Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Doop en Wedergeboorte - XII

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Doop en Wedergeboorte - XII

5 minuten leestijd

Een eigenaardig standpunt in dezen werd ingenomen door Appelius, predikant te Zuidbroek en schrijver o.a. van het nuttige werk: Aanmerkingen over het rechte gebruik van het Evangelie met Vervolg van aanmerkingen. In de voorrede van dit vervolg had Appelius ook kortelijk gehandeld van de Sacramenten, Wat hij daarover schreef, berokkende hem een vinnigen aanval van Ds. Egbertus van Eerde, pred. te Ten Boer, in de Voorrede van diens onder het pseudoniem Philecclesius uitgegeven „Pleidooi voor het gaan ten Avondmaal van onergerlijke onbegenadigde belijders” In den strijd, die daarmede geopend werd en waarin Ds. Hillebrandus Jassonius al spoedig de partij van zijn vriend van Eerde overnam, verschenen van de hand van Appelius in 1763 zijn „Vrijmoedig onderzoek,” in 1768 zijn „Brief aan N N., behelzende de voornaamste gronden en de bijzondere meening van de hedendaagsche nieuwe leer,” en in 1769 zijn: „Hervormde Leer”, Als onderdeel van de leer der Sacramenten behandelt Appelius in deze geschriften ook de bediening van den Heiligen Doop aan de jonge kinderen. En hij deed dit niet ter wille van de volledigheid, maar omdat de tegenpartij hem daartoe dwong. Want daar Appelius het oude Geref. gevoelen handhaafde, dat de Sacramenten waren voor de ware geloovigen en dat onergerlijke onbegenadigde belijders geen toegang daartoe hadden, wierp men hem voor, dat dan ook de jonge kinderen niet mochten gedoopt worden, daar deze het geloof toch niet deelachtig waren. Dit noodzaakte Appelius ook het stuk van den kinderdoop nader te behandelen en hij droeg daarbij een gevoelen voor, dat als „de leer van Appelius aangaande de doop der jonge kinderen” bekend is.
Appelius gaat daarbij uit van de besnijdenis. Die besnijdenis moest niet alleen Abraham zelf ontvangen, maar zij moest ook worden toegediend aan zijn zoon. Maar hierbij maakt Appelius onmiddellijk deze opmerking, die de grondslag van zijn geheele betoog wordt: „Gelijk de besnijdenis van Abrahams zaad,” zegt hij, een Sacrament was, voor Abraham van het verbond, dat God met Abraham gemaakt had aangaande zijn zaad, zoo is de kinderdoop een Sacrament en zegel, niet voor het kind in ’t bijzonder, in wiens lichaam de doop bediend wordt, maar voor de gemeente, met welke God Zijn verbond aangaande haar zaad gemaakt heeft, welke dit Sacrament ontvangt in het lichaam van hare kinderen. Gelijk de besnijdenis der kinderen in Abrahams huisgezin, die van eenen vreemden geboren waren, of die hij met geld gekocht had, geen Sacrament was voor die ouders, uit welker lichaam zij onmiddellijk gesproten waren, zoolang die ouders buiten het verbond bleven, maar voor Abraham, in wiens huisgezin die kinderen waren overgegaan en die zekere betrekking op die kinderen als de zijnen gekregen had en met wien het verbond aangaande dat zaad was opgericht, zoo is de kinderdoop geen sacrament voor onbegenadigde ouders, uit welker lichaam de kinderen onmiddellijk gesproten zijn, zoolang dezelve buiten het verbond blijven, maar voor de kerk, met welke God Zijn verbond heeft opgericht, die ook op deze kinderen als op haar zaad eene betrekking heeft, omdat ze in haren schoot en huisgezin geboren, aan haar overgegeven en van haar aangenomen zijn, gelijk zij op dien grond ook als hare kinderen doopen laat de vondelingen van welke zij niet weet, of deze uit Joden of anderen geboren zijn.
De kinderdoop kan, voor dat kind int bijzonder, in wiens lichaam de doop bediend wordt, geen zegel zijn tot versterking van zijn geloof — maar hetzelve moet een sacrament zijn voor de gemeente, tot versterking van haar geloof. Dat kind doet zich niet doopen, maar de gemeente begeert den doop in het lichaam van dat kind. Dat kind heeft geen historisch geloof, hetwelk door dat middel des doops gesterkt kan worden; maar de gemeente heeft het zaligmakend geloof, dat door het Sacrament versterkt wordt” (Brief aan N.N. pag. 87—89.) Wanneer Appelius dan ook eene omschrijving van den kinderdoop geeft, doet hij dit aldus: „Dezelve,” zegt hij, „is een Sacrament voor de kerke, die uit ware geloovige leden bestaat, aan welke God, door den kinderdoop, verzegelt haar dadelijk onveranderlijk aandeel aan de belofte, dat God een God is en zijn zal, niet alleen van haar, maar ook van haar zaad, om hetzelve uit kracht van Jezus’ dood en opstanding te wasschen van de schuld en zonde, gelijk Hij reeds gedaan heeft en tot het einde der wereld zekerlijk doen zal.” Hoe Appelius het te doopen of gedoopte kind beschouwde, blijkt duidelijk uit deze woorden: „De zaak, die in den kinderdoop aan de gemeente verzegeld wordt, is niet dat dit kind den Heiligen Geest heeft of zekerlijk zalig worden zal, maar de belofte, die God aan Abraham en de gemeente aangaande haar zaad gedaan heeft, welke de gemeente dadelijk bezit en welke aan haar reeds vervuld is en nog vervuld worden zal.” Wanneer iemand daaruit nu de sluitrede trekken zou, dat de doop eigenlijk zonder beteekenis is voor het kind, dan zou Appelius hem dadelijk terecht wijzen en zeggen, dat hij de zaak niet goed begrepen had.
De doop is van het grootste nut voor de gemeente, de natuurlijke ouders en de kinderen zelf.

Leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1908

De Wekker | 4 Pagina's

Doop en Wedergeboorte - XII

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1908

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken