Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zelfbeproeving

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zelfbeproeving

5 minuten leestijd

Niets is zoozeer noodig voor den mensch als onderzoek van zijn toestand, omdat niets zoo gevaarlijk is als zelfbedrog. De moeielijkste wetenschap is die van ons eigen hart, omdat zooals de Heere door Jeremia (17 : 8) zegt: »het hart arglistig is meer dan eenig ding, ja doodelijk.” Zelfs zoozeer is de mensch voor zichzelven verblind, dat op de vraag: »wie zal kennen?” alleen de Heere zelf kan antwoorden: »Ik doorgrond het hart en proef de nieren.” Bedriegt men zich in wereldsche zaken, dan kan het tot groote schade zijn, maar in hetgeen onze onsterfelijke ziel aangaat kan de schade zoo oneindig groot en onherstelbaar zijn. De Heere waarschuwt zoo ernstig (Matth. 7 : 24 vv.): „Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: „Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen. Velen zullen te dien dage tot Mg zeggen: Heere, Heere! hebben zij niet in Uwen naam geprofeteerd en in Uwen naam duivelen uitgeworpen en in Uwen naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend, gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt.” Paulus dringt er zoo krachtig op aan als hij schrijft (2 Kor. 13:5): Onderzoekt uzelven of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven.” Ook tot Israel kwam reeds die drang als de profeet (Zef. 2 : 1 v.) waarschuwde: „doorzoek uzelven nauw, ja doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt. Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des Heeren toorn over ulieden nog niet komt, terwijl de dag van den toorn des Heeren over ulieden nog niet komt.” Zoo dan mogen wij elkander wel toeroepen met Jeremia (Klaagl. 3 : 40): „laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken” en bidden met den Psalmist (26 : 2): »beproef vrij van omhoog, mijn hart, dat voor Uw oog. Alwetende! steeds open lag.”
De toetsteen ons gegeven is het woord van God. Naar dat woord hebben wij te vragen of in ons wel de diepte der vernedering is met de verhooging van God. Hoe meer de genade Gods in ons werkt, des te kleiner worden wij, des te grooter zijn onze zonden, maar des te heerlijker wordt ook de Majesteit Gods en het werk der Verlossing. Verflauwt het leven, dan worden de afwijkingen dragelijker, de scherpe zijden van de zonden slijten af, maar hoe krachtiger het leven is, des te grooter wordt de droefheid over een vergeten van God en over flauwheid der liefde en zwakheid in ’t gelooven.
»Een kind van God wordt steeds meer kind, of anders is ’t er geen.
Wij brengen onze kinderen groot, God maakt de Zijne klein.”
»Gods genade, zegt J. A. James, is als de de dauw, welke net meeste neervalt in de dalen, en langst blijft liggen in de schaduw.”
Een goudsmid kan bij het onderzoek van goud met zijn toetsteen tot waarheid komen, maar een oningewijde niet, zoo is het ook met den bijbel, wij hebben daarbij het licht, de onderwijzing van des Heeren Geest noodig. Buiten dien onfeilbaren leermeester gaat men vertrouwen op zijne goede werken, op gevoelige oogenblikken, op herinneringen van teksten, welke men dan voor zich pasklaar maakt, op wetenschap en andere uitwendige hoedanigheden of gaven. Wilt ge daarom uzelven beproeven, dan laat met uwen bijbel voor u, uw gebed zijn: doorgrond m’ en ken mijn hart, o Heer!” (Ps. 139 : 14), opdat u het verwijt niet treffe, dat tot de Emmausgangers kwam, die slechts ééne zijde der Heilige Schrift geloofden en waar het juist op aankwam ongebruikt lieten liggen (Luk. 24 : 25). Wij hebben onszelven wel gedurig af te vragen: wordt het gebed mij wel meer en meer behoefte en kan ik wel waarlijk alle mijne begeerten Hem bekend maken? Wordt mijn lust in de dingen van het Koninkrijk der hemelen sterker of is er verslapping? Word ik losser van hetgeen de aarde mij biedt, geld, eer, zingenot, of gevoel ik, dat mijn hart er meer naar uitgaat? Rijst mijne lievelingszonde, mijne begeerlijkheid meer in mij op, of wordt de invloed daarvan minder? Gevoel ik de verstoordheid tegen menschen meer in mij opkomen, of heb ik behoefte om voor mijne vijanden te bidden? Begin ik mij meer op mijn gemak te gevoelen bij de kinderen der wereld en behagen mij hunne wereldsche gesprekken meer dan vroeger? Wordt het volk Gods mij dierbaarder, en is hun taal, hun gedachtenkring ook de mijne? Ben ik tevreden met het van God mij beschoren deel, kan ik gemoedigd het mg toegezonden lijden dragen; durf ik met het oog op God de toekomst blijmoedig tegengaan, ondanks alle dreigende wolken? Ziet deze vragen en zoovele meer kunnen wij onszelven doen en is het ons dan waarlijk te doen om waarheid, dan zal het ons wel duidelijk worden, hoe het met ons gesteld is. Een Heidensch Keizer, Titus, was gewoon zich aan iederen avond af te vragen, hoe hij geleefd, wat hij gedaan had, zoude dat een Christen niet voegen? De vrucht van dat zelfonderzoek is, dat wij opnieuw worden verwakkerd om te waken en genade van God af te bidden. Wij zullen zeker, daar wij de schuld dagelijks grooter maken, ons meer verootmoedigen voor God en erkennende hoeveel ons ontbreekt, meer leeren, dat wij de zaligheid niet in ons maar in Christus moeten zoeken, terwijl omgekeerd weder hoe meer wij in Christus vinden, des te meer ons hart gestemd wordt voor den Heere en bekwaam tot Zijne liefde.
»Zoo iemand meent iets te zijn, daar hij niets is, die bedriegt zichzelven in zijn gemoed. Maar een iegelijk beproeve zijn eigen werk en alsdan zal hij aan zichzelven alleen roem hebben en niet aan eenen anderen. Want een iegelijk zal zijn eigen pak dragen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1901

De Wekker | 4 Pagina's

Zelfbeproeving

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1901

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken