Bekijk het origineel

Een Geloofsstuk contra een Meestersstuk (LXXXIII)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een Geloofsstuk contra een Meestersstuk (LXXXIII)

4 minuten leestijd

En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde. Rom. 14 : 23b.

Wanneer wij het blad der historie hebben gelezen, gelijk wij dit in 't voorafgaande opsloegen, dan zien wij geen klein verschil tusschen de Geref. Kerk in ons vaderland van voorheen en de vereenigde Geref. Kerken van 1892, Voorheen werd getrouw de wacht bij de belijdenis betrokken en werd veroordeeld al wat niet strikt conform de belijdenis was, maar nu worden afwijkende leeringen toegelaten en prof. K. of Ds. D. kunnen juist het tegenovergestelde leeren van hun collega. Als prof. H. H. Kuyper nog altijd voortgaat in de Heraut om propaganda te maken voor de nieuwe beschouwing inzake wedergeboorte en doop en Paulus een wedergeborene noemt, ook al was hij een vijand van Christus, dan moge prof. L. en Dr. D, het daarmede niet eens zijn, maar de moed om dergelijke leeringen te verbieden en de band aan de belijdenis zwak en ongeschonden te bewaren, heeft de kerk niet. Wat verschilt dan zulk eene verwatering en verachtering tegenover de vastheid van belijden en de trouw aan do confessie, die wij bij onze Dordsche vaderen vinden. Al duidelijker moet ons worden, dat dit beslist eeu unicum in de geschiedenis van de Geref. Kerken in ons vaderland is, dat men een persoonlijke opvatting, in casu van Dr. A. Kuyper, niet op en voor zich zelf heeft laten staan, maar er met eene gefuceerde kracht naar gestreefd heeft deze meening tot leidend beginsel, tot opperheerschappij te brengen. De Doleantie of B.-partij heeft beginselen de kerkpoort binnen gedragen, die niet in onze Gereformeerde belijdenis zijn geformuleerd. Daarvoor heeft zij nacht en dag gestreden en strijdt ze nog, om, ware het mogelijk, allen voor haar beginselen te winnen. Zij kan dit doen vrij en onverlet, wijl de Geref. Kerken ook deze Neo-Geref. beginselen hadden aanvaard, n.1. om aan deze een zelfde bestaansrecht toe te kennen als aan die, welke door de belijdenis worden omschreven. Op 't oogenblik hebben de vereenigde Geref. Kerken als resultaat bij haar 25-jarig jubileum te gedenken hoe er in haar kring zijn twee beginselen, twee stelsels, twee systeemen, die naast elkander om den voorrang strijden, die beide — ra, ra, wat is dat, — even sterk zich op de Geref. belijdenis beroepen en die hun vertegenwoordigers en pleitbezorgers vinden in „de Heraut” en „de Wachter.”
Dit nu noem ik het unicum, dat in de geschiedenis der Geref. Kerk niet is aan te wijzen, dat eene Geref. Kerk een compromis heeft opgesteld, waardoor aan twee beginselen rechtsgeldigheid wordt toegekend. Dat Compromis zijn de Synodale besluiten in zake leergeschillen in 1905. Ik heb nooit kunnen begrijpen, hoe een zekere groep in de Geref. Kerken zich over die besluiten zoo grootelijks beeft kunnen verblijden. Zijn die twee beginselen daardoor gewijzigd? Neen! Zijn ze dan nader tot elkander gebracht? Evenmin. Zijn er dan beslissende uitspraken gedaan? Maar zie, die meer dan oppervlakkig leest, gelooft dit: „Eisch van de Geref. belijdenis zou geweest zijn, dat een directe uitspraak ware gedaan, waardoor één van de twee beginselen niet werd aanvaard! Zoo handelden onze vaderen op de Synode te Dordrecht in zake het supra standpunt; zoo deed de Kerk der Scheiding op haar Synode van 1846 e. a., maar zoo deed de Synode der vereenigde Geref. Kerken van '92 niet. Zij gaf aan hare uitspraken tegelijk zulk eene interpretatie of verklaring, waardoor zij beide beginselen ter wille was.
De oudheid meldt, dat er onder de Romeinen een godheid was, die twee aangezichten had. De Geref. Kerken gelijken wel wat op hem, waar zij naar beide partijen heenzien en beide beginselen ruimte hebben gegeven.
Spurgeon verhaalt ergens, dat hij eens een advertentie las, waarin jassen te koop werden aangeboden, die men van twee zijden kon dragen. Welnu de voormannen in de Geref. kerken hebben in 1905 aan de weefstoel gezeten en wonderlijk — zie wat waardige dingen en vlugge geest vermogen — zij hebben de stof gevonden en kundig verwerkt voor een jas, waarmede de Geref. en Neo-Geref. richting, de man van '34, maar ook die van '86 tevreden is. Ze keeren 't kleedingstuk om naar beider believen en zeggen dan: 't is toch een prachtig jasje en het zit goed in elkaar. Of wilt ge het liever anders gezegd hebben, zeg dan, dat de Geref. kerken twee beginselen, die elkaar uitsluiten, zeggenschap hebben gegeven, inplaats — wat naar eisch der Geref. belijdenis en geleerd door de historie roeping zou zijn geweest — eene definitieve uitspraak te doen.

A. (Amsterdam) S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1917

De Wekker | 4 Pagina's

Een Geloofsstuk contra een Meestersstuk (LXXXIII)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juli 1917

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken