Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerk en Staat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerk en Staat

6 minuten leestijd

Wij staan aan den vooravond van zeer ingrijpende gebeurtenissen, waarvan niemand op dit oogenblik den afloop berekenen kan. In verband met den afschuwelijken moord op den aartshertog-troonopvolger heeft de regeering der Donaumonarchie een dreigende nota aan Servië gericht en daarop een antwoord vóór Zaterdagavond 25 Juli geëischt. Wat Oostenrijk echter in deze nota van Servië eischt, grijpt zoo diep in het staatsleven van Servië in, dat aanvaarding van de daarin gestelde eischen zoo ongeveer gelijk zou staan met eene onderwerping aan Oostenrijk. De nota, die Vrijdag pas door het Fremdenblad werd afgedrukt en daardoor ook ter kennisse van de Serviërs kwam, heeft zulk een storm van verontwaardiging verwekt, dat het Servische ministerie zonder twijfel daardoor in een zeer moeielijke positie zal worden gebracht. Want eenerzijds weet het maar al te goed, dat de maat aan de zijde van Oostenrijk vol is, en anderzijds is het niet zeker van Ruslands steun in deze aangelegenheid. En zonder Rusland wordt Servië door Oostenrijk verpletterd en het schijnt werkelijk met het oog op de legertoebereidselen, die Oostenrijk in de laatste dagen gemaakt heeft, dat het daarom te doen is. 't Is moeilijk een oordeel over deze aangelegenheid uit te spreken. Feit is, dat de onderzoekingen in zake den moord op den aartshertog en zijne gemalin duidelijk hebben aangetoond, dat Servië, zij het al niet officieel, dan toch officieus de hand in deze afschuwelijke affaire gehad heeft. Want het materiaal voor de bommen was Servisch materiaal en de bommen zelf waren vervaardigd onder het toezicht van Servische officieren. Nu bewijst dit nog volstrekt niet de medeplichtigheid van de Servische regeering, maar het bewijst wel, dat er een ingekankerde haat in Servië tegen Oostenrijk bestaat, die zich op alle mogelke wijzen in de toekomst zal uiten. Dat kan en mag Oostenrijk natuurlijk niet dulden. Het mag niet toelaten, dat zelfs tot op de scholen toe een geest van verzet tegen Oostenrijk wordt gekweekt. Maar aan de andere zijde mag Oostenrijk niet vergeten, dat het tijdens de jongste Balkanoorlogen Servië tot het uiterste heeft geprikkeld en door een machtsdaad dit kleine land van de vruchten zijner bloedige overwinningen heeft beroofd. 't Was Oostenrijk, dat hardnekkig geweigerd heeft, dat Servië een uitgang en haven aan de Adriatisohe zee kreeg, hoewel het toch dien uitgang rechtmatig verworven had. Waarom ? Om Servië op oeconomisch gebied in een staat van dienstbaarheid te kunnen houden en zorg te dragen, dat het nimmer tot eenige stoffelijke welvaart en bloei kwam. Servië is Oostenrijk aldoor een doorn in het oog geweest en de Donau-monarchie heeft met leede oogen het gunstige verloop van den Balkanoorlog voor Servië gevolgd. Servië is zich al deze vernederingen van de zijde van Oostenrijk aangedaan ten volle bewust. Het weet wel, dat er daarom een Albaneesche staat moest geschapen worden om ten eeuwigen dage te verhoeden, dat het naar de westzijde eenige uitbreiding verkrijgen zou, en dat alles heeft de Serviërs dusdanig tegen Oostenrijk verbitterd, dat de moord van Serajewo er de meest afschuwelijke uiting van was. Al deze dingen mogen bij eene beoordeeling van den tegenwoordigen stand van zaken niet uit het oog verloren worden: aan beide zijden is schuld. Schuld is er bij Oostenrijk, dat Servië onafgebroken dupeerde, en schuld is er bij Servië, dat oogluikend althans dezen vorstenmoord toeliet. Zoo staan thans de zaken. De vraag is echter, wat ér geschieden zal, wanneer Servië de eischen door Oostenrijk gesteld verwerpt? Is het dan oorlog of bestaat de mogelijkheid ook dan nog, dat er een vergelijk getroffen wordt? Alles hangt af van de houding van Rusland. Houdt Rusland zich onzijdig, dan mag Servië de eischen van Oostenrijk verwerpen, ten slotte zal het ze noodgedrongen wel moeten aanvaarden, daar het anders gevaar loopt, tijdelijk door Oostenrijk geannexeerd te worden. Maar alle dingen komen gansch anders te staan wanneer Rusland zich aan de zijde van Servië plaatst en het gevaar is groot, dat zulks geschiedt. Dan blijtt het conflict tusschen Oostenrijk en Servië niet gelocaliseerd, want zoodra Oostenrijk dan mobiliseert met het doel Servië tot zijn plicht te brengen, zal deze mobilisatie met een mobilisatiebevel van Rusland worden beantwoord. Maar dan staan wij aan den ingang van een wereldoorlog, want zoodra Rusland zich in dit geschil mengt, kan Duitschland nietl onzijdig blijven. En waar Duitschland de partij van Oostenrijk kiest, staat Frankrijk onmiddellijk aan de zijde van Rusland, en de oorlog, die Europa in vuur en vlam zet, is daar. Nog is het zoover niet, maar niemand weet, wat de naaste toekomst ons brengen zal.
Maandagmorgen.
Het antwoord van Servië is Zaterdag. avond aan den Oostenrijkschen gezant tel Belgrado overhandigd. Het was afwijzend,! Tot op den middag was er een zeer drukte stemming in de hoofdstad van Servië. Het bleek uit alles, dat men vreesde, dat Servië in dit conflict alleen zou staan en dat het ministerie genoopt zou worden toe te geven. In den loop van den namiddag werd er echter een lang cijfertelegram uit Petersburg ontvangen, waar de ministerraad 4 uur achtereen onder leiding van den Czaar was vergaderd. Het schijnt, dat ditmaal de oorlogspartij de overwinning behaald heeft, want onmiddelijk nadat het telegram ontvangen en ontcijferd was, ontstond er eensklaps een geheel andere stemming onder het volk. De nota aan Oostenrij werd opgesteld en nog voor 6 uur aan den Oostenrijkschen gezant overhandigd, die reeds 6.20 Belgrado verliet. De diplomatieke betrekkingen tusschen Oostenrijk en Servië zijn daarmee afgebroken wat echter nog geen oorlog beteekent. Onmiddellykr werd den Keizer mededeeling van het Servische antwoord gedaan, die zeer bewogen moet hebben uitgeroepen: „Ik hadi niet gedacht, dat ik in mijn laatste levens jaren nog oorlog zou hebben moeten voeren, Maar het zij zoo. God zegene u.” Onmiddellijk werd daarop de mobilisatie van het geheele Oostenrijksche leger gelast. Duitschland plaatst zich geheel aan zijde van Oostenrijk. De Fransch-Russische pers slaat een dreigenden toon tegen den Driebond aan. Alleen de Engelsche pers is bezadigd en hoopt op eene minnelijke schikking. Wat zullen de volgende! dagen ons brengen ? Wanneer dit gelezen wordt, is zonder twijfel de beslissing reeds gevallen. De Heere kent haar en regeert. Dat, maar ook dat alleen geeft rust aan ons hart te midden van de on rust der tijden.
Leiden
​Ds. H. Janssen
P.S. De oorlog is inderdaad uitgebroken. Dinsdag verscheen in het Oostenrijksch Staatsblad de volgende verklaring;
Daar de koninklijke regeering van Servië niet op bevredigende wijze geantwoord heeft op de nota, die haar door den minister van Oostenrijk-Hongarijë te Belgrado was overhandigd in dato 23 Juli 1914, zoo bevindt de keizerlijke en koninklijke regeering zich in de noodzakelijkheid zelf te voorzien in de handhaving harer rechten en belangen en ten dien einde de macht der wapens te gebruiken.
Oostenrijk beschouwt zich dus van dit oogenblik als in staat van Oorlog met Servië.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 31 July 1914

De Wekker | 4 Pagina's

Kerk en Staat

Bekijk de hele uitgave van Friday 31 July 1914

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken