Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kuischheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kuischheid

6 minuten leestijd

De zonde tegen het zevende gebod, waarover onze 41ste Zondagsafdeeling zoo juist en treffend spreekt, is zeker eene, waartegen ten ernstigste moet worden gestreden. Zij is een machtig wapen in des duivels hand om den mensch ten verderve te voeren. Door haar zijn de krankzinnigengestichten vol, door haar zijn lichamelijke verzwakking en de ellendigste krankheden, zoodat de wijze Salomo wel van de ontuchtige mocht zeggen (Spr. 7: 26 v.): „Zij heeft hare gewonden nedergeveld en al hare gedooden zijn machtig vele. Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.”
Het allerminst mag die zonde haar scepter zwaaien in eene Christelijke gemeente;zij toch heeft de roeping en is verbonden tot een heiligen kuischen wondel.
Scriver teekent de kuischheid aldus: „zij is eene deugd der Christelijke ziel, verwekt door het geloof en de liefde, zoodat zij hart en mond en hand, ja het geheele lichaam van alle verbodene lusten en onreinheid onbevlekt zoekt te bewaren, opdat zij haren Jezus als een kuische bruid behagen moge en Hem in heiligheid en gerechtigheid mogen dienen.”
Israël had in zijn verbondsteeken, door den Heere zoo wijs.bepaald, eene sterke waarschuwing tegen alle ontucht. Bij elke verleiding, bij elken lust moest hij voor elke daad terugschrikken, daar aanstonds voor zijne gedachte komen moest: „ik draag in mijn vleesch het merkteeken des Heeren, en zoude ik dat dienstbaar maken aan vleeschelijken lust?”
In allerlei vormen doet zij zich aan den mensch verleidend voor, en hoe meer in de jeugd haar vrij spel is gegeven, des te sterker woedt zij in den ouderdom en blijkt gezeteld te zijn in het hart, ook als het lichaam stram geworden is. Zij verwoest in den ongehuwden staat en zelfs de gehuwde bewaart er zichzelven niet voor. Thomas Morus beweerde, dat kuischheid in den echt nog moeielijker is. Zij heerscht machtiger in warme landen dan in koelere gewesten; ook is zij in de eene streek meer algemeen dan in de andere. Jarenlang woonde ik in een gewest, waar slechts een huwelijk noodzaak was en weder jarenlang in een ander waar een rein huweljjk tot de zeldzaamheden behoorde. Als ouders zelve dien weg waren opgegaan, wat was dan van de kinderen te wachten?
„Alle onkuischheid is van God vervloekt”. Hoe kan dan zegen worden ondervonden, hoe kan er geloof, gebed bestaan in gemeenten, waar die zonde wordt gevoed? Met den vloek Gods beladen komt men nog in het heiligdom onder het oog van God, en hoe kan een leeraar den Heere om een zegen over een huwelijk bidden, waar door onze belijdenis die voorhoofden met een vloek zijn geteekend?
Wee de gemeente, welke dergelijke zonden ongestraft laat, en driewerf wee indien de onnatuurlijkste, de erger dan beestachtige zonde, door Paulus in Rom. 1: 27
genoemd, niet op dezelfde wijze wordt gestraft als Gods Woord in I Cor. 5 : 5 ten voorbeeld geeft. Zulk een zuurdeesem moet worden uitgezuiverd (vs. 7).
Over die zonde schrijft Oetinger: „Wilt gij den koning der verschrikking, den duivel ten dienste zijn en door uwe onkuischheid zijne macht over u wettigen? Of wilt gij Jezus Christus de eere geven en Zijne verlossing door geheele overgave aan Hem verheerlijken en ervaren? Wilt gij liever door eeuwigdurende gewetenswroeging gestraft worden, of wilt gij door genade in de vrijheid van de heerschappij der zonde leven? Wanhoopt gij er misschien aan om ooit van die zonde los te worden, omdat uwe voornemens reeds zoo dikwijls zijn verijdeld en omdat gij gevoelt, dat de gewoonte te machtig is? Misschien wilt gij van de onkuischheid verlost worden alleen om de schadelijke gevolgen en niet uit lust en begeerte naar de reinheid en heiligheid voor God? Misschien wilt gij vrij zijn van de grove uitbarstingen der wellust, maar niet van de onkuischheid des harten, welke toch openbaar is voor God. Misschien wilt gij blijven in scherts en bij zondige verhalen, in lachen en dubbelzinnige gezegden? Omdat gij daarvan u niet wilt laten reinigen zijt gij ook onder de zonde nog geheel en al besloten. Zijt gij nog niet geheel gezind om te breken; wilt gij nog uwe verandering uitstellen, zoo hoor wat een onkuisch mensch is. Zijn hart is een opborrelend vat van onreine beelden en gedachten. Nauwelijks ziet hij iets of zijne begeerte wordt ontstoken; nauwelijks hoort hij iets of hij staat in volle vlam. Sommigen verheugen er zich aanstonds in, anderen gevoelen een tijdlang afkeer er van, tot zij zichzelve geheel hebben vergeten. Zulk een mensch kan zijne gedachten niet op God vestigen, niets rechts leeren, geene opmerkzaamheid aan het goede geven, ja zij komen ten laatste tot de grootste gevoelloosheid en onbedachtzaamheid, zoodat zij niet meer recht er aan kunnen denken, hoe zij zondigen tegen hun eigen lichaam, hoe God zich heeft voorbehouden dezulken te oordeelen, hoe de beenderen vol zullen zijn van de verborgen zonden (Job 20: 11). Kunt gij u dat nog indenken, en ziet gij met sterke begeerte de vreugde, welke in Jezus Christus is, zoo scheid u van alles af, wat met Gods heiligheid strijdt. Dood uwe leden, welke op aarde zijn. Kunt gij het niet uit welbehagen des Geestes, zoo doe het om het woord des Heeren: „zoo uw oog u ergert, trek het uit.” Zoek genade bij Jezus die eene ernstige begeerte nooit zonder zegen laten zal.”
Voegen wij hierbij: Zoek drukke bezigheid. Toen David rust nam kwam hij tot den val; Gods straf was weldaad, dat hij zijn geheele leven geen rust hebben zou. Doch vooral bedenke een iegelijk, dat de duisternis niet wijkt door haar te slaan maar door het ontsteken van licht. Ons eenig ware licht is niet dat wat van beneden is; het zonlicht komt van boven. De gedachte aan God moet de gedachte aan de zonde verdrijven; het zoeken naar Hem het zoeken van het kwaad doen vergeten. Het gebed is een krachtig wapen en menigmaal nam de vorst der duisternis de vlucht, als hij het psalmgezang vernam. Houdt, Christelijke Gereformeerden! uwen wandel eerlijk onder de heidenen (1 Petr. 3 : 1). Laat, jonge dochters en vrouwen! men inzien uwen kuischen wandel in vreeze (vs. 2).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1900

De Wekker | 4 Pagina's

Kuischheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 mei 1900

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken