Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Didaktikos 3

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Didaktikos 3

5 minuten leestijd

III.
De werkzaamheid van den Dienaar des Woords heeft dus in geheel zijn optreden een onderwijzend karakter te toonen.
Wat is nu den Dienaar noodig om aan den eisch van het didaktikos te voldoen?
Twee zaken: wijsheid en wetenschap, wel te onderscheiden en toch niet te scheiden in deze.
Beide: gaven Gods; de eerste als onmiddellijk geschonken door den Heere, de tweede langs den middellijken weg te verkrijgen.
Het didaktikos moet dan ook als gave Gods in beginsel aanwezig zijn bij ieder, die zich geroepen acht om te staan naar den dienst des Woords.
Juist dit zal voor den waarlijk geroepene dikwijls eene bron van twijfel zijn. Niet, hoe kom ik nog door mijne examens (wetenschap), maar zal ik als ik het eindpunt der studie bereikt heb, bekwaam, geschikt zijn om waarlijk de gemeente des Heeren te leiden (wijsheid). Met een middelmatig goed geheugen en een middelmatig goed verstand is er wel doorkomen aan de studie; de wetenschap is echter slechts het materieel der wijsheid en kan deze nooit vervangen.
Wetenschap zonder wijsheid voert tot opgeblazenheid en zal doen missen den juisten takt in het optreden op velerlei gebied.
Eerst dus de wijsheid! In beginsel aanwezig, straks in het leven en de gemeente geoefend. En om die wijsheid een gedurig smeeken tot Hem, die de wijsheid uit Zijne volheid schenken wil. Zij moet tot haar recht komen in het onderwijzen der gemeente van den predikstoel, in de catechisatiekamer, bij huis- en krankenbezoek.
Maar dan ook de wetenschap, die we niet onmiddellijk doch slechts middellijk kunnen verzamelen met de hulp des Heeren, tot welker verkrijging de Heere arbeid van ons vraagt.
Nog dikwijls wordt vergeten het „Non soholae, sed vitae discimus” d. i. niet voor de school, maar voor het leven leeren wij, waarin wij het vitae zouden willen veranderen in »gregi Christi” d. i. voor de kudde van Christus.
Het gaat toch in onze studie niet om het slagen voor onze examens, ook niet om eenmaal het radikaal van predikant te verkrijgen, maar om straks voor de gemeente te zijn didaktikos, bekwaam om te leeren.
Geheel de studie beweegt zich om dat didaktikos.
In dit licht bezien worden we schuchter om de studie geestdoodend te noemen, en worden we zelfs bevreesd om de studie der propaedeutische vakken (talen, geschiedenis, aardrijkskunde, logica, psychologie en filosofie) te vergelijken met het verkeer op eene dorre, drooge heide. Ook de heide is er om Gods wil. Evenzoo deze studie.
Waartoe de studie der oude talen ? Zijn ze niet noodig, onmisbaar tot recht verstand der Heilige Schrift voor den didaskalos (onderwijzer) ?
Waartoe de studie der Nederlandsche taal? Is zij niet het voertuig voor den Dienaar, om straks het Woord Gods te brengen tot de gemeente? Zal hij dat goed kunnen doen, indien hij de kracht der taal, die hij spreekt niet verstaat?
Waartoe de studie van Geschiedenis en Aardrijkskunde? Komt de prediker niet telkens en telkens weer in aanraking met vraagstukken, die nauw verband houden met historische en geografische opvattingen en hypothesen, welke dikwerf indruischen tegen het Woord en de vruchtbaarheid van het onderwijs belemmeren? Moet hij, om didaktikos te kunnen zijn niet op de hoogte wezen van het wereldgebeuren in zijn historisch verband om ook de H. Schrift in haar profetie te kunnen verstaan, voor zooverre de Heere de rol der profetie ontrolt?
We zullen niet alle vakken de revue doen passeeren.
We konden anders nog wijzen op Psychologie en Logika (dikwijls zoo stiefmoederlijk bemind), die toch van groot belang zijn als aanwijzers van weg en middel tot het doel.
In het licht van het didaktikos krijgen de vakken waarde.
Dit aan te toonen voor de studie der Theologische vakken zou overbodig kunnen heeten. Immers in deze studiën gaat het meer rechtstreeks op het doel aan en welk onderdeel der theologische studie men ook beschouwt, of men den blik recht op het historische of exegetische, op het dogmatische of praktische deel, zij wijzen allen op het didaktikos.
Dit alles vraagt van den student een heilig studeeren d. i. een studeeren in de vreeze Gods, gericht op het groote doel, straks didaktikos te zijn in het koninkrijk der hemelen. Mogelijk, neen zeker, zal zich de verleiding wel eens doen gevoelen om het niet zoo nauw te nemen met de studie en daardoor in het werk te verslappen. Het doel toch schittert niet altijd even helder en dan is zelfverloochening zoo moeilijk. Mocht altijd bij onze studenten op den voorgrond staan: welk vak ik ook beoefen, het is voor de gemeente, voor de rechte bediening van het ambt, waartoe ik mij van Godswege geroepen gevoel, dan zal het niet ontbreken aan een sterken prikkel voor gezette studie. En de dorheid zal minder opgemerkt worden, omdat dan ook de droogste studiestof behoort tot die „liefdedienst”, waarvan David zegt, dat hij hem nooit verdroten heeft.
Leve het „didaktikos” als doelwit van ons streven, door Gods genade in het hart van Studenten en Docenten, opdat een samenwerking in den rechten zin gevonden worde. Dat zal de lust in de studie doen toenemen, de resultaten vermeerderen, het geestdoodende op den achtergrond dringen, het gebed in het hart doen verlevendigen, wetende, dat alle goede gave en volmaakte gift alleen van den Vader der lichten af en nederdaalt.
Leve in onze Kerk de drang des gebeds voor de School, hare verzorgers, leerkrachten en leerlingen en God geve, dat nog vele candidaten als rechte didaktikoi haar verlaten mogen.
​F. Lengkeek

P. S. De uitnemende uiteenzetting van het „Didaktikos” en het praktisch onderwys daaruit afgeleid, zal velen met ons bevestigen in hunne overtuiging dat onze Synode in Ds. Lengkeek een goede keus deed, toen zij hem benoemde tot Docent aan onze Theol. School.
Stelle de Heere hem met de andere broeders Docenten tot uitgebreiden zegen.
​Red.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1914

De Wekker | 6 Pagina's

Didaktikos 3

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1914

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken