Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Vagevuur (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Vagevuur (I)

5 minuten leestijd

Toen wij de laatste maal eene recensie gaven van „Marnix”, schreven wij, dat wij uit dit tijdschrift iets zouden geven aan onze lezers, om hen meer bekend te maken met de wijze waarop Marnix Rome bestrijdt. Onder den titel: „Het vagevuur lezen wij het volgende: „Wat is het vagevuur? Het is volgens de R. K. een zuiveringsvuur waar de zielen der vromen voor een bepaalden tijd door pijnigingen gezuiverd worden, opdat de ingang in het eeuwig vaderland, waarin niets, wat bezoedeld is, ingaat, hun kunne openstaan. De zielen toch gaan volgens Rome niet rechtstreeks naar den hemel, tenzij zij zóó sterven, dat zij niets meer te betalen of te zuiveren hebben. Niets meer te betalen of te zuiveren hebben de geloovigen, die in de biecht de priesterlijke absolutie hebben ontvangen voor de na den Doop begane doodzonden en de hun daarbij opgelegde „canonieke genoegdoeningen” hebben voldaan en die ook voor hunne vergefelijke zonden hebben genoeggedaan. Zij nu, die in doodzonden sterven, gaan naar de hel, maar diegenen, die niet met doodzonden, maar met tijdelijke zondenschuld beladen sterven, gaan naar het vagevuur. Nu! naar de hel zullen niet vele Roomschen gaan; immers om daaruit te blijven behoeft men voor zijn dood den priester slechts te laten roepen, zijn doodzonden te biechten en absolutie te ontvangen, terwijl het laatste oliesel bovendien de vergeten doodzonden vergeeft. Naar het vagevuur des te meer, daar er maar weinigen zullen zijn, die bij hun dood al hun tijdelijke zondenschuld hebben voldaan. En de R. K. kan dit doen, daar immers niemand op de aarde van zijne zaligheid zeker kan zijn. Nochthans is dit vagevuur geen plaats, waar de zielen eeuwig blijven, maar een tusschenstaat, waarin zij, naar gelang der nog te boeten schuld korter of langer blijven, om gereinigd te worden en geschikt gemaakt om den hemel binnen.. te gaan. Die reiniging heeft plaats door pijnigingen, door lijden, waarmee zij aan de goddelijke gerechtigheid voldoen.
Het wordt door de theologen beschreven als een wezenlijk tastbaar vuur, maar waarmee het geheel eigenaardig gesteld is. De catechismus voor het bisdom Brugge (1898) antwoordt op de vraag: „wat heet gij het vagevuur? Eene plaats onder de aarde in dewelke de zielen der geloovigen door het vuur en andere pijnen gezuiverd worden van al hunne zonden en schulden. Men moet het zich dus voorstellen als eene gematigde en tot iets tijdelijks verminderde hel.”
Na aldus eene beschrijving gegeven te hebben van de Roomsche leer over het vagevuur, wordt vervolgens beschreven op welke schriftuurplaatsen Rome zich beroept, terwijl tevens het ongegronde dier bewijsplaatsen wordt aangetoond. Duidelijk blijkt hier dat Rome zich het sterkst gevoelt met aanhalingen uit de apocriefe boeken, welke door de R. K. ook tot den Bijbel gerekend worden.
Ook die aanhalingen uit 2 Makk. 12 vs. 39—46 en het boek der Wijsheid cap. 3 : 1 e. a, worden weerlegd. Doch ook uit het Oude en Nieuwe Testament meent Rome de leer van het vagevuur te kunnen putten. Men moet echter verbaasd staan als men verneemt wat Rome al als bewijs aanvoert, zooals b.v. psalm 66 vs. 12: „Wij waren in het vuur en in het water gekomen.” De psalmist wekt daar in dien psalm alle volken op om God te loven vanwege Zijne krachtige daden; Hem die de zee veranderd heeft in het droge, zij zijn te voet door de rivier doorgegaan. Hij verbergt zich wel voor een tijd, maar dan is het om te beproeven, en gelijk men het zilver loutert in het vuur, hebt Gij o God ons gelouterd! Gij hadt ons in het net gebracht. Gij hadt een engen band om onze lenden gelegd. Gij hadt den mensch op ons hoofd doen rijden; wij waren in het vuur en in het water gekomen. Is hier geen kennelijke terugslag op hetgeen Israël in Egypte heeft ondergaan? Geen erkentenis voor verlossing uit den nood? Van iets, dat ook maar eenigszins in de verte op een vagevuur zou lijken, is in psalm 66 geen sprake.
Evenzoo maakt Rome van „het roepen uit de diepte” in ps. 130, het vagevuur. Daar klaagt de dichter uit de diepten zijner ellende en schuld tot God bij Wien vergeving is. Hier vooral blijkt wel hoe arm de R. K. is met hare bewijzen uit de H. Schrift. Zoo ook meent Rome het vagevuur gevonden te hebben in Maleachi 4:1: „Want zie, die dag komt, brandende als een oven: dan zullen alle hoogmoedigen en al wie goddeloosheid doet een stoppel zijn en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de Heere der heirscharen, die hun noch wortel noch tak laten zal.” Het schijnt wel of Rome iederen bijbeltekst, waarin maar van vuur of vlam gesproken wordt, op het vagevuur wil toepassen. Hier wordt de Messias voorspeld, en de komst van die „Zon der gerechtigheid” zal de rechtvaardigen koesteren, maar als een vuur de goddeloozen verteeren. Blijkt dat ook niet uit het eigen woord des Heeren (Matth. 11:14 en 17:10) waar wij eene kennelijke terugwijzing op Mal. 4:5 hebben? Dat Rome evenmin uit N. Testamentische teksten gegronde bewijzen voor de leer van het vagevuur kan putten, hopen wij later te zien.

D.B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1903

De Wekker | 4 Pagina's

Het Vagevuur (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1903

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken