Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Reformatie in Engeland (XXVII)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Reformatie in Engeland (XXVII)

4 minuten leestijd

Waar wij aan het einde gekomen zijn van ons overzicht van de bovengenoemde reformatie en daaruit voortgesproten Presbyteriaansche en independentische kerken, willen wij nog even een kijkje nemen in de Episcopale kerk van Engeland, welke toch ook uit de reformatie der zestiende eeuw is voortgekomen, al is ze in hare reformatie helaas halverwege blijven staan.
Toen Hendrik VIII zich stelde aan het hoofd der EngeLsche kerk, werd wel het pausdom verworpen, maar overigens Rome's leer gehandhaafd. Later werd wel door Cranmer de Gereformeerde leer ingevoerd en door het parlement aangenomen, doch de Roomsche ceremoniën en de hierarchie der bisschoppen bleven bestaan. Zoo is dan de Engelsche Staatskerk Gereformeerd in belijdenis en Roomsch in eeredienst. Deze toestand is in de achttiende eeuw niet verbeterd. Het Deïsme, dat toen opkwam, kreeg grooten invloed in deze kerk. De godvreezenden die nog in de kerk waren, verlieten haar al meer en meer en gingen over tot de Presbyterianen, Baptisten of andere dissenters. Vooral het methodisme van Wesley en Whitefield bracht velen buiten de Staatskerk, Voor 't godsdienstig leven, dat in de Staatskerk in doode vormen opging, was deze methodistische beweging zeer nuttig. Onder levendige kleuren schetsten de methodisten de straf der hel en drongen aan op persoonlijke bekeering. Vooral onder de armere volksklassen wekten zij op tot bekeering en verkondigden zij den donder van Sinaï om den zondaar tot verbrijzeling te brengen. Wel ging dit op eene wijze, eenigszins overeenkomend met die, waar. van thans het heilsleger zich bedient, en werd aan den vrijen wil tot bekeering wel wat veel den nadruk gelegd, maar toch bracht het velen af van den dooden. vormendienst der Staatskerk.
Daarbij was het methodisme onkerkelijk, zoodat velen met de Episcopale kerk braken en zich in de reien der methodisten schaarden. De voorname standen: daarentegen trachtten door een vermeerdering van plechtigheden het kerkelijk leven op te wekken. Zoo ontstonden er in de negentiende eeuw twee partijen in de Staatskerk, n.l. de hoogkerkelijke en de laagkerkelijke. De eersten wilden in vermeerdering van ceremonien, de laatsten in krachtiger Evangelieprediking het heil der kerk zoeken.
De eersten waren voorstanders der liturgie, de laatsten der confessie of belijdenis. De hoogkerkelijke partij kreeg al spoedig den naam van ritualistische en haar richting werd Puseyisme genoemd naar Ds. Eduard Pusey gestorven 16 Sept. 1882), die aan het hoofd dezer partij stond. Zij is voor velen in de Staatskerk het middel geweest tot overgang naar Rome, hoewel Pusey zelf dien stap nooit gedaan heeft, zoodat Pius IX eens van hem gezegd heeft: „Pusey heeft de klok geluid om Engeland tot de katholieke kerk te doen ingaan, maar zelf is hij aan de deur blijven staan.”
Onder de leiders der hoogkerkelijken behoorden behalve Pusey, John Keble evenals Pusey professor te Oxford, J. H. Newman, Richard Froude en Arthur Philip Perceval, kapelaan en rector van East Horsley. Sedert 1829 gaven zij geschriften uit, waarin zij betoogden dat er geen wezenlijk verschil was tusschen de Episcopale en Roomsche kerk. Ook gaven zij gezamenlijk een catechismus uit in roomschen geest. Daarna verschenen van tijd tot tijd tractaten van hunne hand met dezelfde romaniseerende strekking. Het eerste tractaat verscheen 9 Sept. 1833, het laatste in 1841. Dit laatste was van de hand van Newman, het verwekte veel beweging in de Anglikaansche kerk.
Geen wonder, want Newman betoogde daarin dat de 39 Artikelen der Belijdenis wel zóó konden worden uitgelegd, dat ze niet tegen de leer der Roomsche kerk streden en dat men ze met een gerust geweten onderteekenen kon en tegelijk aan de leer der transsubstantiatie kon gelooven.
De universiteit van Oxford verklaarde zich tegen deze bewering en evenzoo Dr. Bagot, de bisschop van Oxford, die tot hiertoe den tractarianen gunstig was gezind geweest. Hij schreef aan Newman „dat het negentigste tractaat aanstootelijk was en licht den vrede en de rust der kerk kon storen” en verbood de verdere uitgaaf der tractaten. Ook de andere bisschoppen verboden ze en vele Roomschen hoopten reeds op een uitgang der Pusoyister uit de Staatskerk naar de hunne.
Hun hoop werd niet beschaamd. Vele Episcopalen werden roomsch.

's Gr. ('s-Gravenhage) D. BR

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1916

De Wekker | 4 Pagina's

De Reformatie in Engeland (XXVII)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1916

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken