Bekijk het origineel

Een Geloofsstuk contra een Meestersstuk (XXXIII)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een Geloofsstuk contra een Meestersstuk (XXXIII)

4 minuten leestijd

En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde. Rom. 14:23b.

De Doleerenden hadden in hun apotheek nog een andere pleister om op de gapende wonde te leggen, toen zij door het oprichten van hun tegenkerken het lichaam van Christus of de Kerk der scheiding trapte. Zij beweerden, dat de formatie van kerken naast de bestaande Christ, Geref. Gemeenten niet zoo zéér geschiedde tegenover maar naast deze gemeenten tegenover het Herv. Genootschap
Maar ieder kan toch aanstonds wel begrijpen, dat dit een uitvlucht is. Of is dit „naast” feitelijk toch ook niet een „tegenover”. Wanneer toch waar was, dat de Christelijke Gereformeerde Kerk als wettige openbaring van het lichaam van Christus bestond, eilieve, waar haalden; dan de doleerenden het recht vandaan om tegenkerken te formeeren. Dan was deze handeling niet anders dan een brandmerk plaatsen op de kerk der scheiding, en moest noodzakelijk leiden tot een miskenning van wat door 's-Heeren Woord, Belijdenis en Kerkorde wordt geeïscht. Dat heeft èn de synode te Assen 1888 èn die van Kampen 1889 met groote meerderheid van stemmen uitgesproken. Te Assen stelde de Chr. Geref. Kerk den doleerenden de eisch, geen gemeenten meer te organiseeren, waar reeds een Chr. Geref. gemeente bestond. Op die synode sprak men heldere taal en hield men naar heilige roeping het roer in handen zonder het over te geven aan den doorkundigen stuurman der doleerenden, die 't scheepske der scheiding gaarne in zijn bedding sturen wilde.
Men heeft zich toen nog niet laten blinddoeken door verleidelijke utiliteitsredenen, wanneer van doleerende zijde werd opgemerkt, dat zulke tegenkerken noodig waren om niet enkele leden, maar om duizenden aan het Herv. Genootschap te ontrukken. Juist door het constitueeren van doleerende kerken zoo werd beweerd, zijn er meer in korten tijd aan het Genootschap ontkomen, dan er door de scheiding in jaren tijds gewonnen zijn. 't Kan waar zijn, maar wij zijn het blad der historie nog niet vergeten, dat ons meldde, hoe zelfs gecensureerde weggeloopen of afgesneden leden der Chr. Geref. Kerk in de lidmatenboeken der doleerenden werden ingeschreven hoe rijp en groen uit 't Genootschap werd opgenomen als zij slechts de doleerende kerkeraad als de eenige, heilige kerkeraad ter plaatse wilden erkennen!
Doch al ware deze donkere en onuitwischbare vlek in de organisatie der doleerende kerken niet aan te wijzen dan nog zou men geen recht hebben om in succes en groote omvang de grond van zijn ongereformeerd en onbijbelsch optreden te zoeken. Wat in beginsel in strijd is met Gods Woord en de belijdenis en dus zonde moet heeten. kan niet goedgepraat worden met redenen, aan de nuttigheid der zaak ontleend.
Daarom kan het niet anders of deze tegenkerken waren een verwerping van de kerk der scheiding, een vernietiging van haar standpunt, een waarschuwing te meer wanneer deze groep over vereeniging kwam spreken.
Dat wij hier niet te veel zeggen kan uit tweeerlei blijken. Vooreerst uit 't geen wij lezen in het Tractaat der Reformatie. Daar wordt gesproken hoe te handelen als het tot breuke gekomen is, en dan lezen wij „hieruit vloeit voort of dat ge in de plaats uwer woning een andere kerk vond, die de teekenen der ware kerk niet nagemaakt, maar in het leven vertoont, en dan zou bet uwe roeping zijn de broederen dier kerk te smeeken, dat ze u en uw huis in hun gemeenschap wilden opnemen na openlijke belijdenis van uw geloof. Of wel. dat ge in de plaatse uwer woning zulk een kerk niet vindt en dan zou het op uw weg liggen met even sterk overtuigden als gij op grond van uw gemeenschappelijke belijdenis, de kerke Gods in de plaats uwer woning op te richten.
Deze regelen spreken voor zich zelf. 't Is algemeen erkend hoe de doleerenden in 86 optraden met de pretentie, dat zij de Kerke Gods, die 70 jaren in droeve ballingschap had getoefd, weer tot openbaring brachten.
Maar is dat waar, dan kon in 't licht van deze uitspraak de Chr. Geref. Kerk niet ander zijn dan een secte, een scheurkerk, een dwalende kerk, noem haar zooals ge wilt, alleen, noem haar dan niet de ware kerk, niet het lichaam van Christus naar zijn zichtbare zijde. Maar wij leggen u nog krasse uitspraak voor, waarin onomwonden de Ohr. Geref. kerk door de dooleerenden werd geblameerd en haar adeldom in 't slijk vertreden.

A. (Amsterdam) S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1916

De Wekker | 6 Pagina's

Een Geloofsstuk contra een Meestersstuk (XXXIII)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1916

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken