Bekijk het origineel

Een nieuwe Zangbundel?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een nieuwe Zangbundel?

5 minuten leestijd

In een van de laatste nummers der Bazuin heeft de em. pred. E. Kropveld, een artikel geplaatst onder het opschrift: Een ontzettende toestand in onze Gereformeerde kerken. Vol verbazing staarden wij dat opschrift aan en vroegen ons af: welke die toestand was ? En daarop geeft hij zelf het antwoord: Die is zegt bij: dat in onze Gereformeerde kerken de ergernis des kruisis voor een deel is vernietigd. Eerlijk gezegd begreep ik het nog niet, waar broeder Kropveld heenwilde, maar ik las verder en kwam eindelijk tot de ontdekking dat die vernietiging daarin bestond: dat er geen gezangen gezongen worden waarin de naam van Jezus genoemd wordt. Met alle respekt voor broeder Kropveld, maar ik geloof dat hij toch hierin wel wat overdrijtt en daar hij nog als oud vriend een nummer van die Bazuin toezond met het verzoek zijn stuk over te nemen, wil ik dadelijk zeggen, dat ik dit niet noodzakelijk acht. Ik ben principiëel niet tegen het zingen van gezangen in de kerk, waarom zou ik dat wezen, daar immers al eenige gezangen in onzen psalmbundel zijn opgenomen, die niet wezenlijk onderscheiden zijn van vele, die in den gezangbundel der Ned. Herv. kerk staan. Ik geloof ook beslist niet dat er eenig principieel bezwaar kan aangevoerd worde tegen het zingen van gezangen in de kerk. Men beroept zich wel op het woord van Dr. A. Kuyper: „In Gods huis niet dan Gods Woord”, Maar ten eerste is dat een uitspraak van een mensch en ten tweede bewijst die uitspraak niets. Want als onze Beets dan Jesaia 53 berijmt, wat is dat dan? Is dat wat anders dan onze berijmde psalmen. Dus principieel ben ik geen gezangenhater, misschien anderen in onze kerk wel. Het zij zoo, wij zullen elkander in dit stuk wel kunnen dragen. Temeer omdat ik geen behoefte aan een gezangbundel naast mijn psalmbundel heb en het volstrekt niet eens ben met Br. Kropveld dat ook in onze kerk de ergernis des kruises voor een deel is vernietigd omdat wij geen gezangen zingen, onze openbare samenkomsten gelden toch niet allereerst den jood, maar den Christen. En nu is het zeker heerlijk als daar gezongen worden kan:
Jezus uw verzoenend sterven
Blijft het rustpunt van ons hart.
Of:
Ja, amen! ja
Op Golgotha
Stierf Hij voor onze zonden,
En door zijn bloed
Wordt ons gemoed
Gereinigd van de zonden.
Maar laten wij ons hier niet laten bedriegen en vooral niet vergeten, dat de gemeente bij het gezang haar eigen exegese heeft. En wanneer zij dan zingt:
Een stroom van ongerechtigheden
Had d’overhand op mij,
Maar ons weerspanning overtreden
Verzoent en zuivert Gij.
Of wanneer zij aanheft:
Wien heb ik nevens u omhoog
Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog,
Op aarde nevens u toch lusten,
Niets is er daar ik iu kan rusten.
Waaraan denkt zij dan? aan Jezus Christus, haar verheerlijkt Hoofd die aan de rechterhand zijns hemelschen Vaders zit en daaraan denkt broeder Kropveld bij het zingen van deze verzen ook. Ik heb nog al veel in den Gezangbundel gelezen en ik houd er wel van eens een versje er uit in de preek in te vlechten, maar dit is meer tot afwisseling dan uit behoefte, want de ervaring heeft mij geleerd, dat er voor ieder gezang een paralel in de psalmen te vinden is. De naam moge dan ontbreken; de zaken zelf worden genoemd. En op dit laatste komt het maar aan. Wat heerlijke pinksterzangen bevat onze psalmbundel niet. Ik dacht het juist dezer dagen nog bij het zoeken naar pinksterpsalmen: keuze te overig. En wie zal er zendingsliederen dichten die halen bij onze zendingspsalmen. Neen waarde broeder Kropveld gij hebt wat overdreven en daardoor de zaak die gij blijkbaar met uw gansche hart voorstaat meer geschaad, dan gebaat. Laat ons in onzen strubbelachtigen tijd maar geen meerdere strubbelingen in ons kerkelijk leven veroorzaken en de Heere behoede ons genadiglijk voor een „gezangenstrijd.” Wij hebben het al zooveel eeuwen met onze psalmen gedaan en de kerk heeft er onder gebloeid. Ik geloof wij moeten op deze wijze maar voortgaan en het nieuwe niet begeeren omdat het nieuw is. Al wat wij willen kan hier beneden niet altijd geschieden ook zelfs het goede dat wij willen niet. Wij mogen niet vergeten, dat deze bedeeling vol gebreken is, ook vol gebreken op het gebied van onze openbare godsdienstoefeningen. Maar juist dat moet ook in onze harten wekken het heimwee naar den volmaakten kerkstaat daarboven waar de kwestie van psalmen en gezangen voor eeuwig zal worden opgelost in het lied van de Triompheerende kerk:
Het Lam dat geslacht is, is waardig te ontvangen
De kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte
En eere en heerlijkheid en dankzegging.
Dat heimee wensch ik mijn ouden vriend en broeder bij het klimmen zijner jaren in ruime mate toe.
Leiden. JANSSEN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1914

De Wekker | 6 Pagina's

Een nieuwe Zangbundel?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1914

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken