Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Is dat waar?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Is dat waar?

3 minuten leestijd

Op denzelfden avond waarop onze gemeente te Apeldoorn onder leiding van Ds. Schouten het 75-jarig bestaan der Afscheiding aldaar gedacht, werd dit feit ook in de „Geref. Kerk” aldaar in herinnering gebracht door Ds. Kok van Bedum. Volgens het verslag in de ons toegezonden Apeldoornsche Courant van 7 Jan 1911 heeft Ds. Kok toen het volgende gezegd van die Afscheiding:
„Eigenlijk was H geen afscheiden van de kerk, maar van de besturen, die zich de heerschappij in de kerk hadden aangematigd.”
Is dè,t waar ? Wordt hier niet de doleantie in de plaats der Afscheiding geschoven? Was de Afscheiding alleen een breken met de besturen, zooals de doleerenden in 1886 en daarna deden? Indien het verslag uit de Apeld. Courant juist is, dan is het toch diep betreurenswaardig dat op een feest ter gedachtenis der Afscheiding, dezelve in haar beginsel verduisterd wordt.
Hoe duidelijk heeft Ds. de Cock het in zijne Acte van Afscheiding uitgedrukt dat men juist van de liberale of Hervormde Kerk zich afscheidde om bij de ware Gereformeerde Kerk te blijven. Men scheidde zich niet af van de ware kerk die zich in de Gereformeerde belijdenis openbaart, maar van de Hervormde Kerk met hare besturen, zooals zij zich als een genootschap openbaart.
Is Ds Kok dan onbekend met hetgeen de Synode van 1851 zoo glashelder verklaarde ? Toen Ds. Brummelkamp uitsprak zich niet van het Hervormd genootschap, maar wel van het onwettige kerkbestuur te hebben afgescheiden, verklaarde de Synode als het standpunt onzer kerk „dat zij zich, overeenkomstig Art. 28 onzer Geloofsbelijdenis, heeft afgescheiden van de Hervormde kerk, omdat deze de kenmerken van de ware kerk van Christus heeft verloren”. Dit is toch meer dan afscheiding van de besturen. Zie: Syn. Notulen van 1851 bladzijde 15 en 16.
En wat sprak de Synode van Assen in 1888 nog uit: Niet minder dan dit, dat de Doleerenden, zou er ooit van vereeniging sprake zijn, moeten verklaren „in gehoorzaamheid aan ’s Heeren Woord en in overeenstemming met Artt. 27—29 onzer Belijdenis, met het Ned. Herv. Kerkgenootschap, zooals het sedert 1816 met zijne organisatie, besturen en reglementen bestaat, volkomen gebroken hebben”. De Christ. Geref Kerk van 1834—1892 heeft het in verschillende Synoden uitgesproken dat zij zich had afgescheiden niet alleen van de besturen, die de heerschappij in de Herv. Kerk hadden aangematigd, maar van die kerk zelve zooals ze sedert 1816 met hare organisatie, besturen en reglementen bestond. Dit deed de doleantie niet. Zij verwierp wel de besturen, maar wilde geen afscheiding van de Herv. Kerk.
Zoo viert men nu feest in de „Geref. kerken”. Men gedenkt de Afscheiding en verheerlijkt in dezelve het doleantie beginsel. Deed men dit niet, en kwam het juiste beginsel der Afscheiding duidelijk aan het licht, dan werd te veel gevoeld dat scheiding en doleantie niet één maar inderdaad twee zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1911

De Wekker | 4 Pagina's

Is dat waar?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1911

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken