Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Didaktikos 2

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Didaktikos 2

4 minuten leestijd

II.
In de tweede plaats vraagt de bediening des Woords van den Dienaar het onderwijs van het zaad der gemeente in de dingen, die tot zaligheid te weten noodzakelijk zijn. Onnoodig om hierbij lang stil te staan ten betooge, dat de Dienaar des Woords „bekwaam zij om te leeren.” Het onderwijs aan de jeugd vraagt van den Dienaar eene beheersching van de leerstof, die hem in staat stelt, af te dalen tot het kind opdat het kind de waarheid leere verstaan. Wie meent, dat zulks een gemakkelijke zaak is, vergist zich. Een goed catecheet te zijn eischt meer dan wetenschap, vraagt wijsheid. Niet minder dan de predikatie vraagt het catechisatie-uurtje voorbereiding en gebed.
Vervolgens rust op den schouder van den Dienaar naast de algemeene (van den predikstoel) de bijzondere zielzorg der gemeente, die of opzettelijk wordt geoefend in het z. g. n. huisbezoek, of toevallig, wanneer men tot den Dienaar komt met vragen des geestelijken levens. Ook deze zielzorg behoort tot de bediening des Woords en niet van minder belang dan de prediking. Betrekkelijk gesproken is het gemakkelijker een goede preek te maken, dan goed huisbezoek te doen; gemakkelijker om in het algemeen te spreken dan in gesprek niet slechts tot, maar dikwijls tegen den persoon, het Woord Gods te brengen. Voor de prediking kan in den regel de noodige tijd van voorbereiding genomen worden en aan bronnen naast de hoofdbron ontbreekt het in den regel niet; evenzoo is het met het catechiseeren, maar het huisbezoek? Wie kan zich voorbereiden daartoe? Niet de Dienaar, maar het lid bepaalt dan het onderwerp. De Dienaar moet het bij het „bezoeken” vinden. Voor hoevele vragen, tegenover wat verschillende toestanden komt de Dienaar te staan ! Onmogelijk het aantal vragen te bepalen of ook maar eenigszins in bijzonderheden te treden, wat betreft de omstandigheden. We herinneren alleen dat de Dienaar kan komen te staan tegenover bruut ongeloof of onverschilligheid in betrekking tot de dingen der eeuwigheid; tegenover dwalingen des verstands en dwalingen des harten; de nooden der bekommerden worden hem voorgelegd en de bevestigde vraagt toch ook nog van hem opbouw in het allerheiligst geloof; hij treft zo aan, die te hoog of te laag staan. Zooveel zielen, zooveel bijzondere nooden. Hoe zal hij met zegen arbeiden, in waarheid het snoode van het ware onderscheiden, maar ook dit onderscheid doen gevoelen en zich dus ook vrijmaken indien hij niet is een man, toegerust met wetenschap en verstand, didaktikos, bekwaam om te leeren, in den waren zin? Hij heeft onderwijs te geven, opbouwend of afbrekend, al naar de behoefte, en in den regel zal het hem niet ontbreken aan menschen, die de gave der tegenspraak bezitten of die, en dit is dikwijls nog lastiger, op alles ja en amen zeggen. Gemakkelijk kan de Dienaar het zich maken, door inzonderheid hen te bezoeken, die in „ligging” met hen overeenstemmen, maar dan verzaakt bij een kostelijk deel zijner roeping.
Verder vinden we den Dienaar bij zijn krankenbezoek. Ook daar didaktikos! Is er wijsheid noodig bij bet huisbezoek, in dit niet minder. Wel is hier dikwijls de aanleiding tot het gesprek gegeven, maar toch is de moeilijkheid hierdoor niet weggenomen. Welk eene verantwoordelijkheid! De zieke wenscht getroost te worden. Mag de Dienaar altijd troosten ? Getrouw moet hij zijn in zijn onderwijs, dat hij brengt uit en naar den Woorde Gods, Getrouw als zijn Zender, die het gekrookte riet niet verbrak en de rookende vlaswiek niet uitbluschte; maar eveneens getrouw om in het aanzien des doods het wee niet te verzwijgen en den valschen grond der gerustheid weg te nemen.
Eindelijk noem ik de plaats des Dienaars in het bestier der gemeente. Kerkeraads en gemeente-vergaderingen vragen zijne leiding, in de meerdere vergaderingen heeft hij te dienen met raad. Daarin mag van het opleggen van zijn wil geen sprake zijn. Ook daar moet hij didaktikos zijn, opdat alles naar den wil des Heeren geschiedde,
Bekwaam om te leeren.
Het V.D.M., dat enkelen onder hun naam zetten, Verbi Divini Minister, dienaar des Goddelijken Woords wijst op dien eisch, en meer dan de Dominé, die zich heer (dominus) voelt boven de gemeente, gevoelt hij zich paedagogus (onderwijzer), die zich geeft en naar ieders behoefte tracht mede te deelen, wat strekken kan tot opwas in de kennis en in de genade van den Heere Jezus Christus.
F. Lengkeek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1914

De Wekker | 4 Pagina's

Didaktikos 2

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 1914

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken