Bekijk het origineel

De vervolging te Oud-Beierland (IV)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De vervolging te Oud-Beierland (IV)

4 minuten leestijd

In No. 997 van „de Heraut” besprak Dr. Kuyper de geschiedenis van Oud- Beierland en zeide o. m., „dat het bekende vonnis in zooverre iets waard is, dat het zulke gansch willekeurige scheurmakerij niet aanmoedigt.”
„Maar van den anderen kant”, zoo lezen we verder, „handhaaft de Gereformeerde belijdenis even stellig den plicht om overeenkomstig de beginselen der Reformatie, onder zekere omstandigheden, wel ter dege den bond met het instituut te breken, en op beteren grondslag zich te re-institueeren, en nu kan het zeer goed zijn, dat het vonnis dit tweede beginsel wraakt.”
Natuurlijk is alzoo, volgens Dr. K., wat te Oud-Beierland en evenzoo op andere plaatsen geschiedde, niets anders dan gansch willekeurige scheurmakerij. Doch let wel: dezelfde scheurmakerij, als waaraan Dr. Kuyper zich heeft schuldig gemaakt, en waartoe hij zooveel anderen heeft aangezet om toch hetzelfde te doen.
Zuiver met de maat gemeten, en op de weegschaal gewogen, zal er in dezen zin wel moeilijk grooter scheurmaker in Nederland zijn te vinden dan juist Dr. Kuyper, die zich het recht aanmatigt, anderen daarvoor te schelden.
Én zegt K., dat het vonnis van de Rechtbank te Dordrecht hem en den zijnen i e t s waard is, voor ons Christelijke Gereformeerden is het veel waard. Of dat „iets” grond zal hebben om van de overzijde er zich in te verblijden, zal later blijken. Het moet nog bewezen worden. Voor ons behoeft het echter geen bewijs meer, naardien het nu goed en afdoende bewezen is, hoe men in het vervolgen van zijne mede-christenen, die niets onbehoorlijks hebben gedaan, de gansche wereld heeft doen zien, wat het woord „gereformeerd” in het woordenboek der „Gereformeerden” beteekent.
Al zoo lang en zooveel is op allerlei wijze daartegen gewaarschuwd, maar och, dan was dit onkunde, vooroordeel, vijandschap, en zoo al meer.
Nu is het zichtbaar geworden, wat de aanhangers van Dr. Kuyper zoeken en bedoelen.
Voor zich wil men de autonomie der gemeente tot in het absolute doordrijven, n.l. als men maar op die wijze de Herv. gemeenten had kunnen losmaken. Anderen betwist men dat recht. Op de vraag waarom antwoordt Dr. Kuyper: wel, ik en de mijnen willen op beteren grondslag re-institueeren, maar gij, Christ. Gereformeerden, gaat met uw breken van het kerkverband van het betere tot het mindere over. Zoo maakt men dan het objectieve subjectief en het subjectieve objectief, al naar het te pas komt. Vooral het laatste gedeelte van art. 29 der Nederl. geloofsbelijdenis pleit niet in het voordeel van hen, die onze Oud-Beierlandsche broeders en zusters zijn begonnen openlijk te vervolgen.
En hoe bitter en smartelijk deze dingen wel zijn, en hoe schandelijk voor hen, die zoo den naam gereformeerd ontsieren en beleedigen, toch is het maar goed, dat men flink voor den dag komt. Hard slapenden worden anders niet wakker. De groote menigte der gereformeerde optimisten zal nu wel eens een weinig tot kalmte komen.
De mannen, die hebben medegewerkt om de Christ. Gerei”. Kerk aan de doleantie over te leveren, kunnen nu eens nadenken over de vrucht van hun werk.
En de schande, welke zij op zich hebben geladen, zal het nageslacht nog daarvan doen getuigen.
En wat het grootste van alles is (de geschiedenis heeft dit meermalen geleerd) er is geen beter middel om zichzelven af te breken, en om Gods heilig ongenoegen op zich te laden, dan dat men feitelijk optreedt, gelijk men te Oud-Beierland deed, met de gemeente, met het volk Gods te vervolgen. Of mag die tot haar vorig standpunt teruggekeerde gemeente den naam van gemeente niet dragen? Zijn er in die gemeente dan geene kinderen Gods?
‘t Is niet begonnen om ‘t kerkegoed, „niet om de knikkers, maar om ‘t spel”, zegt Dr. Kuyper.
Eilieve, waarom is Dr. Kuyper al twee, driemaal veranderd? Eerst Ned. Hervormd, toen Doleerend, later „Gereformeerd.” En kunnen zij, die Dr. K. slaafs volgen, nu zoo in anderen afkeuren en haten, wat zij in hun eigen leider loven en prijzen? „Maar,” zal men zeggen, „zoo dikwijls Dr. Kuyper veranderde van kerkgenootschap of van richting en van kerkbegrip, deed hij dit om te verbeteren,”
Juist. Zoo ook ging het den broederen te Oud-Beierland, echter met dit onderscheid, dat zij er tegen wil en zin door de aanmatiging eener Synode in waren gebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1897

De Wekker | 4 Pagina's

De vervolging te Oud-Beierland (IV)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1897

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken