Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De heilige Doop

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De heilige Doop

7 minuten leestijd

Ons formulier voor den doop zegt te recht dat de doop in de plaats der besnijdenis gekomen is, niet alsof die de besnijdenis had ontvangen niet meer noodig had gedoopt te worden, integendeel, Johannes doopte de zonen Abrahams en op den pinksterdag werden Joden en Jodengenooten gedoopt. Dat lag in den aard der zaak. Door de besnijdenis werd men onder de eischen der wet gesteld, door den doop het rijk der genade in geleid. Voor het oude verbond was een ander teeken en zegel dan voor het nieuwe.
Daarentegen erkennen wij, dat de doop van Johannes Baptista geene andere was dan die door den Heere Jezus is ingesteld. De prediking van beiden was »Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen” (Mat. 3:2; 4:17) en met den last tot diezelfde prediking werden de discipelen tot de verlorene schapen van het huis Israëls gezonden (10:7)”. Die van Johannes tot Christus overkwamen hebben dan ook niet weder den waterdoop ontvangen. Immers volgens Joh. 4:2 doopte Jezus niet zelf maar Zijne discipelen. Van wien kunnen zij dien dan anders hebben ontvangen dan van den zoon van Zacharias, die niet heeft gezegd, dat op datzelfde oogenblik de Heilige geest uit den hemel in hen kwam, maar wel dat Hij komen zou, die met den Geest zou doopen. Hij is gekomen, on Hij heeft het gedaan jaren na den waterdoop op den pinksterdag, en op dien dag hebben die discipelen de duizenden gedoopt en hen op dezelfde belofte gewezen, zonder eenige bepaling van den tijd, waarop dat geschieden zou, evenals waarop de Dooper hunne verwachting had gevestigd.
Onze oude gereformeerden theologen gevoelden en leerden daarom ook dat er in het wezen des doops van Johannes en Jezus geen verschil bestond. Calvijn zegt: „het is volstrekt de bedoeling van Johannes niet geweest zijn doop te onderscheiden van dien, welken Christus aan Zijne discipelen heeft opgedragen en waarvan hij bet voortdurend gebruik voor Zijne gemeente heeft bepaald. Het eene zichtbare teeken wordt niet tegenover het andere gesteld, maar terwijl de personen nevens elkander worden geplaatst leert hij, wat de Meester en wat den dienaar is toe te kennen. Hieruit besluiten wij de algemeene leer, wat in den doop het werk is van den mensch en wat de zone Gods als het Zijne behoudt, want aan de menschen is alleen van het uitwendige en zichtbare teeken de bediening opgedragen, maar de waarheid zelve zetelt alleen bij Christus zelven. — De dienaar wordt met den Heere vergeleken, zoodat Hij alles heeft en de dienaar tot niets moet worden teruggebracht.”
Tegenover dit schijnt schijnbaar te strijden wat wij lezen in Hand. 19:2 v. Paulus vond te Efeze discipelen, die hem deden twijfelen of zij wel tot de gemeente van Christus behoorden. Hij vraagt hun: »Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? Zij zeiden: «Wij hebben zelfs niet gehoord of er een Heilige Geest is.”
Nu begreep de Apostel, dat zij dan ook niet waren gedoopt met de woorden der instelling onzes Heeren; dan toch hadden zij van den Heiligen Geest moeten hooren. Daarom vraagde hij verder: waarin zijt gij dan gedoopt! En zij zeide: In den doop van Johannes.” Na onderwijzing zegt ons Lukas: »en die (hem) hoorden werden gedoopt in den naam van den Heere Jezus.”
Heeft dan hier een herdoop plaats gehad? Calvijn zegt: „herdoopt, ik ontken het” (rebaptizatos nego). Niet geheel duidelijk, om niet sterker te spreken, is wat Dr. Kuyper in „voor een Distel een mirt (pag. 97) zegt: „vandaar dat thans bij den Heiligen doop iets anders plaats grijpt dan bij den doop van Johannes. Nu niet maar enkel de uitwendige Doop met water door een mensch, maar gelijktijdig de inwendige Doop met den Heiligen Geest door Christus uit den hemel. Ontbrak dit laatste dan zou er geen Christelijke Doop, maar nog alleen een Johannes-Doop zijn. En dat zoekt ge toch niet in de kern des Heeren.”
De woorden van Hand. 19 worden onderscheiden verklaard. Calvijn, Beza enz. willen de woorden ven die hoorden werden gedoopt” nog bij het vorige gevoegd hebben. Het woordje „hem” staat toch in het oorspronkelijke niet, en men wil dan invoegen: »die Johannes hoorden werden door Johannes gedoopt,” terwijl dan door Paulus geen waterdoop plaats had maar alleen volgens vs. 6 bij de oplegging der handen de doop met den Heiligen Geest. Geheel anders meent Dr. Kuyper (pag. 90 en 91) omtrent het antwoord der Johannes Jongeren: „iets wat natuurlijk niet zeggen wil, dat ze nooit van den Heiligen Geest hadden gehoord. Dat ware ongerijmd. Neen, maar ze bedoelden, dat ze nog nooit van een mededeeling des Heiligen Geestes bij den doop gehoord hadden. Vandaar dan ook dat Paulus nader vroeg, »waarin zijt gij dan gedoopt?” En toen kwam het uit waarom ze den Heiligen Geest nog niet ontvangen hadden. Ze waren namelijk wel valschelijk door een discipel van Johannes in den naam van Johannes den Dooper met het oog op den komenden Messias gedoopt. Ze weiden daarop nu pas gedoopt in den naam des Heeren Jezus. Daarbij legde Paulus hun de handen op. En zoo ontvingen ze den Heiligen Geest. Het is dus een nagebootste doop, tenzij bij dien doop de Heilige Geest wordt ontvangen.”
Bij die laatste woorden moeten wij uitroepen, als dat zoo is, wat is er dan ontzaglijk veel nagebootste doop. Of moet ik allen, die in Rome’s Kerk, al die duizenden Protestanten, allen zonder onderscheid, omdat ze gedoopt zijn houden voor personen, die den Heiligen Geest ontvingen. Of is het bij allen, met uitzondering alleen van de uitverkorenen, die volgens het woord weinigen zijn, nagebootste doop? Als het zoo is, dan zou ik moeten besluiten nooit meer te doopen, want ik schrik er voor het heilige des Heeren na te bootsen.
Ik moet bij die woorden nog vraagteeken op vraagteeken zetten. Waarop grondt zich dat: »zij bedoelden enz.” Hoe weet Dr. K. dat? Er staat toch duidelijk: „Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is.”
Waar wordt het toch vandaan gehaald dat »valschelijk door een discipel van Johannes in den naam van Johannes, maar niet door Johannes zelven?” Een man van zoo groote kennis zal toch maar zulke veel beteekende dingen niet schrijven zonder er een grond voor te hebben. Of moet men aannemen, dat een Calvinist als geen ander, afwijkende van Calvijn iets dergelijks verzint om zijne buiten en tegen de schrift opgevatte meening met verdraaiing van het geschrevene woord Gods te staven? Er staat geen enkel voorbeeld in bijbel of anderer geschrift van zulk een valschelijk doopen door eenen Johannes discipel.
Hoe hebben wij dan Hand. 19 te verklaren? Indien wij het antwoord »in den doop van Johannes” in volstrekt verband willen brengen met de vraag, dan zou dat antwoord zijn »wij zijn gedoopt in den doop.” Dat ware onzin. Men wordt niet gedoopt in of tot den doop. De eenige houdbare verklaring is onzes inziens deze, dat het antwoord in verband moet worden gebracht met den naam waaronder zij aan Paulus waren voorgesteld namelijk „discipelen” (vs. 1) en dus door hen gezegd wordt: »discipelen tot Grieksch »eis”) den doop van Johannes”. Zij werden voorbereid om dien te ontvangen door aanhangers van den Dooper, die, zoo als genoegzaam bekend is, gebleven zijn ook na het optreden des Heeren en na des Doopers gevangenneming. Daarop heeft de Apostel hen onderwezen en die hem, namelijk Paulus, hoorden, werden gedoopt. Hoe lang zij hem hoorden weten wij niet, doch wij zullen wel als zeker moeten stellen, dat de Apostel hen niet gedoopt heeft met een schijndoop, hen niet zal gedoopt hebben zonder verzekerd te zijn, dat zij met kennis van zaken en van ganscher harte zich bij de gemeente des Heeren aansloten. Ook hier lezen wij niet, dat de mededeeling des Heiligen Geest bij den doop geschiedde, niet dat met »den uitwendigen doop met water door een mensch gelijktijdig de inwendige doop met den Heiligen Geest door Christus uit den hemel“ geschiedde, maar wel, dat bij de oplegging der handen door Paulus (vs. 6) de Heilige Geest op hen kwam.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1900

De Wekker | 4 Pagina's

De heilige Doop

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1900

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken