Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een benoeming

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een benoeming

5 minuten leestijd

De Staatscourant bracht het bericht dat Dr. A. Noordtzij, leeraar aan het Gereformeerd Gymnasium te Kampen en lector aan de Theol. School aldaar, tot gewoon hoogleeraar in de faculteit der godgeleerdheid aan de Rijks Universiteit benoemd was. Dat is der moeite waard om even den aandacht op te vestigen, want zij wordt slechts geevenaard door de benoeming van prof. Visscher aan dezelfde Universiteit onder het ministerie-Kuyper. Feitelijk staat ze nog hooger. Want prof. Visscher was nog predikant in de Herv. Kerk en werd als zoodanig benoemd tot professor in de godgeleerdheid. Maar Ur. Noordtzij is candidaat in de theologie en lid van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Dat maakt deze benoeming zoo in 't oog vallend. 't Is voorzoover wij weten voor de eerste maal in ons vaderland, dat in de Faculteit der godgeleerdheid een hoogleeraar zal optreden die èn geen lid van èn geen predikant in de Ned. Herv. Kerk is; en als zoodanig is door deze benoeming bewijs gegeven, dat ook in dit opzicht de privilegiën van de Herv. Kerk hebben afgedaan, en dat het van nu aan dus de vraag niet meer is of iemand tot de Hervormde of tot de Afgescheidene Kerken behoort, maar of hij de bekwaamheid bezit voor datgene waarvoor hij benoemd is. Wanneer de oude vader de Cock die den smaad der Afscheiding zoo rijkelijk heeft gedragen, eens kou zien dat zijn kleinzoon op den Utrechtschen catheder stond, wat zou hem dit tot een onuitsprekelijke blijdschap zijn! Toen de eerste ridderorden aan de Afgescheiden predikanten werden toegekend, zeide men dat daarin de Regeering boete gedaan had voor de vervolging, die zij haar in vroeger jaren had aangedaan. Maar in deze benoeming is de Afscheiding ook wetenschappelijk geëerd. En voor goed is de frase thans de wereld uit, dat men alleen knappe mannen vindt in de Herv. Kerk.
Ook voor den vader is deze benoeming een eere. Die man had men 25 jaar geleden reeds een catheder moeten geven aan een van de Rijks Universiteiten, waaraan hij met eere een plaats zou hebben ingenomen, maar dogmatische kleinzieligheid en kerkelijke bekrompenheid zijn ten allen tijde een beletsel geweest om de wetenschappelijke verdiensten van den „ouden Noordtzij” te erkennen. Geen universiteit, die de gelegenheid aangreep dezen man doctor honoris causae te maken. Maar thans is ook de vader in den zoon geëerd, en wij twijfelen geen oogenblik of hij zal van deze eere wel iets gevoelen.
Maar voor de Ethische richting en de Ethische Schriftkritiek is deze benoeming in een woord gezegd: „een kaakslag”, want Dr. Noordtzij zal de plaats innemen van prof. Valeton, een van de voormannen der Etische richtingen-voorstanders van de moderne Schriftkritiek. Utrecht was het bolwerk van de Ethische richting en dat niet het minst door prof. Valeton. Zijne beminnelijke persoonlijkheid, zijn innige vroomheid, waren oorzaak, dat hij een vaderlijken invloed had op zijn studenten, maar daarom ook aan het beginsel der hedendaagsche Schrifteritiek zoodanige uitbreiding gaf onder de predikanten, dat verreweg de meeaten in de Herv. Kerk aanhangers van deze in ons oog noodlottige kritiek zijn geworden. Daaraan komt thans een einde. Althans ia Utrecht, want Ds. Noordtzij's laatste artikelen in de Bazuin hebben het afdoende getoond en uit vroegere bijdragen van zijn hand is het voldoende gebleken, is ook op dit punt beslist Gereformeerd. En hij ia een geoefend en geharnast strijder. De heeren zullen met zijn uitspraken en resultaten van onderzoek hebben te rekenen. Wij gevoelen dat het wat voor de Ethische richting moet wezen, die zoo gaarne een van Valetons talentvolste leerlingen tot zijn opvolger hadden aangewezen. Naar wij vernemen, zijn daartoe ook geen middelen onbeproefd gelaten. Zelfs moet er met de stembus van 1913 gedreigd zijn. 't Zij zoo, de minister is niet gezwicht. Daarvoor onzen dank. De Geschiedenis van den Israëlietische Godsdienst, Israëlietische letterkunde en uitlegging van het Oude Testament heeft een waardig vertegenwoordiger verkregen in Utrecht. „Wij verwachten veel goeds van hem voor kerk en Theologie in ons Vaderland. Steune God hem bij de vervulling van zijn gewichtigen, maar tevens heerlijken arbeid.

P.S. Het gerucht, dat er binnenkort een nieuwe hoogleeraarsplaats te Utrecht zou worden gesticht en dat men daarvoor prof. Obbink uit Amsterdam benoemen zou, beschouw ik als geheel uit de lucht gegrepen. Ik kan niet gelooven dat de Regeering zulk een dwaas ding doen zou. Niet wat het stichten van een nieuwe hoogleeraarsplaats aangaat; dat is best mogelijk, maar dat men prof. Obbink naast prof. Noordtzij zou plaatsen, dat ware dan door de laatste benoeming te niet doen, wat men door de eerste gewonnen had. Of, gelijk het spreekwoord zegt, water eu vuur in eene hand dragen. Ik geloof niet dat de minister zijn hand daartoe leent.

L. (Leiden) J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1912

De Wekker | 6 Pagina's

Een benoeming

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 1912

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken