Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verweer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verweer

4 minuten leestijd

Nog een woord van verweer moet ons uit de pen tegen de beschuldiging van Ds. v. S. in „de Geldersche Kerkbode”, dat „de nieuw-christelijk Gereformeerden nog altijd de onware en valsche aanklacht tegen de Geref. inbrengen dat Dr. Kuyper leert dat alle gedoopte kinderen wedergeboren zijn.” Wij vragen v. S. nu eens nadrukkelijk: waar en wanneer heeft „de Wekker”, het orgaan der Christ. Geref. kerk, ooit gezegd dat Dr. K. zulks leerde? Niet die onware en valsche aanklacht, maar de ware en uit Dr. Kuypers eigen geschriften geputte aanklacht is door ons herhaaldelijk neergeschreven, dat in de Geref. Kerken gedoopt wordt op grond hiervan dat de wedergeboorte bij den H. Doop ondersteld wordt, in plaats van op grond van de gezonde Gereformeerde doopsleer dat de kinderen zoowel als de volwassenen in het verbond Gods en in Zijne gemeente begrepen zijn. In het werk, getiteld: „Voor een Distel een Mirt”, schrijft Dr. K. dat God vóór den doop der kleine kinderen de wedergeboorte schenkt aan Zijn verkoren kind en dat Hij het alzoo het geloofsvermogen of de kiem van het geloofsvermogen inplant. Niet alsof dit zaad dadelijk opschoot, maar God laat onder de besprenkeling met water Zijne goddelijke kracht zóó in het sacrament werken en verricht door Zijn H. Geest zulk eene daad van genade aan het hart, dat het één leven met het lichaam des Heeren leiden kan en bij den Doop wordt het geloofsvermogen des kinds op geheimzinnige en voor ons onbegrijpelijke wijze gesterkt, om later tot daadwerkelijk geloof te komen. Ja op bladz. 60 van dat werkje schrijft Dr. K. zelfs: „Maar thans is Jezus verheerlijkt en zoo is alle oorzaak weggevallen, waarom de Doop slechts half zou zijn. Vandaar dat thans bij den H. Doop iets anders plaats grijpt dan bij den doop van Johannes. Nu niet maar enkel de uitwendige doop met water door een mensch, maar gelijktijdig de inwendige doop met den H. Geest door Christus uit den hemel.” En op pag. 61: „Als ge dus straks met uw lieveling voor de doopvont treedt, nadert ge niet maar tot den Dienaar om den waterdoop te ontvangen, maar nadert ge tegelijk en veelmeer tot Christus, die in den hemel zit, om van Hem op dat zelfde oogenblik voor uw lieveling den doop des Heiligen Geestes te ontvangen” en verder: „bij dien Doop hebt ge niet te verwachten dat Christus uw kindeke zal wederbaren, maar die doop doelt en ziet op de aansluiting van uw kindeke aan het lichaam van Christus. De levensgeest straalt uit het Hoofd (Christus) in dit nieuwe ledeke van het lichaam uit en maakt dat het nu één leven met het Lichaam des Heeren leven kan.” Wij hebben dus nimmer geschreven dat Dr. K. leert dat alle gedoopte kinderen wedergeboren zijn, maar dat die wedergeboorte ondersteld wordt, op dien grond gedoopt wordt, dat de doop met water gepaard gaat met den H. Geest om de onderstelde genadekiem te versterken en dat in de opvoeding der kinderen die kindereu als wedergeborenen moeten toegesproken worden. Op bladz. 72 schrijft Dr. K.: „Want, zeg zelf, wat zoudt gij aan uw kind opvoeden en hoe zoudt ge uw kind tot bekeering vermanen kunnen, zoo ge niet ondersteldet, dat er eene verborgene genade Gods aan uwe opvoeding voorafging? Of zoudt ge ooit denken, dat, zoo uw kindeke nog dood in de zonde en misdaden was, ge er met uw opvoeding iets aan zoudt kunnen toebrengen? En zoo is dus de vaste onderstelling bij de opvoeding van elk gedoopt kindeke, dat er verborgen genade in schuilt en dat uwe opvoeding slechts strekt om dat verborgen genadezaad in den akker van uw kindeke te besproeien en het onkruid uit te wieden, opdat het dit verborgen genadezaad niet verstikke.” Welnu, Ds. v. S., op deze dwaalleer hebben wij Christ. Geref. vaak gewezen en hiertegen hopen wij te blijven getuigen. Dit is geen onware en valsche aanklacht tegen Dr. K., maar gegrond op zijn eigen werken. Nu zult u zeker wel aan uwe lezers in „de Geldersche Kerkbode” bekend maken dat u uwe beschuldiging terugneemt, of anders zoo vriendelijk willen zijn ons te zeggen in welk geschrift en wanneer wij Christ. Geref. een onware en valsche aanklacht inbrachten. Wellicht ware het ook nog voor de lezers der Geldersche Kerkbode nuttig als u eens bekend maaktet hoe die nieuw-christelijk Gereformeerden ware aanklachten en bezwaren tegen de dwaalleer, hierboven beschreven, inbrengen. Van sommige ouders gingen misschien de oogen dan open voor het groote gevaar dat hun kinderen bedreigt die op zulke zandgronden gerust gesteld worden in de opvoeding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1902

De Wekker | 4 Pagina's

Verweer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1902

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken