Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gewichtige Besluiten 1

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gewichtige Besluiten 1

9 minuten leestijd

De Synode van de Ned. Herv. Kerk heeft in sommige van hare zittingen gewichtige besluiten genomen.
Ten vorigen jare was door haar, met het oog op den drang naar reorganisatie, die zich allerwege in de kerk openbaarde en waarvoor de Synode op den duur niet ongevoelig blijven kon, eene commissie benoemd om het vraagstuk der reorganisatie te onderzoeken. Dit besluit was met blijdschap door de voorstanders der reorganisatie ontvangen, maar toch was die blijdschap eenigzins gedempt door de samenstelling der commissie. Van haar, dacht men, liet zich in dezen niet veel goeds in zake de reorganisatie verwachten. Geen enkele van de voormannen werd er in benoemd en van sommigen werd er zelfs gefluisterd dat zij niet slechts neutraal, maar anti-reorganisatie waren. Deze commissie bestond uit de h.h. Leemans, Weyland, Ellens, leden der Synode, en verder uit de h.h. Cremer, Eilers de Haan, Klinkenberg en Dr. Vos van Amsterdam. Zij had in opdracht: het vraagstuk der reorganisatie aan een ernstig onderzoek te onderwerpen en het resultaat harer overwegingen neer te leggen in een verslag, vóór 1 Mei 1906 in te zenden bij de Algemeene Synodale Commissie.
De commissie heeft aan deze opdracht voldaan en heeft het resultaat van haar arbeid neergelegd in een omvangrijk dossier, dat niet minder dan 165 bladzijden druks beslaat.
Het weinige dat wij er nu nog van weten, want het geheel zal in de Bijlagen van de Synodale Handelingen worden opgenomen, wettigt het vermoeden, dat dit stuk een historisch document zal zijn.
Het vraagstuk der reorganisatie is daarin van zijn oorsprong af onderzocht, en van verschillende zijden, bezien, en aan het einde kwam de commissie tot de navolgende conclusion.
Eene meerderheid stelde voor:
I. a.aan het verzoek der reorganisatie kerk niet te voldoen.
b.toe te voegen aan Art. 17 van het Alg. Reglement een nieuwe al. van dezen inhoud: „grootere gemeenten kunnen worden gesplitst in zelfstandige wijkgemeenten.”
II. Eene minderheid der commissie (twee leden) stelt voor:
a.het Algemeen Reglement te wijzigen overeenkomstig het voorstel van Dr. G.J. Vos;
b.te handelen overeenkomstig het voorstel van Dr. G. Vos omtrent de herziening van de Confessie Belgica.
III. Een minderheid van twee leden stelt voor, art. 56 al. 1 Regl. voor Kerkelijk opzicht en tucht enz. aldus te wijzigen, dat de cassatie-procedure overgaat in eene herzienings-procedure.
IV. Eene minderheid van twee leden stelt voor, art. 62 Alg. Regl. te wijzigen in dien zin, dat aan de Classikale Vergaderingen de bevoegdheid worde verleend, thans bij de Provinciale Kerkbesturen berustend, om bij hoofdelijke stemming zich uit te spreken over die wetsvoorstellen, waarvan de Alg. Synode heeft verklaard, dat zij behooren te worden vastgesteld.
V. De geheele Commissie geeft in overweging, uit art. 3 al. 2 van het Regl. voor Kerkelijk opzicht en tucht enz. te doen vervallen de woorden: („art. 27 van het Reglement op het Examen”).
Zooals men ziet, was de commissie over ’t algemeen het voorstel der reorganisatie niet gunstig gezind. Wel wilde zij hier en daar eenige wijzigingen in de Reglementen aanbrengen, maar van eene grondige herziening van het geheel wilde de commissie niets weten.
Dit gewichtige document werd in de handen gesteld van eene commissie, wier rapporteur prof. Gooszen dit jaar praeadviseerend lid der Synode was.
Namens de commissie van onderzoek rapporte nu deze: dat de commissie aan de Synode adviseerde de verschillende conclusiën ten grondslag te leggen aan hare beraadslagingen, waarmede de Synode zich vereenigde. De Synode is in hare meerderheid orthodox. Dit jaar staat het 11 tegen 8. Allereerst kwam nu aan de orde: de eerste helft der eerste conclusie van het rapport: „niet te voldoen aan het verzoek tot reorganisatie der kerk” De president achtte het gewenscht, dat over deze hoogst belangrijke zaak de leden der Synode afzonderlijk hun gevoelen zouden zeggen, en zoo werd aan voor- en tegenstanders in de Synode gelegenheid gegeven om onbewimpeld hun gevoelen in dezen uit te spreken.
De discussiën, voor zoover wij ze uit de kerkelijke bladen leerden kennen, gaan wij stilzwijgend voorbij; het resultaat was, dat de Synode met 11 tegen 8 stemmen (dus eene zuivere partijstemming) besloot de reorganisatie ter hand te nemen. Van de prae-adviseerende leden was alleen prof. Gooszen voor het ter hand nemen, de secretaris en de anderen waren tegen.
Zoo heeft dus de Haagsche Synode besloten de Ned. Herv. Kerk te reorganiseeren, en het eerste wat zij reorganiseeren gaat, is zichzelve, want tegelijk heeft zij een besluit genomen van den navolgenden inhoud: „De Algemeene Synode is samengesteld uit evenveel stemhebbende leden als er classes (45) zijn, waarvan ⅔ dienstdoende predikanten en 1/3 ouderlingen zijn. Zij worden gekozen door de Classicale Vergaderingen uit haar ressort.”
Daarmede is de eerste stap in een andere richting gedaan. Over de gevolgen van dien stap kan thans nog niet worden geoordeeld, want met dien eenen stap is men er nog op verre na niet. Als het bij dieneenen blijft, dan beteekent het nog niets. Maar toch is het besluit gewichtig, wanneer het ten minste in praktijk komt. Maar.... de provinciale kerkbesturen.
Bij de Synode berust volgens art. 61 van het Algemeen Reglement de hoogste wetgevende, rechtsprekende en besturende macht, maar onder eene nadere bepaling die in art. 62 van datzelfde Reglement omschreven wordt. De Synode moet elk door haar voorloopig aangenomen reglement en evenzoo iedere wijziging in de bestaande reglementen naar de Provinciale kerkbesturen en Classicale vergaderingen zenden om er hunne consideratie op in te winnen. De Synode neemt in hare vergadering van het volgende jaar kennis van deze consideratie en maakt daarvan naar eigen oordeel gebruik. Indien zij nu oordeelt dat het Reglement moet worden vastgesteld of de voorgestelde reglementswijziging kracht van wet krijgen moet, onderwerpt zij het aan de hoofdelijke stemming van de leden der provinciale kerkbesturen, met dien verstande, dat in de commissie tot de zaken der Waalsche kerken vier leden hunne stem uitbrengen en wel de drie predikanten en de ouderling, die de oudste in zitting zijn. Tenzij de meerderheid der gezamenlijke leden die hunne stem uitbrengen, zich tegen verklaart, wordt zoodanig reglement of voorgestelde wijziging als finaal aangenomen beschouwd en door de Algemeene Synodale Commissie uitgevaardigd.
Wanneer dus de Synode al heeft uitgesproken en besloten de reorganisatie ter hand te nemen en alreede bepaald heeft dat de Synode bestaan zal uit evenveel afgevaardigden als er classes zijn, met dien verstande dat er ⅔ predikanten moeten zijn en 1/3 ouderlingen, dan beteekent dat nog niet dat een volgend jaar eene zoodanig samengestelden Synode reeds zitting neemt, zoover is het nog lang niet. De mogelijkheid is zelfs niet uitgesloten, dat er in de praktijk van de geheele reorganisatie totaal niets terecht komt.
Want alles wat de Synode in zake de reorganisatie dit jaar heeft besloten, heeft nog geen kracht van wet. Het draagt slechts een voorloopig karakter.
Het moet naar de Provinciale kerkbesturen en naar de Classicale vergaderingen terug om consideratie. De kerk moet er over worden gehoord en nu is de Synode van een volgend jaar absoluut aan het advies van de Provinciale kerkbesturen en van de Classicale vergaderingen niet gebonden. Zij kan zelfs, gelijk meermalen, ook dit jaar nog geschied is, een beslissing nemen, die geheel indruischt tegen het gevoelen van de lagere vergaderingen, maar in deze zoo aangewichtige gelegenheid zal de aanstaande Synode zich toch wel een weinig door de consideratiën der Provinciale kerkbesturen en Classicale vergaderingen laten leiden.
En hoedanig de Classicale vergaderingen nu over de voorgestelde reorganisatie zullen denken, is onzes inziens niet gemakkelijk te zeggen. Wij gelooven niet, voor zooverre wij de Herv. kerk van onzen tijd kennen, dat de voorgestelde reorganisatie algemeenen bijval vinden zal. Het ethische element is in dat opzicht veel te machtig in de Herv. kerk. En nu gingen wijlen Prof. Gunning en Dr. Hoedemaker in dezen wel hand aan hand, in zooverre wat de noodzakelijkheid der reorganisatie betrof, maar wanneer het in de praktijk op de toepassing der reorganisatie aankomt, dan is het onmogelijk dat het ethische beginsel eene zelfde toepassing in de praktijk zou huldigen als het confessioneele. In theorie mogen de Ethischen met de Gereformeerden hand aan hand gaan, in de praktijk gaan ze beslist uit elkander. Ja op het gebied van „leertucht” komen ze zelfs lijnrecht tegenover elkander te staan. Want de Ethische wil geen leertucht en kan geen leertucht willen in den zin zoals de Gereformeerde haar krachtens zijn beginsel moet handhaven. En daar nu reorganisatie zonder „leertucht” totaal niets beteekent en nimmer eenige vrucht voor de kerk ten goede kan afwerpen, daarom vreezen wij dat er tegen eene reorganisatie die ook dit bedoelde, ontzaglijke bezwaren in de kerk zullen opkomen.
Maar gesteld dat een volgende Synode eens op hetzelfde standpunt staat als deze, dat zij ondanks de consideratiën van Prov. kerkbesturen en Classicale vergaderingen besloot de voorgestelde reorganisatie vast te stellen, dan blijven de Prov. kerkbesturen nog over, die door hoofdelijke stemming den geheelen arbeid der kerk van twee jaren aaneen kunnen verwerpen.
Dat is het absurde dat in het bestuur der Herv. kerk schuilt. Lagere lichamen kunnen daar ter laatster instantie verbieden, wat de hoogste wetgevende, rechtgevende en besturende macht in de Herv. kerk heeft vastgesteld.
En wat het zonderlingste is: aan dat recht van veto dat bij de Provinciale kerkbesturen krachtens art. 62 van het Algemeen Reglement berust, heeft ook deze orthodoxe Synode niet durven tornen.
Toen daarover gesproken werd, dat het toch niet aanging dat de Prov. kerkbesturen eene zoo groote macht hadden, dat zij daardoor de macht in de kerk werden, besloot nochtans deze orthodoxe Synode dat recht haar zoo onverkort en onveranderd te laten.
Wanneer dus eene volgende Synode eens besloot deze bepalingen vast te stellen, dan moeten zij altijd, alvorens door de Algemeene Synodale Commissie te kunnen worden uitgevaardigd, aan de hoofdelijke stemming der Provinciale kerkbesturen worden onderworpen.
Verwerpen die ze met meerderheid van stemmen, dan is de geheele zaak der reorganisatie weer voor eenige jaren van de baan. En wij gelooven dat met het oog op den tegenwoordigen samenstelling der Provinciale kerkbesturen, voor verwerping veel meer vrees bestaat dan voor aanneming. De modernen maken zich dan ook over hetgeen thans geschied is nog niet bijster ongerust.
Ds. H. Janssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1906

De Wekker | 4 Pagina's

Gewichtige Besluiten 1

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1906

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken