Bekijk het origineel

Vragenbus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vragenbus

4 minuten leestijd

J.C.H. te W. 't Is eigenlijk voor een Christen geene vraag, of hij aan eene wet zich moet onderwerpen, ja dan neen. Moeten we niet den gestelden machten onderdanig zijn?
Alleen wanneer eene wet werd uitgevaardigd, die ons verplichtte ontrouw te worden aan den Heere, dan is gehoorzamen zonde en geldt het woordt des Apostels (Hand. 4:19): „Oordeelt gij of het recht is voor God, ulieden meer te hooren dan God.”
Zoo hebben we ons te onderwerpen aan de bepalingen der distributiewet. Ook indien we er schade door moesten leiden.
Het aantal gevallen van ontduiking dier wet is legio. En geen wonder. We krijgen een proefje van socialistische voorziening, waarin „vader Staat”, koud van hart, voor zijne kinderen zorgt. Hij doet dat zoo goed en zoo kwaad als hij het berekenen kan. Een ideaal-toestand is dit niet. De klachten zijn vele. Maar — en hierop dienen we ook te letten — ieder kind van staat vraagt ook maar weer niet naar hetgeen des anderen is. En dat geeft dikwijls de onderstreeping aan de murmureering.
Ontduiking blijft toch in elk geval zonde. Overigens mogen we, al laat de wet en en hare toepassing veel te wenschen over, dankbaar zijn, dat er eene zoodanige wet is. Ware zij er niet, dan zag het er zeker nog slechter uit.
Bidden we wel voor hen, die de moeilijke taak hebben, om te voorzien in de behoeften van dezen crisistijd ?

B. te 's-Gr. In Markus 1:40—42 wordt ons verhaald de reiniging van een melaatsche. Daarop volgt: En als Hij hem strengelijk verboden had, deed Hij hem terstond van zich gaan, en zeide tot hem: Zie, dat gij niemand iets zegt; maar ga henen en vertoon uzelven den Priester, en offer voor uwe reiniging, hetgeen Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis. Maar hij uitgegaan zijnde, begon vele dingen te verkondigen en dat woord te verbreiden enz. Hoe moeten we over dit gedrag denken? Was het zonde van dien gereinigde?
Da Costa zegt in zijne bijbellezingen: „De Heere kon niet anders dan het verbreiden zijner wonderdadige genezing verbieden, doch dit was een gebod, dat men overtreden kon zonder te zondigen. Jezus vraagt het, maar de Heilige Geest leert den geredde te loven en te danken Dien, die hem gered heeft. Zeker past het den weldoener, te bevelen, dat men van Zijne weldaden zwijge, maar het past den beweldadigde om er van te spreken. De Heere kon het niet verhinderen, toch kon en wilde Hij het zijne er aan doen. Des Heeren mond moest zeggen: zwijg! en des Heeren hart moest tegelijkertijd zeggen: Gij zult niet kunnen zwijgen! Immers behoort niemand te zwijgen van 's Heeren weldadigheden.”
Wij voor ons gelooven niet, dat de melaatsche er goed aan gedaan heeft. Het geeft den indruk, dat hij, om het zoo te zeggen, meer reclame voor den Heere gemaakt heeft, dan Hem in oprechtheid aangehangen en gevolgd. Er is een ijver zonder verstand.
Waarschijnlijk heeft de melaatsche ook verteld van de aanraking (: 41), die den Heere gedurende 7 dagen levitisch onrein maakte, zoodat de Heere zich nu niet in de stad vertoonen kon in het openbaar. Het vertellen kon dus storing brengen in den arbeid des Heeren. We lezen echter, dat zij tot Hem kwamen van alle kanten, ook in de woeste plaatsen.

P. te W. Critiek in afbrekenden zin is gemakkelijk werk. Kunt ge ook beter opbouwen, wat ge afgebroken hebt?

d. H. (den Haag) L.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1918

De Wekker | 4 Pagina's

Vragenbus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1918

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken