettend is de tegenstelling tusschen de plaats, waar de tarwe, en die, waar ‘t kaf verzameld wordt. Die tegenstelling doet ons denken aan het land der ruste, aan de zaligheid des hemels, aan al de heerlijkheid, welke Christus als de Borge des Verbonds voor de Zijnen heeft verworven en bereid.
Dat toch zal het deel zijn dergenen, die hier onder het zinnebeeld van tarwe worden voorgesteld, menschen, wat hun oorsprong uit Adam betreft, aan alle anderen gelijk, maar door Gods eeuwige liefde en Ontferming verkoren, geroepen, wedergeboren, gerechtvaardigd, geheiligd en opgeschreven ten eeuwigen leven.
Anders is het met hen, die onder het zinnebeeld van kaf worden bedoeld. Dat onuitblusschelijk vuur doet ons denken aan de helsche straf. Van de verdoemden in de hel getuigt de Heere, dat hun worm niet sterft en hun: vuur niet uitgebluscht wordt. Vreeselijk lot! Den dood te zoeken zonder dien te vinden. Te bidden zonder ooit verhoord te worden. Een eeuwigdurende wroeging en zelfverwijt: „Ik ben geroepen, maar ik heb geweigerd naar Gods stem te hooren.
Christus is mij tot zaligheid gepredikt, maar ik heb niet geloofd. Er is zooveel en zoolang geklopt aan de deur van mijn hart, maar ik heb steeds geweigerd open te doen.”
Eeuwig rust de vloek en toorn op hen, die zich van Christus hebben afgekeerd. Dat zal het deel zijn van allen, die geweigerd hebben naar Gods stem te hooren.
Hij komt, wiens wan in Zijne hand is.
Hij komt, de Heere, de rechtvaardige Rechter.
Hij komt; zalig, wie bereid mag zijn, om als de tarwe te worden ingezameld.
Nog maar een weinig tijds, en de goddeloozen zullen niet meer zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1897

De Wekker | 4 Pagina's

De tarwe en het kaf

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1897

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken