Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerk en Staat

6 minuten leestijd

De gebeurtenissen, die zich gedurende de laatste dagen binnen Frankrijk hebben afgespeeld, hebben duidelijk doen zien, hoever het proces der staatkundige verrotting en ontbinding alreeds gevorderd is. Men spreekt wel eens van Russische en Turksche toestanden, maar de vraag is, of men thans niet met evenveel recht van Fransche toestanden gewagen kan, want het blijkt uit alles, dat deze corruptie is doorgedrongen tot in de allerhoogste kringen van de republiek. Rechters en staatslieden, ministers en kamerleden schijnen daar onbetrouwbaar te wezen en alles te durven opofferen aan hun persoonlijke eerzucht. Voor geen middel deinzen zij terug, als het er om gaat een politieken tegenstander te vernietigen. Met een afschuwelijke brutaliteit wroet men in het particuliere leven van zijn tegenstander; door allerlei lage middelen en slinksche streken tracht men in het bezit van allerlei brieven en geheime documenten te geraken, om ze vervolgens onbarmhartig in het een of andere blad te publiceeren en alzoo zijn tegenstander te vernietigen.
Niets schijnt op het oogenblik in Frankrijk meer heilig te zijn. En het slimste is: Frankrijk is zoo verbazend zedeloos. De band des huwelijks wordt er nog gemakkelijker verbroken dan gelegd. In een stad als Parijs is het huisgezin feitelijk ontbonden. De man heeft een vriendin en de vrouw heeft een vriend. Afzonderlijk gaat men uit en afzonderlijk komt men tehuis. De een heeft den ander niets te verwijten. Men heeft alleen een huis om te slapen, niet om in te wonen want wonen doen de moesten in de cafe’s.’ Een goddeloos leven, waaraan zelfs de vooraanstaande mannen in Frankrijk meedoen en dat middelijkerwijze de aanleidende oorzaak geworden is van de verschikkelijke gebeurtenissen, die er zich in de laatste dagen hebben afgespeeld. De vrouw van den minister van financiën Jozef Calliaux, is op klaarlichten dag met een auto naar het redactiebureau van het groote dagblad de Figaro gereden, heeft om toelating bij den hoofdredacteur Calmette verzocht en door dezen in zijn werkkamer ontvangen, hem plotseling neergeschoten, zoodat hij binnen eenige uren den geest gaf. Daarop heeft zij hare armen over de borst gekruist en gezegd: „ik ben mevrouw Calliaux.” Aanvankelijk wist men niet, wat men met haar doen zou. Zelfs de politie aarzelde een oogenblik om haar gevangen te nemen: maar eindelijk begreep men, dat er maar één recht was en dat dit ook voor de vrouw van den minister gold. Zij werd gevangen genomen en naar de gevangenis gebracht, waar haar een bekende cel tot verblijf werd aangewezen, in afwachting van hetgeen verder met haar geschieden zou. Deze politieke moord, want anders kan ik hem niet noemen, heeft natuurlijk een politieken achtergrond. Calmette en Colliaux waren aartsvijanden en de eerste had er alles op gezet om den laatste te vernietigen. De middelen, die hij daartoe bezigde, waren alles behalve fair. Een en andermaal had hij den minister van minder eerlijke handelingen beschuldigd, maar telkens had deze zich in de Kamer nog kunnen schoonwasschen. Totdat hij in het particuliere leven van den minister greep en daaruit dingen aan het licht bracht, die geen hoogen dunk van ’s mans waarheidsliefde, beginselvastheid en vooral niet van zijn moraliteit gaven. Maar er kon nog meer gepubliceerd worden. Calmette liet duidelijk doorschemeren, dat hij in het bezit was van zoodanige stukken, dat, wanneer hij tot publicatie daarvan overging, zonder twijfel Calliaux een verloren man was. Het schijnt dat Calliaux de publicatie van deze documenten heeft gevreesd en daar de rechter zich onbevoegd en tevens onmachtig verklaarde om de publicatie te verhinderen, heeft mevrouw Calliaux besloten op deze wijze haar man te verlossen. Een schrikkelijke wijze, want niemand mag zijn eigen rechter zijn. Maar daaraan heeft deze vrouw die ’s avonds had moeten aanzitten aan een diner bij den Italiaanschen gezant, geen oogenblik gedacht, aan de gevolgen van hare daad én voor den man, die zij ging dooden én voor haar eigen man én voor zich zelven. Zij heeft gehandeld naar de inspraak van haar goddeloos hart en schoot Calmette dood. Haar man trad onmiddellijk als minister af, terwijl de daad van zijn vrouw verschillend beoordeeld werd. Van zelf dat deze aangelegenheid in de Kamer besproken werd en toen bleek, in welk een poel van vuil en modder zoowel de politiek als de journalistiek in Frankrijk verzonken zijn. Een gewezen minister trad in de kamer op, Barthou, en haalde uit zijn borstzak een document, dat hij maar stilletjes uit het ministerie had meegenomen met de gedachte: ik kan het nog wel eens noodig hebben om mijn politieke tegenstanders te treffen, De inhoud van dit document, op welks bestaan Calmette reeds had gezinspeeld en welks publicatie Calliaux met zooveel vrees vervulde, bleek inderdaad niet eervol voor dezen te wezen. Maar er zijn zooveel hooggeplaatsten in deze aangelegenheid gemoeid en zooveel personen hebben misbruik van hun macht en bevoegdheid gemaakt , dat de geheele zaak wel met een sisser zal afloopen. Geen enquêtecommissie zal den moed hebben dezen politieken Augiusstal te reinigen. Wat Calliaux vreesde dat zijn ondergang worden zou, zal zijn behoud zijn, en de mannen die meenden, dat deze „demagogische plutocraat”, zooals Briand hem genoemd heeft met het oog op zijn vele financieels relaties, voor goed van het staatkundig tooneel zou verdwijnen, hebben waarschijnlijk te vroeg gejuicht. De conclusies van het rapport der enquêtecommissie, die met het onderzoek naar den inhoud van het document belast werd, zijn volstrekt niet vernietigend voor Calliaux, en wanneer de Kamer haar aanneemt, keert hij weer spoedig in haar midden terug. En zijn vrouw, die een moord op haar geweten heett? Ik vrees, dat haar straf niet zwaar zijn zal. Haar advocaat is de handige Labori, de welbekende en wereldberoemde verdediger van Alfred Dreyfus en de rechtspraak berust bij de jury. ’t Zou vreeselijk zijn, maar de mogelijkheid is onzes inziens volstrekt niet uitgesloten, dat ze onder handgeklap wordt vrijgesproken en anders een zeer lichte straf krijgt, waarvan zij wel spoedig door gratie ontheven worden zal. En dan gaat het leven in Frankrijk zijn zedeloozen gang weer. Wat bekommert men zich daar om recht en gerechtigheid.
​Ds. H. Janssen
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1914

De Wekker | 4 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1914

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken