Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onze liturgische geschriften 60

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onze liturgische geschriften 60

5 minuten leestijd

LX.
De eerste klip, welke de kerk moest omzeilen om ‘t leerstuk der twee naturen in één persoon in zuivere bedding te leiden, was de scheiding der naturen. Tot deze dwaling kan men o zoo licht komen. Wanneer toch vast staat, dat Christus God en mensch is, hoe gemakkelijk kunnen we er toe verleid worden om aan de menschelijke natuur van Christus een eigen persoonlijk bestaan toe te kennen. Immers zoodra als het onderscheid van natuur en persoon uit het oog wordt verloren duikt de dwaling op.
Nu was op het 2e oecumenisch concilie te Constantinopel (381 n. Chr.) tegenover de dwaling van Apollinaris de waarachtige menschheid van Christus gehandhaafd, Apollinaris toch ontkende, dat Christus een menschelijke ziel bezat, maar leerde, dat de godheid in de plaats van de menscheljjke ziel gekomen was. Maar waar wij uitdrukkelijk lezen in de Heilige Schrift, dat Christus den broederen in alles is gelijk geworden uitgenomen de zonde, en wij Hem in Gethsemane’s hof hooren klagen „mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe” en hij vóór zijn sterven nog uitriep: Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest, daar handhaafde de kerk immers de volle reeele menschheid van Christus en sprak uit, dat Christus niet slechts een menschelijk lichaam, maar ook een menschelijke ziel, een menschelijke bewustzijn en wil bezat.
Christus had dus een volkomen menschelijke natuur; maar nu kon het niet uitblijven of spoedig zou een andere dwaling om den voorrang strijden. Het was het gevoelen om aan deze reeele menschelijke natuur nu ook een eigen persoonlijkheid toe te kennen, zoodat wij in Christus zouden vinden geen twee naturen, maar twee personen.
De eerste, die hiervoor den degen opnam was Nestorius en de naar hem genoemde Nestoriaansche strijd heeft de kerk langen tijd beroerd. Wat tegenwoordig vooral in de Duitsche theologie omtrent den persoon van den Middelaar wordt geleerd, heeft feitelijk zijn achtergrond in dit dwaalgevoelen van Nestorius. Hij was een man van buitengewone welsprekendheid en werd in 428 tot patriarch van Constantinopel gekozen. De aanleiding tot den heftigen strijd was een zegswijze omtrent Maria, de moeder des Heeren. Nestorius ergerde zich er aan, dat Maria genoemd werd moeder Gods.” Hij kon niet aannemen, dat Maria God gebaard zou hebben en koos daarvoor de uitdrukking „die Christus gebaard heeft.”
Daarmede bedoelde Nestorius, dat de mensch, die uit Maria geboren is, niet is de eeuwige Zoon Gods, maar een heilig menschenpersoon, waarmede nu de tweede persoon, de Zoon, zich had vereenigd.
Gelijk in het huwelijk man en vrouw tot één vleesch worden, maar die vereeniging alleen een zedelijke is, zoodat ze toch twee personen blijven, zoo ook was volgens Nestorius de vereeniging van de godheid en de menschheid van Christus. Die vereeniging was slechts een zedelijke d. w. z. zij bestond in de betrekking, waarin de persoon des Zoons, de Logos, zich stelde met de menschelijke persoon van Christus.
Maar op die manier zouden wij twee personen in den Middelaar vinden, die hoe nauw ook vereenigd toch immer twee personen blijven. Als wij echter zoo sterk de naturen in Christus gaan scheiden dan is er van geen Middelaareschap meer sprake, dan wordt het gansche Middelaarswerk ondermijnd en zou Christus worden een mensch, een zeer voortreffelijk persoon, in wien God meer en op inniger wijze woont dan in anderen. Dan was er tusschen den geloovige en Christus geen wezenlijk verschil, maar was hier alleen een verschil in graad aan te wijzen. En dit nu gaat lijnrecht tegen Gods Woord in.
Dat begreep Cyrillus van Alexandrië, een even welsprekend als heftig patriarch, die zich scherp tegen Nestorius stelde. Hij wist te bewerken dat in 431 n. Chr. te Efeze een groot concilie saamgeroepen werd, waar onvoorwaardelijk het gevoelen van Nestorius veroordeeld werd en uitgesproken, dat de naturen onverdeeld en onscheidbaar in één persoon vereenigd waren.
De bedoeling van dit oud kerkelijk besluit is duidelijk. Het wil ons leeren dat wij in Christus hebben een vereeniging van den persoon des Zoons, met een onpersoonlijke menschelijke natuur. De Schrift toch spreekt altijd ondubbelzinnig van Christus als één persoon. Het is altijd het eene, centrale „Ik” dat in Christus woont en uit Hem spreekt. Was in Christus als mensch een andere persoonlijkheid dan in den Logos of het Woord, zoo zou de Schrift nooit kunnen zeggen „het Woord is vleesch geworden” en het zou dan niet juist zijn wanneer wij lezen, dat „zij den Heer der heerlijkheid gekruisigd hebben.” Christus verkrijgt dus geen persoonlijkheid door zijn menschwording, maar zijne eeuwige lkheid gaat in in het vleesch, in de menschelijke natuur.
‘t Is waar dit gaat al ons denken en spreken ver te boven. Die vereeniging is de verborgenheid der godzaligheid, een centraal dogma in de geloofsleer, het hoogtepunt in de geschiedenis der menschheid, de jubel der strijdende en der triomfeerende kerk, het loflied der eeuwige aanbidding.
J.J. van der Schuit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 26 June 1914

De Wekker | 4 Pagina's

Onze liturgische geschriften 60

Bekijk de hele uitgave van Friday 26 June 1914

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken