Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een ware vereeniging? (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een ware vereeniging? (II)

4 minuten leestijd

Die bekende kerkelijke combinatie van 1892 is dus, volgens Ds. Gispen, »eene ware vereeniging” geweest. Dit toch volgt uit ’s mans eigen redeneering, doorgelaten de hypothese (in den vorm eener vraag uitgesproken) dat du Doleerenden immers »hoofd voor hoofd en man voor man opnieuw belijdenis van hun geloof doende, hun ambt hadden moeten nederleggen aan onze voeten.” Wij zouden wel eens willen vragen aan Ds. Gispen hoe en op wat wijze ZEerw. met zijn kerkeraad vroeger handelde als leden zich bij zijne gemeente wenschten aan te sluiten, leden, die uit eene kerk kwamen, waar de waarheid werd geduld, maaide leugen heerschte. Schreef Ds. Gispen met zijn kerkeraad zulke gezinnen dan maar zoo onvoorwaardelijk, op hun verzoek, in op het lidmatenboek, of werd vooraf door den kerkeraad een onderzoek ingesteld en werden zulke menschen door of vanwege den kerkeraad eerst gehoord, om vervolgens aan de gemeente voorgedragen en eerst daarna — nadat gebleken was, dat geen der leden wettige bezwaren daartegen had in te brengen — het lidmaat-zijn der zoodanigen geconstateerd, daargelaten onder welken vorm dan ook de zaak voltrokken werd. Ds, Gispen heeft ook geleefd en gediend onder de bepaling (wij meenen dooide Synode van Groningen in ’t leven geroepen) welke voorschrijft, dat kij eventueele overkomst van leden uit de Ned, Herv. Kerk door iederen kerkeraad moet worden onderzocht, als er in zulke gezinnen kinderen zijn, of deze zijn gedoopt, en zoo ja of ze met de bekende instellingswoorden gedoopt zijn. Met het oog op het modernisme oordeelde destijds de Synode dezen maatregel noodzakelijk.
Bleek bij onderzoek, dat zulke kinderen niet naar en overeenkomstig het voorschrift van den Heere Jezus waren gedoopt, dan werd zulk eeu doop niet erkend.
Tot juist begrip van zaken is nu noodig te vragen: wie waren de Doleerenden, met wie de Synode der Christ. Geref. Kerk in 1892 vereenigde?
Het waren allen menschen, die zonder hun lidmaatschap op te zeggen, zich onttrokken aan de besturen van de Ned. Herv. Kerk, zich onderling vereenigden onder leiding van Dr. Kuyper, ons tegenover de Christelijke Gereformeerde Kerk eene kerkelijke vereeniging te stichten. In de kerkelijke wereld noemden deze zich Ned. doleerende Kerken, en bij den Staat gaf men zich aan onder den naam van Vereeniging » De Kerkelijke Kas.”
Om tot die vereeniging: toe te treden was alleen maar noodig, dat men zijn naam op het papier zette of liet zetten.
Van onderzoek naar belijdenis was geen sprake!
Gecensureerde en afgesnelden leden van de Christ. Geref. Kerk zoowel als openbare overtreders van Gods geboden traden met hoopen toe. We zouden heel wat voorbeelden daarvan bij name kunnen noemen!
Op de vraag, hoe deze nieuwe vereeniging van zich noemende Doleerenden over de Christ. Geref. Kerk dacht, moet men lezen wat in die dagen in ’t publiek werd geschreven. Die kerk was »krank in den levens wortel,” zeiden die Doleerenden, en daarom kon van vereenigen met die Kerk geen sprake zijn!
Men was intusschen begonnen te procedeeren, en leefde in de hoop, dat men de goederen der Hervormde Kerk zou machtig worden.
Gelukte dit, welnu, dan was dit desnoods met een tonne gouds niet te duur betaald.
Die toeleg mislukte echter totaal! Het volk moest daarop de duizenden aan proceskosten betalen en men had voor goed begrepen: dit ideaal kan als als verloren worden beschouwd!
Het tij was verloopen en nu werden de bakens verzet. Men werd nu vriendelijker en toeschietelijker tegenover de Christelijke Gereformeerden!
Alle bezwaren tegen hen werden ten slotte (in schijn!) gereduceerd tot één ; dit was het reglement van 1869. En nadat men op gemoedelijke toon eenige woordvoerders en schrijvers voor zijne zienswijze had gewonnen, en genoemd reglement, waar veel diplomatie aan te pas kwam, der gemeenten ontfutseld had, begon men op ernstigen toon over het wenschelijke en noodzakelijke eener vereeniging te spreken en te schrijven.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1897

De Wekker | 4 Pagina's

Een ware vereeniging? (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1897

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken