Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uw licht komt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uw licht komt

10 minuten leestijd

»Maak u op, word verlicht, want uw licht komt, en de heerlijkheid des Heeren gaat over u op.” Jes. 60 : 1.

Als een boodschapper van goede tijding treedt Jesaja, de profeet des Heeren, op onder zijne tijdgenooten met de blijde boodschap des heils. Voor Zion dat met duisternis is omringd, zal verandering komen. Door de verlichting des Heiligen Geestes blikt Israëls Ziener in de heerlijke toekomst welke Gods Kerk, door Zion afgebeeld, wacht. De duisternis zal plaats maker voor het licht, droefheid zal veranderen in blijdschap, want er zal een Verlosser tot Zion komen. Op dien Verlosser heeft de profeet het oog, als hij zegt: „Uw licht komt en de heerlijkheid des Heeren gaat over u op.” En wie beschrijft de waarde en den zegen in dat Licht geopenbaard? Zelfs in den meest gewonen zin des woords, drukken we met het woord „licht” een levensbehoefte uit, waar de mensch niet buiten kan. In de schepping van het licht heeft God de Heere Zijne macht en majesteit geopenbaard. God zeide bij de schepping der wereld: »er zij licht,” en daar werd licht! Andermaal toonde de Schepper aller dingen Zijne macht, wijsheid en grootheid, toen Hij op den vierden dag de zon, de maan en de sterren als lichtdragers schiep. Wat zou de aarde, wat zou geheel de wereld zijn, als God die lichten aan den hemel uitbluschte, en we voor altijd dat heerlijke licht moesten missen? Wie zou leven kunnen, als God dit doen zou?
Oneindig heerlijker nog is het licht hier bedoeld, waar Jesaja getuigenis van geeft. Dat licht zal komen tot en opgaan over Zion, maar van daaruit zal het glans en heerlijkheid verspreiden, tot aan de einden der aarde. Israël zal als het volk der belofte allereerst, maar daarna zullen ook de Heidenen deelen in de weldaad van dat licht. De komst van dat licht zal bewijzen, dat de Heere Zion niet vergeet. Hij zal Jeruzalem gedenken en Zich over Zijne ellendigen ontfermen.
Ligt in duisternis het zinnebeeld van alles wat treurig, somber en vreeselijk is, licht daarentegen is de zinnebeeldige omschrijving van alles wat aangenaam, heerlijk en heilzaam is. Wat hier genoemd wordt: »uw licht komt,” heet een weinig verder: »uw heil komt.” Voegen we beide gedachten daardoor uitgedrukt saam, dan denken we daardoor aan de aankondiging hier door den profeet gedaan van heilrijk licht, dat de Heere zal doen komen op Zijnen tijd, waarvan glans en heerlijkheid, genade en zaligheid zal uitgaan. Dat heil aan Zion beloofd zal als haar heil en als haar licht komen, belichaamd in den persoon des Verlossers, op Wien al de eeuwen door is gehoopt.
Heilrijk is dit licht omdat dit het ware licht is, tegenover zooveel en zoovelerlei dat als valsch licht en als kunstlicht daarvan zoo grootelijks onderscheiden is. Wat heeft men al niet beproefd en ondernomen om de duisternis van het leven te verlichten, door miskenning van Gods Woord, door allerlei ongeloofstheorieën, door een ijdele philosophie, die ten slotte met alle goddelijke openbaring heeft gebroken. Maar met al dat jagen naar zingenot, door al dat pogen om zijn geweten tot zwijgen te brengen en de waarheid van Gods getuigenis verachtelijk te maken, heeft men de duisternis van het menschelijk hart niet in licht veranderd, heeft men aan de lijdende en zuchtende kinderen van Adam geen heil gebracht. Neen, de verlossers uit de menschen hebben beschaamd, en de zoogenaamde resultaten eener ijdele wetenschap hebben, in plaats van licht aan te brengen, de duisternis steeds grooter gemaakt. Het licht door menschen ontstoken is licht dat van beneden komt, maar het licht dat in Gods Zion wordt beloofd, is licht van boven. Dat licht is van anderen oorsprong, van andere natuur, van andere vruchtgevolgen. Vandaar dat allen die dit weten en verstaan, door die aankondiging zoozeer versterkt worden in hun hoop en geloof. Die aankondiging verlevendigt de verwachting van het volk des Heeren, dat nog iets meer bezit dan louter den naam dat zij kinderen zijn van Abraham naar het vleesch.
Met de komst van dat licht zal de Heere zelf komen. Dat komen zal de hoogste, de alleruitnemendste openbaring Zijner liefde en ontferming zijn. Eenig zal dat aangekondigde licht zijn in heerlijkheid, eenig in kracht, eenig in uitwerking, eenig in openbaring, eenig in de wijze waarop het door de kinderen der menschen zal beoordeeld worden. Maar hoe dit ook zij, dat licht zal komen, en niets ter wereld zal do komst van dat licht kunnen verhinderen. Konden de menschen dit, zij zouden het zeker hebben gedaan, zij deden het ongetwijfeld nog. Maar wat God werkt, kan geen schepsel keeren. Satan kan grimmig zijn, het ongeloof kan spotten, de wijsheid der wereld kan het verachten, maar dat alles doet aan de waarde en de beteekenis van dat licht niets te kort. Heerlijk is de tijd, schoon is de toekomst, van dankzegging, lof en aanbidding zullen hemel en aarde gewagen, als de tijd van vervulling dezer belofte zal aanbreken. Naar de komst van dat licht dat in den beloofden Messias eens zou worden aanschouwd, zag Gods erfdeel smachtend van verlangen uit. Dat verlangen deed gedurig de bede slaken: och dat Israëls verlossing uit Zion kwame! En met de zekerheid dat het welhaast geschieden zou, wat van het Paradijs af was beloofd, troostte en bemoedigde de Heere Zijne gunstgenooten in bange en donkere tijden. Op bijzondere wijze wordt de komst voorbereid van Hem, die met der tijden volheid Zich als het Licht der wereld openbaren zal. Druk en ellende, steeds toenemende duisternis, het zwijgen der profetie, allerlei staatsverwisseling, alles zal, onder het wondervol bestuur der goddelijke Voorzienigheid, moeten medewerken om de behoefte aan het beloofde licht steeds duidelijker te doen inzien. Wat de Heere door den mond van Zijnen dienaar laat aankondigen, zal volkomen beantwoorden aan de verwachting der oprechten. Het vleeschelijk gezinde Israël, met zijn aardschgezinde ideeën, zal worden beschaamd. Terugkeer van den tijd van Salomo’s glansrijke regeering is niet te wachten. Het licht dat komen zal, moet niet worden voorgesteld als licht van louter uitwendigen glans. Een veel heerlijker licht dan dat van een tijdelijken en voorbijgaanden aard, een onbeschrijfelijk veel uitnemender verlossing wordt door God bedoeld, waar de sluier der toekomst wordt weggenomen, en het nakroost van Abraham wordt bekend gemaakt met het uitgebreide heil, dat Jakobs God zal doen aanbreken. Al moet er dan nog veel voorafgaan, alvorens dit woord der belofte in vervulling zal treden, de Heere is getrouw, Zijne beloften falen niet. Al de ellende, welke Adams geslacht door de zonde onderworpen is, wordt in de Heilige Schrift met het woord duisternis omschreven. Van nature is de mensch enkel duisternis. »Hij is verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hem is, door de verharding zijns harten.” Dit deed een Paulus van de Ephesiërs getuigen: »Eertijds waart gij duisternis.” In zulk een toestand leeft de mensch, in zulk een toestand verkeert de wereld zoolang Hij gemist en niet gekend wordt, die van God geschonken is tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van het Israël Gods.
Als dan de beloofde Verlosser zal gekomen zijn, en de eerste bekendmaking van deze heuglijke gebeurtenis zal plaats hebben, zal de heerlijkheid des Heeren op aarde worden aanschouwd. Omscheen met die heerlijkheid, zal een engel uit den hemel het verkondigen, als eene stof welke groote blijdschap zal te weeg brengen. Licht der genade, licht der waarheid en der vertroosting zal komen in en met Hem, wiens naam »Wonderlijk“ is.
Onder velerlei benamingen en eeretitelen wordt de Messias in het Oude Testament, in de belofte voorgesteld. De ééne benaming is al heerlijker dan de andere. Heet Hij niet de Koning over Zion gezalfd; de Herder, die zijne kudde zal weiden; schooner dan de kinderen der menschen, naardien genade op Zijne lippen is uitgestort; de Knecht des Heeren, die Gods welbehagen zal volbrengen, de geopende Heilfontein, de Heere onze Gerechtigheid? Al die benamingen en omschrijvingen van den Verlosser, met Wiens Naam de rolle des boeks is vervuld, geven verklaring en opheldering aan het ietwat geheimzinnige woord van den profeet Jesaja: „Uw licht komt.“
Zion IS de plaats, waar ten tijde van Jesaja zich de Kerk des Heeren verzamelde, waar volgens Gods instelling Zijn dienst moest uitgeoefend worden en waardoor de gemeente des Nieuwen Verbonds werd afgeschaduwd. Dat Zion, in het vorige hoofdstuk genoemd, ontvangt de belofte des Heeren: haar licht zal komen. Aan haar en aan haar alleen, als aan Zijn erfdeel, heeft Jehovah dit beloofd. Heil u dan, O Zion! want met uw licht zal uw Koning komen, die al uwe vijanden overwinnen, die een eeuwige gerechtigheid voor u verwerven zal! God de Heere zal den smaad van u wegnemen, en de heerlijkheid des Heeren zal over u opgaan, als wanneer de zon opgaat in hare kracht. De Heere zal uwe tranen drogen, het gebed Zijns volks verhooren, en welgelukzalig zijn allen die Hem verwachten.
Nog maar eenige dagen, enkele weken, en de Christelijke Kerk op aarde zal bij vernieuwing gedachtenis vieren van de vervulling dezer zoo inhoudrijke belofte des Heeren. Wat zooveel eeuwen geleden alleen stof tot vreugde en blijdschap kon geven aan heilbegeerige en naar gerechtigheid en vrede hongerige en dorstende zielen, is en blijft nog steeds de weldaad, waaruit alle zegeningen voortspruiten. Omstandigheden waaronder de kinderen der menschen leven, kunnen onderscheiden zijn, maar de behoefte des zondaars blijft dezelfde. En voor die behoefte, zoo groot, zoo uitgebreid, zoo onmiskenbaar, is en blijft alleen vervulling in den aan de vaderen beloofden en op Gods tijd gekomen Verlosser. Al is er nog zooveel duisternis om u heen, als het binnen in u maar licht mag zijn, dan zal de u omringende duisternis u niet doen omkomen. Dan zegt ge met een Paulus: het is God die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods, in het aangezicht van Jezus Christus. Al de heerlijkheid van de prediking van het evangelie, waarin wordt zij duidelijker openbaar dan juist hierin, dat het Woord Gods als licht alle duisternis opklaart? In Christus komt het verpersoonlijkte Woord Gods op aarde. Hij is de Zon der Gerechtigheid. Waar het licht van die Zon u om schijnt, vindt ge antwoord op de moeielijkste levensvragen. Dringt dat licht door tot in het innerlijke van uw zieleleven, dan ziet ge in en door dat licht den weg voor u gebaand door de woestijn van dit even naar het huis des Vaders waar vele woningen zijn. Deelend in het licht, dat de Zon der Gerechtigheid uitstraalt, gaat ge gemoedigd uw weg, draagt ge gewillig uw kruis, om terwijl anderen niet doen dan morren en klagen, met blijdschap en vreugde te hopen op da volmaking van die vreugde, waar ge hier slechts de beginselen van kent en geniet. Uw licht komt, dat blijft het troostwoord ook in den uitgestrektsten zin van het woord voor al het volk van God. Het licht der volle heerlijkheid en der eeuwige gelukzaligheid. Het licht der volmaakte kennis, als de verlosten des Heeren van aangezicht tot aangezicht den Koning in heerlijkheid zullen aanschouwen. Geeft hier reeds het licht des geloofs al zooveel stof tot vreugde en blijdschap in God, wat zal dan eenmaal het licht der aanschouwing zijn? Toen Simeon in den tempel in Christus het licht had aanschouwd, kon hij scheiden van de aarde, want zijne oogen hadden de zaligheid Gods gezien. Alleen dat licht kan de duisternis der doodsvallei verhelderen, en tot roem van Gods vrije genade doen zeggen: „Laat nu, Heere! uw dienstknecht en uw dienstmaagd henengaan, naar Uw Woord”. Zion, uw licht komt, en de heerlijkheid des Heeren zal over u opgaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1901

De Wekker | 4 Pagina's

Uw licht komt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 december 1901

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken