Bekijk het origineel

De Feestdagen (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Feestdagen (I)

5 minuten leestijd

J. d. J. te A. wenscht een en ander te weten omtrent de christelijke feestdagen en zendt ons daarom de volgende vragen:
„Zijn de algemeene christelijke feestdagen, zooals de tweede Paasch- en Pinksterdag, de Hemelvaartsdag enz. van Goddelijke inzetting of zijn het slechts instellingen van menschen ? ’
„Wanneer zijn ze ingesteld? Moet men dezelve houden als Zondagen? Wat is de oorzaak geweest van deze instelling? Zoude u zoo mogelijk den tijd der instelling , en de personen door wie zij ingesteld zijn, kunnen aangeven?”
De algemeene christelijke feestdagen zijn niet van goddelijke inzetting. Gods Woord dat ook hier de maatstaf moet zijn, zwijgt er van en leert ons slechts één rustdag per week, één dag den Heere heilig, waarvan de Heere zegt in het vierde gebod: „Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbath des Heeren, dan zult gij geen werk doen”. Alleen de Zondag moet naar Gods onfeilbaar Woord geheiligd, andere dagen kent de Schrift niet. Wie dus op een feestdag reist of arbeidt, bezondigt zich niet tegen Gods Wet, want waar geen wet is, is geen overtreding, en een wet of gebod aangaande de feestdagen is er in de Schrift niet.
De feestdagen zijn dan ook menschelijke inzettingen. De christelijke kerk in de eerste eeuwen onzer christelijke jaartelling vond het gepast en nuttig om de groote heilsfeiten op bijzondere dagen in het jaar te gedenken. Op zichzelve is daar niets tegen. Integendeel veel pleit er voor. Men kreeg zoodoende een kerkelijk jaar, dat met kerstmis de geboorte herdacht, met Paschen de opstanding en zeven weken later de uitstorting des Heiligen Geestes. De kerk stelde dan ook reeds vroeg het Paaschfeest in, als navolging van het Joodsche paaschfeest. Waarschijnlijk dag-teekent het reeds uit den Apostolischen tijd en heeft de eerste christen gemeente te Jerusalem, wanneer de Joden op den 14den van Nisan de uittocht uit Egypte gedachten, dien dag gevierd als Opstandingsfeest van Christus. In de tweede eeuw werd het reeds te Rome gevierd, maar niet op den 14den van Nisan, maar op den daarop volgenden Zondag; terwijl de kerk in het Oosten den 14 den Nisan als datum voor het paaschfeest behield om het gelijktijdig met de Joden te vieren. Hieruit ontstond strijd tusschen ’t Westen en ’t Oosten. Om dit geschil bij te leggen begaf zich Polycarpus, de grijze bisschop van Smyrna, naar Anicetus den bisschop van Rome. Zij konden het niet eens worden, doch scheidden niet dan nadat zij elkander den broederkus gegeven en met elkaar het H. Avondmaal gebruikt hadden. Aan ’t einde der 2de eeuw beval bisschop Victor van Rome, dat de Wes-teracbe gewoonte van Paaschfeest vieren, n.l. op Zondag na 14 Nisan gevolgd moest worden, waardoor de strijd weer heftig ontbrandde en eerst in 325 werd op het concilie van Nicea in dien zin beslist, dat Paschen op Zondag zou gevierd worden en wel op den eersten Zondag na de eerste vollen maan, na dag en nacht evening (21 Maart). Het Pinksterfeest werd, eerst bij den aanvang der vierde eeuw algemeen gevierd, In dien tijd werd door de kerk de bepaling gemaakt: „allen behooren den pinksterdag te vieren; die deze viering verwaarloost, moet als de insteller eener nieuwe ketterij aangemerkt worden”.
Ook het Hemelvaartsfeest werd niet van af de Apostolische eeuw gevierd. Eerst in het laatst der vierde eeuw werd het ingevoerd. Toen het Pinksterfeest op een bepaalden dag (n.l. 7 weken na Paschen) gevierd werd, ging men ook allengs een bepaalden dag voor den Hemelvaartsfeest vast stellen. Eerst in den tijd van Augustinus (gest. 430) wordt er melding van gemaakt.
Evenzoo is het Kerstfeest eerst in de vierde eeuw opgekomen. Te Home werd het voor ’t eerst gevierd tusschen 352 en 386 en uit eene homilie van Chrysosthomus, den 25sten December 386 voor de gemeente te Antiochië gehouden, blijkt, dat het daar tien jaren te voren nog onbekend was.
Stelde de kerk deze christelijke feestdagen in vóór haar verval, ook later ging zij daarmee voort en stelde in de zesde eeuw het feest in van Christus’ besnijdenis op 1 Januari en later Maria lichtmis, benevens vele heiligen feesten. Al de door de kerk ingestelde feestdagen zijn echter van menschelijke inzetting en behoeven dus niet als Zondag gehouden te worden.
De Hervorming in Calvinistischen geest wilde ze dan ook alle afschaffen. Waarom het niet tot geheele afschaffing gekomen is, hopen wij de volgende maal te bespreken. De oorzaak van het voortbestaan der christelijke feestdagen ligt hoofdzakelijk bij de overheid en het op feestdagen beluste volk, en niet bij de echte Gereformeerden, die alleen den Zondag als den door God ingestelden dag erkenden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1911

De Wekker | 4 Pagina's

De Feestdagen (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1911

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken