Bekijk het origineel

Indrukken en Ervaringen (LXIX)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Indrukken en Ervaringen (LXIX)

5 minuten leestijd

Ik ken geen grilliger ding dan onze Nederlandsche grens. Hier springt zij plotseling in, daar buigt zij eensklaps uit, hier snijdt zij een dorp in tweeen, daar scheidt zij de gelagkamer en de woonkamer van een en hetzelfde huis, in twee stukken van verschillende nationaliteit, hier loopt zij dwars door een boomgaard, zoodat de appelen deels op Hollandsch en deels op Belgisch grondgebied groeien, daar is zij oorzaak dat de koeien op Belgisch, de boer zelf op Nederlandsch grondgebied woont. In vredestijd maakt dat niets uit, dan loopen de bewoners van Hollandsch en Belgisch putte over en weer, dan gaan de Nederlandsche kinderen op Belgische zusterscholen, en de Nederlanders drinken hun glaasje bier op Belgisch grondgebied. Ja er zijn zelfs wegen, die door de grenslijn gesneden worden, zoodat het eene wiel van den wagen op Nederlandsch en het andere wiel op Belgisch grondgebied loopt. Dat alles is door dezen oorlog van actueele beteekenis geworden. Want onze grens staat in het allernauwste verband met onze neutraliteit; wordt de grenslijn door vijandelijke troepen opzettelijk overschreden, dan wordt daardoor de neutraliteit geschonden en er ontstaat een conflict. Hoe nauw dit in dezen oorlog genomen werd bleek duidelijk in de eerste dagen van Augustus 1914. De opmarsch der Duitschers in de richting van België was begonnen en een gedeelte van de Duitsche troepen marcheerde over een grensweg, dat is een weg die door de grens gesneden wordt. Onmiddelijk verbreidde zich het gerucht, dat de Duitschers de Nederlandsche neutraliteit geschonden hadden en dat Nederland dat straffeloos had aangezien. Toch was het onjuist, want met eene pijnlijke voorzichtigheid hadden de Duitsche troepen en voertuigen het tot Nederland behoorende gedeelte van den weg ontzien en later hebben de Duitschers een geheel nieuwen weg aangelegd en daarmede bewezen dat er hun alles aan gelegen was de neutraliteit van ons Vaderland te eerbiedigen. Toch spreek ik nog wel eens Belgen, die stokstijf blijven beweren dat onze neutraliteit in het begin van den oorlog door Duitschland geschonden is, en die bewering steunt op geen andere gegevens als op het passeeren van dezen gemeenschappelijken weg. Zoodra de oorlog uitbrak en de Duitsche opmarsch in België begonnen was, werden vooral de zuidelijke grenzen van ons land bezet, want daar dreigde een dubbel gevaar, èn van de Duitsche èn van de Belgische zijde. De Duitschers zouden onze grenzen kunnen overschreden, en de Belgen zouden het kunnen doen. De Duitschers konden in België teruggeslagen worden en gedeelten die van de hoofdmacht waren afgesneden konden uitwijken op Nederlandsch grondgebied, de Belgen konden omsingeld of afgesneden worden, zoodat hun geen anderen uitweg overbleef dan de vlucht te nemen naar Nederland. Met deze beide mogelijkheden moest van stonde aan worden gerekend. De eerste mogelijkheid is tot nog toe geen werkelijkheid geworden. De Duitschers zijn in België wel opgehouden, maar zij zijn niet teruggeslagen en op dit oogenblik is het niet waarschijnlijk dat het ooit geschieden zal. De tweede mogelijkheid werd werkelijkheid tijdens het beleg van Antwerpen, toen een gedeelte van het Antwerpsche bezettingsleger uitweek op Nederlandsch grondgebied. Bij dit uitwijken moesten weer twee mogelijkheden aangenomen worden: dat de uitwijkenden zich vrijwillig overgaven en dat de uitwijkenden weigerden zich over te geven. In het eerste geval leverde het uitwijken niet het minste gevaar op. De troepen legden hunne wapenen af, die tijdelijk werden opgeborgen, terwijl de soldaten en hunne officieren geinterneerd werden. Maar in het tweede geval moesten de uitgewekenen met geweld ontwapend worden, wat heel gemakkelijk tot bloedige botsingen aanleiding had kunnen geven. Gelukkig heeft dit laatste geval zich tot nu toe niet voorgedaan. Zoowel de Belgen als de Engelschen die tijdens het beleg en de overgave van Antwerpen uitweken, legden vrijwillig de wapenen af en werden door onze troepen geinterneerd. Voor vluchtelingen, die niet tot de legers der oorlogvoerenden behoorden, stonden onze grenzen dag en nacht open en heel de wereld weet hoe gastvrij het Nederlandsche volk de Belgische vluchtelingen ontvangen heeft. Langzamerhand veranderde echter de grensbewaking van karakter, omdat onze neutraliteit van gansch andere zijde bedreigd werd. Engeland was tegenover Duitschland zijn uithongeringspolitiek begonnen, d. w. z. het sneed Duitschland zijn noodzakelijk levensonderhoud af. Dat kon het doen, omdat het de macht ter zee bezat en Duitschland als industriestaat niet bij machte was zich zelf te voeden. Het grootste deel van zijn levensonderhoud ontving het uit Amerika, kon Engeland dit beletten, dan moest Duitschland vroeg of laat aan uitputting bezwijken of op de knieën Engeland om den vrede smeeken. Maar deze taktiek mocht Engeland niet toepassen op neutrale Staten als als Nederland, die evenals Duitschland voor hun levensonderhoud van het Buitenland afhankelijk waren. Voor Nederland moest de zee blijven en het moest feitelijk kunnen invoeren zooveel het maar wilde. Ieder onzer weet echter dat dit niet zoo is. Van Engelands standpunt is dit zeer begrijpelijk. Wanneer in Nederland overvloed van alles is en in Duitschland gebrek aan alles, dan heeft dit ten gevolge dat in Nederland de prijzen der verschillende artikelen dezelfde blijven, terwijl in Duitschland de prijzen voor diezelfde artikelen onrustbarend verhoogd worden. Een verder gevolg is dan, dat men trachten zal om van den bij ons aanwezigen voorraad zooveel mogelijk naar Duitschland uit te voeren, teneinde op die manier hooge prijzen en groote winsten te maken. Wel kan een regeering dit voorkomen door een uitvoerverbod op verschillende artikelen te zetten, maar dit weerhoud den uitvoer niet, omdat alsdan de smokkelhandel opkomt.

De Veldprediker

P.S. Ik mocht optreden voor onze gemeente in Broek op Langendijk, die mij een collecte van Brabant meegaf van ƒ 79.—. Verder voor de Gereformeerde Mobilisatie Jengel. Vereeniging in de Nieuwe Kerk te Kampen, bij welke gelegenheid een collecte gehouden werd groot ƒ 58.825, waarvan ƒ 52,825 voor mijn arbeid bestemd werd. Hartelijk dank voor deze ruime bijdragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1916

De Wekker | 6 Pagina's

Indrukken en Ervaringen (LXIX)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1916

De Wekker | 6 Pagina's

PDF Bekijken