Bekijk het origineel

Brieven uit bet Zuiden 1910 (12)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Brieven uit bet Zuiden 1910 (12)

5 minuten leestijd

„De lente is in aantocht,” zoo hooren we nu en dan opmerken door menschen, die hot met ons zoo aangenaam vinden, die heerlijke zonnige dagen, zooals we ze nu al wat hebben mogen genieten, na een langdurigen tijd van regen en wind,
Juist tijdens de lente in aantocht is, valt ons Paaschfeest in, dat wel het lentefeest van Christus’ gemeente mag genoemd worden.
Op de vraag, onder welke omstandigheden we dit jaar ons Paaschfeest tegemoet gaan, kan verschillend worden geantwoord.
Met die vraag kan men de kerk als kerk, men kan ook de algemeene openbaring van het maatschappelijk leven, men kan ook staatkundige toestanden op het oog hebben.
Trachten we zooveel mogelijk alles saam te vatten en dan tot een antwoord te komen op genoemde vraag, dan kunnen we volstaan met te zeggen: het Paaschevangelie is een licht, dat schijnt in een nog donkeren nacht.
Zoolang de zonde in haar verschrikkelijke openbaring in deze wereld is, zullen de gevolgen niet achterwege blijven.
Oproer en verzet tegen de ordonnantiën Gods, is in alle landen over de gansche aarde aan de orde van den dag.
Hoe langer hoe meer en hoe langer hoe duidelijker wordt voor ieder, die het maar zien wil, openbaar, dat als een geweldige vloek des Almachtigen zelfvernietiging de straf is, welke de menschen allerwege zichzelven aandoen.
Millioenen, onberekenbare schatten, gingen alleen dit jaar al verloren, tengevolge van allerlei werkstaking, waardoor in duizenden gezinnen schreiende nood is.
Dat zijn de bijzondere vruchten van het socialisme, dat als de kanker veel welvaart verteert.
Van welk een demorailseerenden invloed de revolutiegeest is op het volksleven, wordt voortdurend gezien voor ieder die het zien wil, in al de geledingen van het maatschappelijk samenleven.
Predikanten treden onbeschaamd op om soms op de grofste wijze die beginselen te verdedigen.
Door felle haat tegen alle Christendom gedreven, durfde dezer dagen zoo iemand een verdediger van christelijke beginselen toe te roepen: „stik in uw christendom.” Nog erger uitdrukkingen hebben we gehoord, die onze pen weigert op het papier te zetten.
Onderwijzers worden bij honderden geteld, die evenmin zich schamen, om als mannen, aan wie de opvoeding der jeugd ie toevertrouwd, den kinderen onzes volks dingen te leeren, waardoor ieder echt patriot zich beleedigd gevoelt.
Zelfs in ons parlement worden woorden en uitdrukkingen gebezigd, zooals men ze nauwelijks in de achterbuurten van groote steden hoort.
In plaats van karakters te vormen, bederft men karakters In plaats van liefde en verdraagzaamheid te kweeken, wordt de één tegen den ander opgezet. Oneerlijke concurrentie, misbruik maken van vertrouwen, stelen, rooven, inbreken, allerlei moordgeschiedenissen bewijzen welk een geest onder het menschdom heerscht.
Drama’s als in Rusland, in Frankrijk en in Engeland worden afgespeeld, vindt men in andere landen in kleiner afmeting, eenvoudig omdat de toestanden daar nog eenigszins anders zijn.
Tegenover al die donkerheid van het maatschappelijk leven zal de Christelijke kerk bij vernieuwing haar Paaschfeest vieren, Tegenover al den jammer en de ellende, door de zonde veroorzaakt, komt de prediking van het Evangelie der opstanding.
Zoo doet God de Heere nog het licht schijnen in de duisternis, gelijk dat licht al zoo lang heeft geschenen, al moet helaas gedurig nog het woord worden herhaald, dat de duisternis het licht niet heeft begrepen. Zoolang de mensch dit licht verwerpt en de duisternis blijft liefhebben, bewijst hij daardoor, dat zijne werken boos zijn.
Wordt de prediking daarentegen van het licht, dat in Christus is opgegaan, geloofd, dan laten we de werken der duisternis varen en laten we ons leiden door het Licht.
Dan is er raad tegenover al onze verlegenheid, dan is er rust tegenover al de onrust van deze tegenwoordige wereld, dan is er vrede voor ons arme hart tegenover al de heerschende ellende, welke we overal zien en hooren.
Dan hebben we ook onze hoogste verwachting niet van het tegenwoordige leven. We slaan dan wel mot opmerkzaamheid gade den strijd en het gewoel der geesten, maar geloovende in de Godsregeering, weten we en zijn we volkomen zeker, dat wat ook’ drukt of dreigt, Gods beloften aan Zijn erfdeel gedaan, nooit zullen falen.Gelijk in de natuur op herfst en winter lente en zomer volgen, zoo is de prediking van Christus’ opstanding ons het afdoende bewijs, dat voor een iegelijk, die in Christus gelooft, een eeuwige lente op den wintertijd van het tegenwoordige leven volgen zal.
Er zijn menschen, die kennelijk bewijzen, dat zij hoegenaamd niets gevoelen van den ernst van het leven.
Anderen spreken er wel over en stemmen wel toe dat het leven van den mensch ernstig is, maar toch doet hen dit niet met ernst. vragen en zoeken naar datgene, wat noodig is, om voorbereid te zijn, als zij van uit den tijd in de eeuwigheid moeten overgaan.
En wie ziet en gevoelt al het gewicht en de noodzakelijkheid daarvan ? Als kind hoorde ik eens een vrome moeder tot haar kinderen zeggen ; kinderen, denkt er aan: als de eeuwigheid honderd duizend jaren duurde, zou het een ontzettend lange tijd zijn, maar hoe lang ook, er zou toch een eind aan komen, maar de eeuwigheid is zonder eind
Gelukkig, die het verstaat en gelooft, en die met den tijd, dien God de Heere ons schenkt ter voorbereiding voor de eeuwigheid, winst tracht te doen.
Daartoe wijst ons het Paaschevangelie den weg. Jezus leeft, en die in Hem gelooven, zullen eeuwig leven met Hem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1910

De Wekker | 4 Pagina's

Brieven uit bet Zuiden 1910 (12)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 1910

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken