Bekijk het origineel

Hulpveldpredikers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hulpveldpredikers

4 minuten leestijd

Van verschillende zijden heeft men mij de vraag gedaan of er ook hulpveldpredikers zullen worden aangesteld, en daar ik vermoed dat deze vraag haar oorsprong ontleent aan het feit, dat er kort geleden vele hulpaalmoezeniers zijn aangesteld, acht ik het niet ongewenscht deze benoeming eens nader te bezien, alvorens ik op deze vraag een antwoord geef. Voorop staat, dat de benoeming van hulpaalmoezeniers niet geschied is met het oog op de tegenwoordige mobilisatie, maar met het oog op een mogelijke oorlogstoestand. Zoodra Nederland in oorlog komt, treden deze hulpaalmoezeniers onmiddelijk in functie. Niet eerder. Maar om dan dadelijk te kunnen optreden is noodig, dat zij tijdens de mobilisatie reeds werden benoemd en dat hun tevens het onderdeel van ons veldleger worde aangewezen, waarbij zij in oorlogstoestand hun arbeid zullen te verrichten hebben. Dat is trouwens dan ook geschied. De 24 hulpaalmoezeniers zijn door de hoofdaalmoezeniers ingedeeld bij de verschillende onderdeden van ons veldleger. Ik vermoed, dat deze indeeling wel in overleg met de Divisie-aalmoezeniers zal hebben plaats gevonden.
Nu is sommigen het getal 24 verbazend groot voorgekomen, maar men vergete niet, dat het werk van almoezeniers, zoodra de oorlogstoestand intreedt, veel uitgebreider en omvangrijker is, dan dat van de veldpredikers. De kerk is bij Rome de uitdeelster der zaligheid en bij deelt deze zaligheid uit door middel van het Sacrament. Buiten het sacrament is er volgens Rome geen zaligheid. Nu kan en mag dit sacrament alleen door de priesters bediend worden, zoodat daardoor de priesters en de zaligheid in een onafscheidelijk verband komen te staan. Geen zaligheid zonder den priester! Nu gaat dat alles heel goed in het gewone leven en ook gedurende deze mobilisatie. De priester of aalmoezenier kan, dan tijdig gewaarschuwd worden en de stervende kan worden bediend. Maar zoodra er oorlogstoestand intreedt, wordt dit alles heel anders. Dan gevoelen duizenden eensklaps behoefte om te biechten en het sacrament der kerk te ontvangen, uit vrees, dat zij anders zonder de genademiddelen der kerk de eeuwigheid zullen moeten binnengaan.
Welk eene ontzaglijke uitbreiding verkrijgt daardoor de geestelijke verzorging der Roomsche militairen. Hoe zal één aalmoezenier, ook al wordt hij daarbij door 6 hulpaalmoezeniers gesteund, al dien arbeid kunnen verrichten. Maar ook op het slagveld en in het lazaret of veldhospitaal is zijn arbeid een geheel andere dan die van den veldprediker. De stervenden, die zijn hulp inroepen, moeten door hem worden bediend, en hoe groot is het aantal, dat aan bekomen verwondingen na eenige uren of dagen overlijdt. Met het oog daarop zal ieder kunnen begrijpen, dat het aantal van 24 voor ons veldleger inderdaad niet te veel is, en dat wanneer het voor ons leger inderdaad een oorlogstoestand zou worden, dit getal op verre niet toereikend zou zijn om al datgene te doen, wat er van hen dan zou worden gevraagd.
Wat nu de bovenstaande vraag betreft, dan ik mededeelen, dat het in de bedoeling van den minister ligt, om ook hulpveldpredikers te benoemen. Hoe groot hun aantal zal zijn, is nog niet positief vastgesteld; welke rang zij zullen bekleeden evenmin; maar afgaande op hetgeen er ten opzichte van de hulpalmoezeniers bepaald is, vermoed ik dat de hulpveldpredikers den rang van kapitein zullen hebben. Of er gedurende de mobilisatie reeds van hunne diensten zal worden gebruik gemaakt, is nog niet zeker. De wenschelijkheid daarvan is wel betoogd, maar of de minister daartoe genegen is, nog onbekend. Vermoedelijk zal de minister bij de benoeming denzelfden kerkelijke maatstaf wel bezigen als bij de benoeming der veldpredikers, zoodat het niet aan twijfel onderhevig is of ook onze Christelijke Gereformeerde kerk zal straks worden uitgenoodigd, een of meerdere hulpveldpredikers aan te wijzen. Ik hoop van heeler harte, dat er zooveel mannen zullen gevonden worden als er door de regeering van ons worden gevraagd, al hoop ik vurig, dat nooit een hunner in werkelijken dienst zal behoeven te treden, want dat zou oorlog voor Nederland beteekenen. Daarvoor beware de Heere ons.

L. (Leiden) J.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1916

De Wekker | 4 Pagina's

Hulpveldpredikers

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1916

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken