Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en Staat

5 minuten leestijd

Op staatkundig gebied hebben wij in den laatsten tijd in ons land merkwaardige dingen beleefd. 
’t Is ongeveer anderhalve maand geleden dat onze Eerste Kamer hare goedkeuring aan de oorlogsbegrooting onthield en daarmede een vonnis velde over het beleid van den minister van Oorlog. Voor dien bewindsman was het dus onmogelijk om aan te blijven. Wanneer een minister, onverschillig van welk Departement ook, het vertrouwen van een der Kamers niet heeft, kan hij onmogelijk regeeren en zoo stond dus al dadelijk vast, dat wanneer de Eerste Kamer de oorlogsbegrooting verwierp minister Staal zou henengaan. Maar het geheele Kabinet verklaarde zich met dezen minister solidair en toen hij tot aftreden gedwongen werd, bood het geheele Kabinet aan onze Koningin zijn ontslag aan. Waartoe dit noodzakelijk was, kunnen wij eenvoudige menschen niet inzien. Wij zouden denken: De getroffen minister gaat heen en in zijn plaats wordt een ander aangezocht die de portefeuille van Oorlog overneemt en daarmede is de zaak weer in orde. Maar het Kabinet de Meester heeft blijkbaar anders gedacht. Het bood zijn ontslag aan de Koningin aan, op grond dat door het votum der Eerste Kamer het gansche regeeringsbeleid was getroffen en hetgeen minister Staal verdedigde een deel van het regeeringsprogram was. Wij eenvoudigen kunnen dat weer niet begrijpen, hoewel wij evenmin kunnen begrijpen wat voor kwaad er in de afschaffing van het blijvend gedeelte school. Het maakt voor leeken al een heel zonderlingen indruk, wanneer de eene legerspecialiteit tegenover de andere op hoogen toon verzekert dat deze afschaffing gerust kan worden doorgevoerd, terwijl de andere antwoordt dat het een door en door onverantwoordelijk iets is. Over ons komt dan een gevoel, alsof de heeren het eigenlijk zelf niet recht weten en de politiek en nog eens de politiek hun in dergelijke gewichtige zaken maar al te zeer parten speelt.
Wij gelooven, dat hoewel onze weermiddelen jaarlijks onze millioenen verslinden, het er op het oogenblik met onze weermiddelen allesbehalve rooskleurig uitziet. Vooral is het niet in den haak met onze „levende strijdkrachten”. Daar is een geest van ontevredenheid en onderling wantrouwen, die zich hoe langer hoe sterker openbaart. Daar is gemis aan gemeenschappelijk overleg en de afstanden worden in den dienst met zulk eene nauwgezette waakzaamheid bewaard, dat alle gevoel van vrijheid wordt gedood.
Wij geloofden dat minister Staal voor dit alles een open oog had en de man was om eenige broodnoodige hervormingen in te voeren, die ons jaarlijks eenige millioenen zou hebben gespaard en sparende onze strijdkrachten in een betere conditie zou hebben gebracht.
Maar hij is heengegaan en met hem ging het geheele ministerie heen. En toen? De Koningin heeft als naar gewoonte een aantal leidende persoonlijkheden geraadpleegd en hun advies ingewonnen, hoe de crisis wel het best in ’s lands belang kon worden opgelost. Maar ook „de pers” begon onmiddellijk haar campagne.
Rechts tegen links, links tegen rechts. Rechts gaf links de schuld omdat het reeds in 1905 de regeering had aanvaard onder omstandigheden, waarop niemand in gewone gevallen een regeering aanvaarden zou, en links gaf rechts de schuld, dat het dit ministerie had doen buitelen in de Eerste Kamer, terwijl het in de Tweede Kamer des ministers begrooting had aangenomen.
Links beweerde, dat rechts nu de regeering moest aanvaarden, en rechts beweerde, dat dit allerminst op zijn weg lag.
Links vertelde, dat aan rechts een opdracht tot Kabinetsformatie verstrekt was, en rechts ontkende dit alles op de meest stellige wijze, terwijl links het ondanks die ontkenning toch staande hield.
En zoo ging het nu in de pers gedurende anderhalve maand achtereen. Voorwaar geen erg verkwikkelijk schouwspel in het midden van ons volk, en allerminst een geschikt middel om wederzijds een weinig vertrouwen in elkander te bewaren.
Wij gelooven dan ook dat de pers door hare houding het oplossen van deze crisis zeer heeft bemoeilijkt en niet weinig oorzaak is geweest, dat de regeeringsmachine anderhalve maand heeft stil gestaan. En wie draagt daarvan de schuld, dat waar er stapels van werkzaamheden gereed liggen, er gedurende anderhalve maand niets is verricht? Rechts zegt: links en wascht zijne handen in onschuld, en links zegt: rechts en schuift daarmede alle verantwoordelijkheid van zich af. Maar met dat al is er niets uitgevoerd.
En wat is nu na anderhalve maand raadplegen en overleggen het resultaat? Dat het ministerie de Meester aanblijft en in de plaats van den afgetreden minister Staal er een nieuwe minister van Oorlog komt. De eenvondigste oplossing blijkt de juiste te zijn. Hoedanig deze minister van Oorlog tegenover de begrooting van zijn voorganger staan zal, is nog niet bekend. Misschien dient hij haar wel onveranderd in, en wat dan? Moet dan de Tweede Kamer haar aannemen of verwerpen, en wanneer de Tweede haar aanneemt, moet dan de Eerste haar evenals de eerste maal verwerpen?
Wij zijn nog niet uit de crisis, al is er ook een nieuwe minister van Oorlog gevonden. Wij weten het niet zeker, maar vreezen doen wij, dat die geheele crisis aan Oorlog en door Oorlog aan onze Christelijke Staatspartijen geen voordeel zal brengen. Verhoede de Heere genadig dat ons land er niet door in een sterker tweespalt komt, dan thans reeds aanwezig is.

L. (Leiden) J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1907

De Wekker | 4 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 1907

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken