Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1 Cor. 15 : 28

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1 Cor. 15 : 28

5 minuten leestijd

N. v. H. te N. vraagt eenige opheldering omtrent de uitdrukking van den apostel Paulus in 1 Cor. 15 : 28, dat aan het einde der eeuwen „ook de Zoon zelf onderworpen zal worden”. De Apostel schrijft hier, nadat hij de wederopstanding des vleesches, zoowel als de opstanding van Christus verdedigd heeft, over de heerlijke voltooing van het Godsrijk, waarin Christus als Koning heerscht, gezeten aan de rechterhand des Vaders, al Zijne vijanden aan zich onderwerpende. Zelfs de dood, die hier op aarde nog rondwaart tot straf voor de goddeloozen en tot overbrenging van de godzaligen in het leven der heerlijkheid, zal eindelijk onderworpen en te niet gedaan worden. Alle vijanden aan Christus eenmaal onderworpen, ja dat is te verslaan. Alle tegenstand tegen het rijk van Christus aan het einde der eeuwen te niet gedaan en alle dingen aan den Zoon onderworpen, dat is, ja dat moet het einde zijn van de heerlijke Christus regeering, waar de Vader zelf heeft gesproken: „Zit aan Mijne rechterhand totdat ik Uwe vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.”
Maar hoe te verstaan dat dan ook, wanneer ten slotte alle dingen aan Christus onderworpen zijn, de Zoon zelf onderworpen zal worden aan Dien, die Hem alle dingen onderworpen heeft, met andere woorden, dat de Zoon dan aan den Vader zal onderworpen worden? Allereerst zij opgemerkt, dat hier niet gesproken wordt van eene degradatie van Christus. De Socinianen stellen, dat Christus’ regeering, begonnen zijnde met eene verhooging aan Gods rechterhand, zal eindigen met den jongsten dag. De grondleugen, waaruit dit gevoelen voortvloeit, is, dat Christus in hunne oogen niet waarachtig God is van eeuwigheid, maar een bloot mensch, tijdelijk verheven tot Goddelijke macht en heerlijkheid, welke Hij na het laatste oordeel weer zal afleggen.
Het onderworpen worden van den Zoon is echter geen vernedering of vermindering van Zijnen luister. Na den oordeelsdag is echter Christus’ werk als Middelaar geeindigd. Wij hebben niet te vergeten dat het karakter van den verhoogden Heiland in den hemel tweeledig is. Hij is èn de Zoon des Vaders èn de Middelaar van het genadeverbond. Als Zoon blijft Hij eeuwig dezelfde en vermindert niets van Zijn goddelijken glans. Hij blijft eeuwig de Logos, het Woord, door Hetwelk alle dingen gemaakt zijn en door Wien de Vader alle dingen draagt en onderschraagt. Maar Christus is behalve de eeuwige Zone Gods ook Middelaar, aan Wien de Vader opdroeg Zijn volk hier op aarde te verlossen, te vergaderen, te heiligen door Woord en Geest, door dienaren, prediking, sacramenten en tucht te regeeren en te besturen, onder kruis en druk te bewaren en tegen de vijanden te beschermen. Deze Zijne regeering duurt voort tot den dag des laatsten oordeels. Dan heeft de Middelaar dit werk afgedaan en Hij kan het aan den Vader verantwoorden; de strijd is dan gestreden en de vijanden liggen onder Zijne voeten. In nog hoogeren zin dan in de paaschzaal te Jeruzalem kan Hij dan in het Hemelsch Jeruzalem betuigen:  Vader, Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt te doen. De uitverkorenen zijn dan allen toegebracht, geen schaap wordt er gemist en Zijne duurgekochten staan daar als gemeente zonder vlek of rimpel. Dan zal Christus aan den Vader weder het koninkrijk overgeven, want Zijn taak als Middelaar is dan volbracht. Het zal dan niet zijn een gedwongen onderwerping, maar vrijwillig zal de Middelaar Zijn taak neerleggen aan de voeten Zijns Vaders. Als Zoon blijft Hij met den Vader regeeren, doch ais Middelaar is dan Zijn taak volbracht. Het is dus een vrijwillig zich onderwerpen, of zooals in vs. 24 staat: „Een overgeven van het koninkrijk aan den Vader”; met alle de Hem onderworpen dingen zal dan de Zoon zich aan den Vader onderwerpen, zich onder Hem stellen als een gezant na volbracht werk onder zijn zender, zoodat alles uitloopt tot heerlijkheid Gods des Vaders. Onze kantteekenaaas zeggen: Hij zal zich onderwerpen in die bijzondere hoedanigheid, betrekking en bediening, welke Hij als Gezant des Vaders dan volkomenlijk volbracht en uitgevoerd zal hebben.
Christus zal dan op eene andere wijze in het rijk der heerlijkheid eeuwig regeeren met den Vader en den Heiligen Geest, en niet alleen de Vader, maar God, nl. de drieeenige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die drieeenige God zal dan alles in allen zijn.
De Zoon zelf onderworpen. Deze uitdrukking wordt door Ridderus „Schriftuurlijk Licht” 5de deel p. 245, opgeklaard in de volgende gelijkenis:
Een vader zendt zijn zoon met een leger om een koninkrijk te gewinnen. De zoon schijnt dan alleen het gebied te hebben over het rijk. Hij wordt overwinnaar, hij keert weder en geeft dat koninkrijk over aan zijnen vader als triumphateur, legt af die ontvangen order en stelt zich zoo wederom als zoon in zijns vaders rijk en blijft met den vader regeeren, doch zóó, dat men dan wederom ziet hoe alles in orde afhangt van den vader. In al dit voorval is niets tot nadeel of van vader of van zoon.
De Zoon onderworpen. Wat zal het anders zijn dan de heerlijke betuiging van den Middelaar na den oordeelsdag: Vader, er zijn geen zonden meer die verzoend moeten worden, er zijn geen uitverkorenen meer, die nog verlost moeten worden, het is alles heerlijkheid en heiligheid geworden, en als Hij dan den hemel met naar lichaam en ziel verloste Sionieten zal overzien, dan zal de Zoon uitroepen: Vader, dat alles is het Uwe! Voor U heb ik den vijand bestreden, aanvaard thans den troon uit mijne handen, en beken dat Ik U liefheb, gelijk Gij Mij vóór de grondlegging der wereld liefgehad hebt. Zalig die dan onder de verloste onderdanen mogen behooren. Zij zullen het zijn, die hier onderdaan geworden zijn door wederbarende genade.
P.J.M. de Bruin

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1904

De Wekker | 4 Pagina's

1 Cor. 15 : 28

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1904

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken