Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en Staat

5 minuten leestijd

„Snelle afloop als der wateren”. Aan deze uitspraak der Schrift worden wij dezer dagen telkens herinnerd, wanneer wij op Turkije blikken, ‘t Is gisteren. Donderdag, juist drie weken geleden, dat de Benjamin onder de Balkanvorsten, Nikita van Montenegro, den oorlog aan Turkije verklaarde. Thans staan de verbonden mogendheden met hun legers zoo goed als vóór Constantinopel en vóór Saloniki, volgens de laatste berichten moet het reeds gevallen zijn —; nu hebben ze Skoetari en Adrianopel ingesloten; nu hebben ze Oud-Servie, Novibazar, Macedonië en Thracie geheel in hunne macht, nu hebben ze in alle veldslagen de meest schitterende overwinningen behaald. Bij Loele-Boergas is een Turksch leger verslagen, dat honderdduizend man sterker was dan het hunne; nu steekt Turkije door de wanhoop aangegrepen de beide handen op en vraagt de bemiddeling der groote mogendheden, om aan den oorlog een einde te maken. Verbazing, neen verbijstering heeft Europa aangegrepen. Zulk een gericht over een land en een volk heeft de wereldgeschiedenis nog niet gekend. In drie weken tijds de Balkankwestie opgelost; de macht van Turkije gebroken, het rijk der Turken ineengestort als een kaartenhuis, ‘t Is meer dan eenig mensch kan gelooven en verwerken. De gebeurtenissen ontwikkelen zich daar in Z. O. Europa dan ook met zulk een verbazende snelheid, dat de diplomatie niet in Staat is zich telkens bij de gewijzigde toestanden aan te passen. Wat het gekke van het geval is, is dat de Europeesche diplomatie toch nog maar niet zich kan voorstellen, dat er geen Balkankwestie meer bestaat. Zij is aan dit bestaan zoo gewoon geraakt en zij gaf zoozeer stof voor allerlei besprekingen, kuiperijen en intriges, dat den diplomaten haast ondragelijk moest zijn de gedachte: de Balkan-kwestie is opgelost. En toch is dit feit eenvoudig niet te loochenen. Waar de grootste diplomaten jaar en dag over hebben gesuft, wat ze altijd als een bestendig gevaar voor den Europeeschen vrede hebben voorgesteld en dit blijkbaar ook inderdaad was, lost de Heere tot verbazing van de geheele wereld, in enkele dagen op. Radicaal. Zoo radicaal, dat men er geen spoor meer van terug vindt. En het mooiste van het geval is: de Turksche buit komt in de handen van zijn rechtmatige erfgenamen. Want de volkeren wier kinderen daar vallen op de rookende slagvelden van Tracië en Macedonië, en die bij duizenden gesneuveld zijn voor Kirkelisse en Loele Boergas, hebben het meest van de Turken geleden. Zij zijn de verdrukten en geknechten geweest, vele, vele jaren lang. Europa heeft hun hulpgeroep van tusschen de bergen wel gehoord, maar het heeft gezwegen. Engeland en Duitschland wisten wel wat er plaats vond in de binnenlanden van Europeesch Turkije en in Armenië, maar het deed alsof het niets wist. En dat alles, want dat is hier het God onteerende, uit reverentie voor den Turk. Wat al knipoogjes zijn er tusschen Duitschland en Turkije gewisseld. Prachtige cadeaux wisselden de heerschers dezer landen met elkander. En dat alles uit politiek belang. Politiek moet wel een vuil ding zijn, dat al die ongerechtigheden, al die ten hemel klimmende verzuchtingen moeten gesmoord worden. Men hield zoo gaarne de Turksche macht op de been omdat men bang was, dat wanneer het viel, men zijn deel er niet van ontvangen zou. Het Turksche gebied werd aan niemand gegund, nu men het alleen zichzelven gunde, en Turkije bestond ten gevolge van den naijver der groote mogendheden. Dat wist Turkije en daarom haastte men zich niet. Uit de hoogte zag het op die kleine Balkan staatjes neer. Het had immers machtige beschermers, Engeland en Duitschland zouden immers niet toelaten dat de Status quo, dat is de bestaanden toestand ook maar in eenig opzicht gewijzigd werd.
En Oostenrijk dat altijd den mond vol had over zijn vitale belangen op den Balkan en Frankrijk, dat nog even 4000,000,000 francs Turksche fondsen heeft. Maar wat doen thans de machtige Turksche beschermers. Wat doet men voor Turkije. Men wil wel. Want het verloop van de gebeurtenissen op den Balkan is naar de wenschen van het Europeesche concert, waarin straks de Czaar van Bulgarije zal moeten opgenomen worden. Als men durfde dwong men de Balkan vorsten naar hunne oude plaatsen terug, en richtte het goddelooze Turkije weer op voeten. Maar men durft niet. Neen men kan niet, want de sympathie der volkeren is op de zijde der Balkan Staten. Europa haat den Turk en het heeft hem altijd gehaat, en die haat openbaart zich in de sympatie voor de Balkan Staten, De mogendheden kunnen niet wat ze willen, ‘t Zou onmiddeIijk een revolutie in Hongarije ontketenen wanneer Oostenrijk het zwaard voor het behoud van Turkije trok.
Er brak een opstand in Rusland uit, wanneer het Turkije ging steunen. En Engeland heeft een gedeelte van zijn vloot gemobiliseerd maar stellig niet om Turkge te steunen, maar wel om op alle mogelijke gebeurtenissen voorbereid te zijn. Engeland past altijd op de kleintjes en het ware allerminst te verwonderen wanneer het van deze gelegenheid gebruik maakte om Egypte te annexeeren. Zoo wordt Turkije aan zich zelven overgegeven, omdat God het overgeeft. De ure der rechtvaardige vergelding is geslagen, en terwijl de Mohammedaan door geheel Azië en Afrika propaganda maakt voor Allah en zijn profeet, wordt in Macedonië en Thracië het bewijs geleverd, dat Allah zijn eigen land en zijn eigen kalif, d. i. zijn vertegenwoordiger op aarde niet kan beschermen. En als straks Constantinopel valt en Ferdinand van Bulgarije wordt in de Aya Sophia tot Czaar van Bulgarije gekroond, wanneer door de statige gewelven, van dit oudste Christelijke bedehuis na zooveel eeuwen weer het „Te Deum laudamus” ruischen zal, wanneer de Turk uit Europa zal zijn verbannen, dan buigen wij het hoofd en belijden met den dichter:

God heerscht als d’Opperheer
Dat elk Hem juichend eer, enz.

L. (Leiden) J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 november 1912

De Wekker | 4 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 november 1912

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken