Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het voortbestaan der Christelijke Gereformeerde Kerk - XV

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het voortbestaan der Christelijke Gereformeerde Kerk - XV

5 minuten leestijd

De verschillende bezwaren in het bezwaarschrift genoemd trachtte de synode te weerleggen. Zij deed dit op de volgende wijze:
Wat bezwaar a. betreft, „dat de rechten der gemeente zijn verkort, omdat den kerkeraden niet is verzocht of opgedragen, om eene vergadering van manslidmaten in elke gemeente op te roepen”, oordeelde de synode dat de gemeenteleden in hunne rechten niet zijn verkort, aangezien het geldt de vereeniging van kerkengroepen van eenzelfde belijdenis. Zelfs werd de opmerking gemaakt, dat volgens de Geref. kerkregeering de kerkeraad en niet de kerkeraad met dei gemeente regeert. Dit laatste is independentisch. Hoewel dit nu in het afgetrokkene beschouwd, waar is, had in zulk een gewichtig geval als de vereeniging van twee kerkengroepen, wel degelijk het oordeel der gemeente gehoord moeten worden, welk oordeel, wanneer het buitengewone stoffelijke belangen geldt, in de Christ. Geref. kerk altijd gevraagd was. De gemeenten waren echter als onmondige kinderen beschouwd.
Wat bezwaar b. betreft, „het bezwaar in het verschil tusschen het beginsel der Afscheiding en Doleantie”, oordeelde de synode dat dit verschil niet groot was en geen gevaar van twist en eindelooze verwarring zou zijn, daar beide overeenkwamen in verbreking der kerkelijke gemeenschap met het Nederlandsch Hervormd Kerkgenootschap. De synode stapte dus eenvoudig over het bezwaar heen. Dat het verschil tusschen Afscheiding en Doleantie nog altijd nawerkt in de vereenigde kerken en daar tot heden toe nog altijd oorzaak is van velerlei twist en verwarring, heeft de ervaring der laatste jaren geleerd. Ook in de vereenigde kerken wortelt het beginsel der Afscheiding nog altijd tegen het veldwinnend beginsel der Doleantie.
Hield het derde bezwaar in: de erkenning van alle kerken in Doleantie als Gereformeerde kerken, de synode antwoordde hierop dat deze kerken nu eenmaal erkend moesten worden, naar hunne geboorteacte mocht niet gevraagd worden. Wat het gebrek aan liefde betrof tot de doleerende kerken, wier beginsel tegen dat der Afscheiding indruischte, ach die liefde zou mettertijd wel komen, oordeelde de synode. Wat het bezwaar betrof aangaande het door sommige voorgangeren der doleerende kerken uitgesproken gevoelen omtrent de wedergeboorte en den H. Doop, oordeelde de synode dat, wijl de vereeniging geschiedt op grond van eenheid in Belijdenis en kerkregeering, persoonlijke gevoelens aangaande eenig punt der leer steeds op Classicale vergaderingen kunnen worden gebracht en beoordeeld. Het oordeel der synode omtrent dit laatste bezwaar is bijzonder luchthartig. Ook der synode was niet onbekend, welke afwijkende gevoelens door Dr. Kuyper en sommigen zijner leerlingen in de doleerende kerken geleerd werden. Toch moest men volgens de synode eerst de oogen sluiten voor dat gevaar en met aanhangers van afwijkende leerstellingen vereenigen, om daarna ter classicale vergadering die afwijkende gevoelens te laten beoordeelen. Die classicale vergaderingen, waar men bezwaar kon inbrengen tegen de gevoelens van de Neo-Gereformeerden, zouden dan bestaan uit Christelijke gereformeerde en doleerende gemeenten, zoodat de aanhangers der afwijkende leerstellingen dan zelf als rechters konden optreden. Waar dit op uitloopen moest, heeft de strijd over de leerverschillen in de Gereformeerde kerken bewezen. Toen Ds. Bos, destijds te Bedum, zijn bezwaar tegen de afwijkende leerstellingen langs den kerkelijken weg ter synode bracht, werd door eene synode der Vereenigde kerken volkomen vertrouwen in de leer van Dr. Kuyper uitgesproken. Nog nimmer is in de Vereenigde kerken een leeraar, die „de leer der onderstelde wedergeboorte bij den Doop” predikt in woord en schrift, daarover kerkelijk behandeld.
Alleen dit laatste bezwaar, het bestaan van afwijkende gevoelens bij sommige doleerenden in zake de leer der wedergeboorte, des Doops, der rechtvaardigmaking, enz. had de synode reeds moeten weerhouden van vereeniging, al verklaarden de doleerenden dan ook dat zij de formulieren van Eenigheid der Geref. kerk onderteekenden.
De teerling was echter geworpen. De vereeniging was 17 Juni 1892 feit geworden. Wat nu te doen? Mochten zij, wier oogen niet gesloten waren voor het gevaar der afwijkende leerstellingen en het vernietigen van het beginsel der Afscheiding, daarin berusten? Die vraag leefde in het hart van vele bezwaarde broederen.
Ds. F.P.L.C. van Lingen plaatste daarop de volgende advertentie in „het Wekkertje”: „Leden der Christelijke Gereformeerde kerk, die overtuigd zijn, zich niet te mogen nederleggen bij het besluit der synode, worden verzocht daarvan kennis te geven aan den ondergeteekende.
Van onderscheidene zijden daartoe gedrongen, wenscht hij, zoo mogelijk, eene samenkomst te houden met afgevaardigden uit de verschillende gemeenten, ten einde te beraadslagen, welke weg moet worden bewandeld.”
Ten gevolge van dezen oproep kwamen den 20 Juli 1892 te Utrecht bezwaarde broederen uit alle oorden des lands met elkander saam. De vergadering werd geopend met een getal van opgekomenen, dat de verwachting verre overtrof. Uit Delft, Kralingen, Dordrecht, Rotterdam, Schiedam, Boskoop, Waddinxveen, den Haag, Zaandam, Noordeloos, Leeuwarden, Teuge, den Helder en andere plaatsen waren afgevaardigden of belangstellenden opgekomen. Uit Zierikzee werd mededeeling gedaan, dat Ds. Wessels aldaar met bijna geheel zijne gemeente zich niet het inlijven in het nieuwe kerkverband, maar Christelijk Gereformeerd bleef. Uit Noordeloos was Ds. Jonkman aanwezig, die met zijne gemeente insgelijks Christ. Geref. bleef. Ook Ds. J. Wisse Czn. uit den Haag deelde mede: „Om te kunnen blijven Christelijk Gereformeerd predikant, hebben wij ons gedrongen gezien onze gemeenschap met de gecombineerde kerken op te zeggen.” Den 19den Juli was Z.Eerw. tot beslissing gekomen. Met Ds. van Lingen waren er dus reeds vier predikanten die niet medegingen met de nieuwe kerkformatie. Te Utrecht werd besloten om onder opzien tot den Heere te blijven wat men tot vóór 17 Juni 1892 was: de wettige voortzetting der aloude Gereformeerde kerk in deze landen, onder den naam van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland.
Wat de Heere plantte in 1834 en volgende jaren, kon door geen menschenhand, ook door geen Synode uitgeroeid worden. Uit de oude boom sproot een jonge loot.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1908

De Wekker | 4 Pagina's

Het voortbestaan der Christelijke Gereformeerde Kerk - XV

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1908

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken