Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geschiedenis van de Kerk des Heeren in Nederland, gedurende de laatste eeuw.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geschiedenis van de Kerk des Heeren in Nederland, gedurende de laatste eeuw.

Afdeeling IV - De Christelijke Gereformeerde Kerk.

6 minuten leestijd

1869—1892.

III.

Hoewel nu de vereeniging een voldongen feit was geworden, waren er toch nog altijd enkele punten, die nadere regeling vereischten. Daarom benoemde de voorzitter eene commissie van twee personen, om met de afgevaardigden van de Synode der Ger. Kerk die zaken te bespreken en met een voorstel ter vergadering te komen. Docent S. van Velzen en ds. W.H. Gispen worden daarvoor aangewezen. Beide verlaten de vergadering, confereeren met de broeders der Ger. Kerk en komen daarna met een voorstel, dat met wederzijdsch goedvinden aldus wordt vastgesteld:
1e. In de toepassing der tucht kunnen de kerkeraden, die zich ter zelfde plaats bevinden, gezamelijk handelen. Overigens wordt, met betrekking tot de samenwerking, aan iedere gemeente in de bedoelde plaatsen overgelaten zoo te handelen, als haar het geschikste voorkomt.
2e. De studenten zullen desverkiezende volgens het reglement, waaronder zij aangenomen zijn, opgeleid worden. Wie voortaan zich aangeeft om tob de H. bediening te komen, zal zijne opleiding niet anders ontvangen, dan volgens het reglement der geheele vereeniging, dat te Kampen vigeert. Wat het examen betreft van hen, die tegenwoordig tot de H. bediening opgeleid worden, het praeparatoir der studenten van de zijde der Gereformeerde Gemeente zal worden afgenomen door de Commissie, die daarvoor bestaat.
Het peremptoir-examen wordt afgenomen in de volledige Classis, waar zij geroepen worden.
3e. Nog is de wensch te kennen gegeven, dat gelijk tegenwoordig in de Gereformeerde Gemeenten eiken eersten Donderdag van de maand een biduur gehouden wordt om de uitstorting van den H. Geest, waarop zij de kennelijke goedkeuring en zegen des Heeren ontvangen hebben, alzoo op de afzondering van een biduur zoo mogelijk algemeen worde aangedrongen.
Nadat al deze zaken geregeld waren, nemen de broeders afgevaardigden der Ger. Kerk afscheid van de Synode bij monde van ds. W.G. Smitt, die roet dankzegging aan den Heers voor het vele goede, dat hun geschonken was, ook de vergadering dankt voor de gulle hartelijke ontvangst.
En nadat al de te behandelen punten door de Synode waren afgehandeld, neemt decent van Velzen het woord, en zegt o.a.: »Menigeen, toen hij zich voor de reis naar Middelburg gereed maakte, was niet zonder bezwaren. Maar hoe genoeglijk zijn we hier geweest, hoe gewenscht heeft ons verblijf hier voortgeduurd! Wij waren ineen stad vergaderd, wier naam voorkomt onder de plaatsen, waar de beroemde Synodale vergaderingen der zestiende en zeventiende eeuw gehouden zijn. Ook de Synode van Middelburg van 1869 zal, mogen we verwachten, bij tijdgenoot en nakomeling in dankbaar aandenken gehouden worden. Wij zagen ons verzameld in een kerkgebouw (de Gasthuiskerk), waar een der meest gezegende leeraren der Kerk in ons Vaderland (ds. B. Smijtegelt) voor anderhalve, eeuw de gemeente is voorgegaan: één der leeraren, wier geschriften nog aan een dankbaar nageslacht tot voedsel strekken. Het is mij, alsof ik hem hoor, gelijk hij met krachtige stem ernstig, liefderijk en getrouw tot ontdekking, bestraffing, bestiering en vertroosting sprak. Het is mij, alsof ik hem dáár zie staan, gelijk hij bij het vooruitzicht van donkere tijden zijn hart uitstortte in gebeden tot God, en smeekte voor de bewaring der Gemeente in de waarheid en de liefde. Zeker heeft hij menigmaal voor de kerk in ons vaderland tot God gebeden. En God heeft verhoord: wij zijn getuigen!
De waarheid, die door hem verkondigd is, wordt ook door ons beleden. Al de gemeenten, die hier vertegenwoordigd zijn, gevoelen zich met deze waarheid verbonden; in deze vergadering zijn broeders en gemeenten, die vele jaren van elkander verwijderd waren, hereenigd, en vele besluiten zijn er genomen, die onder den zegen des Heeren tot bevestiging, uitbreiding en opbouw der gemeenten zullen strekken.”
Is het wonder, dat vader van Velzen aldus sprak? Mochten wij allen ons zoo aan de waarheid verbonden gevoelen, door onze voorvaderen op zoo krachtige wijze verdedigd, als deze vader der scheiding, dan zouden we waken en bidden en strijden onder de banier der Waarheid en de Heere zou Zijn gunst en zegen over ons gebieden!
Ook op de volgende Synode, van 5 tot 20 Juni 1872 te Groningen gehouden, werden nog enkele punten aangaande de vereeniging besproken, maar daar dit zaken van onderschrift belang betrof, kunnen we daarover zwijgen. Eén zaak moeten we nog noemen: het door de z.g. Geref. Kerk (doleerende) zoo gewraakte reglement van 1869. Wat hield dit reglement in? Eenvoudig een kennisgeving van de wijze, waarop de kerk bestond en werd geregeerd. Niets staat er in van een vragen aan de regeering om te mogen bestaan; niets van eenige afwijking van de kerkregeering onzer vaderen, voor zoover de tijdsomstandigheden geen verandering noodzakelijk maakten; niets, dat aan de kerk een collegiaal karakter geeft, hoe zeer men het er ook in gezocht heeft, Reeds door ds. Gispen van Amsterdam werd vooral dit laatste in de Bazuin helder aangetoond voor enkele jaren — en toch: dat reglement was de steen des aanstoots, die moest worden opgeruimd, zouden de mannen van ’86 met de Chr. Ger. Kerk kunnen onderhandelen! Maar de uitkomst heeft bewezen, dat er een geheel andere reden voor bestond, doch daarover later! En nog altijd wordt, ook in particulier gesprek, dat reglementscherp afgekeurd, en vele leden van de Christelijke Gereformeerde Kerk kunnen zich op dat punt niet verdedigen, omdat ze dat reglement niet kennen. Ja velen der vroegere doleerenden veroordeelen het, zonder het ooit te hebben gelezen, alleen op gezag van de groote geleerden van Amsterdam. En toch is het noodzakelijk een zaak te kennen, voor men haar veroordeelt! En even noodzakelijk is het een zaak te kennen, zal men haar kunnen verdedigen! Daarom zullen we D.V. een volgende maal dat zoo zeer veroordeelde reglement doen afdrukken; dan kan men oordeelen!
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1900

De Wekker | 4 Pagina's

Geschiedenis van de Kerk des Heeren in Nederland, gedurende de laatste eeuw.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1900

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken