Bekijk het origineel

Indrukken en Ervaringen (LXIII)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Indrukken en Ervaringen (LXIII)

5 minuten leestijd

De tram vertrok des morgens 9 uur uit Aardenburg naar Oostburg en daar wij eerst om 2 uur te bed gegaan waren was de nacht niet heel lang geweest. Maar wij hadden dien avond heel gezellig en heel principieel gediscusseerd. Want ik was de gast van een principieel modern predikant. Maar een allerbeminnelijkst mensch, een zelfmademan, die langs een zeer moeilijken en zelf verloochenden weg tot het ambt gekomen was. Wij hebben dien avond een zeer geanimeerd gesprek gehad over de plaats der Modernen in de Ned. Herv. kerk. Ik bemerkte toen duidelijk, dat men destijds in die kringen inderdaad bevreesd was, dat de Synode in zake de belijdenis-kwestie eene principieele uitspraak zou doen en daardoor de moderne predikanten in een zeer moeilijk parket brengen, maar ik het evenzeer begrepen, dat indien de Synode dit had gedaan, zij met de moderne predikanten heusch niet klaar geweest was. Die hadden zich heusch zoo maar niet lalden verdringen. Ik heb nooit geloofd, dat de Synode eene zoodanige uitspraak doen zou en onder deze organisatie is trouwens zulk eene uitspraak niet te verwachten, omdat zij geheel in strijd met die organisatie zijn zou. Zoolang de organisatie van 1816 voortbestaat, kunnen de Modernen in de Ned. Herv. kerk gerust zijn, al werd ook morgen aan den dag Ds. Kromsigt praiscus en Ds. van Grieken scriba van de Haagsche Synode. Wij werdeiet met elkander en het natuurlijk nens. Alleen hierover verwonderde hij zich, dat wij afgescheiden predikanten nog zooveel notitie namen van hetgeen in het vrijzinnige Kamp voorviel Den volgenden morgen deed hij mij uitgeleide on 9 uur vertrok ik in de richting van Oostburg. Op het bataljonsbuteau stelde ik mij even op de hoogte van de legering der troepen langs de kust van West-Zeeuwsch-Vlaanderen en nadat de verschillende detachementen van mijn komst waren verwittigd vertrok ik per fiets naar het Cadzantsche haventje. Een tamelijk lange rit, die weinig resultaat had. 't Was ongeveer half twaalf dat ik er aan kwam en vond daar wat landweer en wat matrozen, maar het aanwezige getal was niet grooter dan een man of 10. Daaronder waren nog eenige katholieken, zoodat het niet mogelijk was eene officieele godsdienstoefening te houden. Ik begon toen met ieder afzonderlijk eens aan te spreken. Met de landweermannen ging dit heel goed. 't Waren geschikte menschen uit de buurt. Zij gingen of te Groede of te Cadzant ter kerk, en waren niet onverschillig voor hunne eeuwige belangen. Maar die matrozen, wat vreeselijke menschen waren dat. Zij hadden eenige jaren in Oost Indië doorgebracht en toen ik vroeg, of zij daar liever waren dan hier, zeide een hunner: „waren wij daar maar kapot gegaan want 't is overal br.....” Ik wees hen er ernstig op dat het sterven niet zoo eenvoudig en onschuldig was als zij het zich voorstelden. „Je kunt het na je dood niet slechter hebben, dan je het nou hebt” beweerde een ander; al die praatjes over hel en hemel waar mijn moeder het ook altijd over heelt is larie.” Zoo zeide ik: „heb je nog een moeder.” Dan is dat zeker een vrome vrouw. En of, zeide hij: zij bidt en leest den geheelen dag en zij is nooit meer in haar schik dan wanneer zij wat van diezelfde soort menschen bij elkaar krijgen kan. Maar ik mot er niks van hoor! zeide hij, ik zeg bah! tegen al dat gekwezel.” Nu heeft een militair maar één zwak en dat is zijn moeder. Als men over zijn moeder gaat praten, krijgt men hem er eindelijk onder, en daar deze ruwe klant, die voor den duivel zeide niet bang te zijn een vrome moeder had kwam ik weer op die moeder terug. Langzaam werd hij toch wat ernstiger en toen ik hem verhaalde van eene andere moeder die eenmaal tegen een goddeloozen zoon gezegd had dat zij eenmaal aan de rechterhand van Jezus zou staan om hem te verdoemen, wanneer hij zoo voortging, keek bij mij vol ontzetting aan. Die pijl had hem geraakt, en vanaf dat oogenblik werd hij anders. Openlijk beleed hij toen dat hij midden in zijne zondige genietingen eenklaps zulk een angst en vreeze voor den dood krijgen kon, dat hem zelfs op de kooi te benauwd werd, en het was mij een wonder dat deze zelfde ruwe en onbeschofte jonge man, ten slotte zeide: „je vindt nergens rust.” Wat zijn die oogenblikken heerlijk om dan van Jezus te spreken, want dan hebben zij zelf het ongenoegzame en bittere van den dienst der zonde beleden, en daardoor zijn zij aanvankelijk geworden voor de blijmare des heils. Wij hebben daar samen heel ernstig gebeden en het klonk mij inderdaad als muziek toen die matrozen mij vroegen of ik nog eens gauw weer kwam, want op die manier wilden zij nog wel eens over den godsdienst spreken. Ik stapte op de fiets en voort-rijdende dacht ik; preeken wij misschien ook te veel en evangeliseeren wij te weinig?

De Veldprediker

Ik mocht 9 Februari te Utrecht optreden en een woord spreken in verband met de tijdsomstandigheden. De collecte voor onze militairen gehouden bracht ƒ 35.— op. Mag ik daarvoor bij dezen nog eens hartelijk dank zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1916

De Wekker | 4 Pagina's

Indrukken en Ervaringen (LXIII)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1916

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken