Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Generale Synode

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Generale Synode

9 minuten leestijd

In het openbaar biduur voer de Synode trad voor de afgevaardigden ter Synode en de gemeente op als voorganger Ds. J. J. v. d. Schuit, voorzitter der Synode 1918 Z.Eerw. had tot uitgangspunt zijner rode gekozen Jesaja 54 : 10 en sprak over 's Heeren rijkste beloften, een ontrouw Sion gedaan en deed ons daarin beluisteren 1. een lied der vertroosting, 2. een lied der bemoediging, 3. een lied der zaligheid. Met aandacht en stichting werd deze rede gevolgd door een talrijk gehoor. Daar zij D. V. eene plaats zal vinden in „De Wekker” behoeft over haar niet meer gezegd te worden. Met verlangen zien wij haar in druk tegemoet. Na het uitspreken zijner rede droeg Z.Eerw. de werkzaamheden der Synode en geheel het belang der Kerk met hare lichamen in den gebede den Heere op.

Zitting van Dinsdag 22 Juli 1919.

Ds. A. M. Berkhoff, predikant der roepende gemeente, verzoekt der vergadering te zingen het 3e en 4e vers van den Morgenzang. Na het zingen gaat Z.Eerw. voor in gebed en leest daarop Jesaja 26. Een woord van welkom wordt daarna door Z.Eerw. gesproken namens de gemeente Utrecht, met den wensch, dat de Heere de Synode en in haar gansch de Kerk rijkelijk zegene met Zijne genade. Is het voorgelezen hoofdstuk beschamend, het is ook vertroostend. Moge de Kerk, vervuld met verootmoediging (8—18), vertrouwen hebben op den Heere (1—7), dan zal de heerlijkste vertroosting Gods (19) de onze mogen zijn en de Kerk haar levensgeheim kennen (20, 21).
De lastbrieven worden gelezen. Tegenwoordig zijn van de Particuliere Synode van hot Noorden al de primi-afgevaardigden : Ds. L. Baas, Ds. A. H. Hilbers, Ds. M. Koomans, Ds. Joh. v. d. Vegt, Ds. H. Visser, Ds, K. Zuidersma, en de Ouderlingen H. Boertigter, H. J. Brasz, B. Broekstra, H. Hoonhorst, B. Kuipers en J. v. d. Veen; — van de Particuliere Synode van het Midden al de primi-afgevaardigden: Ds. J. D. Barth, Ds. L, H. Beekamp, Ds. A. M. Berkhoff, Ds. J. W. Geels, Ds. G. Molenaar, Ds. J, J. v. d. Schuit en de Ouderlingen L. Kamp, A. Koekoek, A. Prins, R. Ras, G. IJskes, M. O. van Zoelen;— van de Particuliere Synode van het Zuiden de primi-afgevaardigden: Ds, T. A. Bakker, Ds. L. de Bruijne, Ds. J. Jongeleen, Ds, L. H. v. d. Meiden, Ds. R. E. Sluiter, Ds. J. L. de Vries en de Ouderlingen D. J. v. Brummen, W. Korporaal, B. Nederlof, W. Stolk, M. v. d. Zwan. In plaats van den primus K. Holstein is aanwezig zijn secundus D. Woudenberg.
Als prae-adviseurs hebben zitting de Docenten dor Theologische School.
Tot voorzitter dezer Synode wordt gekozen Ds. J. W. Geels; tot assesaor (vicevoorzitter) Ds. R. E. Sluiter; tot scriba Ds. Joh. v. d. Vegt; tot adjunct-scriba Ds. L. de Bruijne; tot quaestor (penningmeester) Ds. T. A. Bakker.
Ds. J. W. Geels aanvaardt het praesidium met een woord van dank voor het vertrouwen in hom blijkbaar gesteld. Z.Eerw. roept de medewerking in der B.B. afgevaardigden en prae adviseurs en dankt voor de wijze, waarop door de gemeente Utrecht de Synode is ontvangen en Ds. Berkhoff voor de wijze van opening. In den gebede draagt Z.Eerw. zich en de geheele vergadering den Heere op.
Voorgelezen wordt de openlijke verklaring van instemming mot de belijdenisschriften der Kerk. Met opstaan betuigen de leden der Synode hunne instemming.
De vergaderingen worden gehouden van 9—5 met eene pauze. Eiken dag maakt de vergadering uit of er nog avondvergadering zal zijn.
De notulen der Synode 1918 worden goedgekeurd.
De Synode besluit eene commissie te benoemen, die een kort verslag samenstelt voor die bladen, welker Redacties zulk een verslag van de Synode vragen. De commissie bestaat uit de B.B. Ds. Beekamp, Ds. Berkhoff en Ds. De Vries. Een uitgebreid verslag voor „de Wekker” zal worden opgesteld door Doc. Lengkeek.
Van de ingekomen stukken geeft de Voorzitter de eerste plaats aan een schrijven van den nestor onzer Kerk Ds. J. Wisse Czn., die als Rodacteur van de Wekker, gezien zijn hoogen leeftijd, de Synode vraagt een persoon aan. te wijzen, op wien de redactie van de Wekker zal kunnen overgaan, indien de arbeid Z.Eerw. zou te zwaar worden. Met waardeering neemt de Synode nota van dit schrijven. Eene commissie wordt benoemd om over deze zaak de Synode van rapport te dienen. Deze commissie bestaat uit do medewerkers aan de Wekker, voer zoover tegenwoordig, en de BB. Ds. K. Zuidersma, Ds. L. H. v. d. Meiden en Oud. B. Nederhof.
Een schrijven is ingekomen van Ds. H, Janssen, thans Legerpredikant in algemeenen dienst, waarin Z.Eerw. ontslag vraagt als Docent aan de Theologische School. De Synode, erkennende de noodzakelijkheid van deze ontslagaanvrage, besluit met dank voor de vele diensten in deze door Z.Eerw. bewezen aan de School, het entslag op de meest eervolle wijze te verleenen.
Ter tafel is een schrijven van Mej. Oosterhuis, rakende de toelage door de commissie voor de kas voor Em Pr. w. en w. ten behoeve van haren echtgenoot Ds. G. Oosterhuis, wiens toestand nog altijd even beklagenswaardig is. Dit schrijven zal worden behandeld bij de zaken der kas voor E. P. P. w. en w.
Doc. P. J. M. de Bruin, secundus van wijlen Oud. G. Renkema Ez., brengt namens de Synodale Commissie verslag harer werkzaamheden uit. Het verslag gedenkt het overlijden van Br. Renkema met weemoed. Eene nieuwe gemeente is gesticht te Aalsmeer; opgeheven is de gemeente te Ommen. Door de S. C. is eene samenspreking gehouden met eene afvaardiging van den Minister van Oorlog met het doel de wijze van geestelijke verzorging nader te bespreken. Van deze bespreking geeft de voorzitter der S. C., Doc. A. v. d. Heyden, verslag.
Breedvoerig wordt door de Synode gesproken over het instituut door den Minister in te stellen. Door de Synode wordt besloten den Minister van Oorlog te berichten dat de Chr. Geref. Kerk accoord gaat met Zijn voornemen tot vorming van bedoeld instituut. (Te zijner tijd zal in „de Wekker” wel uiteengezet worden, wat dit instituut bedoelt). De Synode besluit practisch mode te werken, door aan den Minister — indien verzocht — een groslijst aan te bieden van personen voor dien arbeid geschikt. Deze personen kunnen zoowel predikanten als ontwikkelde gemeenteleden zijn. De Synode verklaart, dat een predikant, in dat instituut benoemd, niet overgaat tot een anderen staat des levens, maar emeritaat behoort aan te vragen. Aan de Syn, Comm. wordt opgedragen de noodige stappen te doen.
Ia de plaats van den overleden Scriba der Synodale Commissie, br. Renkema, wordt door de Synode gekozen Ds. J. J. v. d. Schuit. Tot secundus van Ds. v. d. Schuit wordt benoemd Doc. P. J. M. de Bruin. Tot secundus van Doc. v. d. Heijden, Ds. J. W. Geels.
De samenstelling der Synodale Commissie is nu Doc. A. v. d. Heijden, secundus Ds. J. W. Geels (aftr. 1925); Doc. F. Lengkeek, secundus Ds. R. E. Sluiter (aftr. 1922); Ds. J. J. v. d. Schuit, secundus Dec. P. J. M. de Bruin (aftr. 1928).
Na kennisgeving aan de Hooge Regeering zal door de Synodale Commissie terstond door middel van „de Wekker” kennis geven aan de Kerk van de eventueele stichting van nieuwe gemeenten.
Aan Ds. Wisse wordt het volgende telegram gezonden:

De Chr. Geref. Kerk te Utrecht in Generale Synode vergadert, dankbaar erkennende uwe liefde en arbeid voor de Kerk, betuigt U daarvoor hare dankbaarheid en bidt U bij uw klimmenden leeftijd des Heeren zegen toe.

Aan H. M. de Koningin:

De Synode der Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland, te Utrecht vergaderd, God dankende voor hetgeen Hij in U land en volk tot heden schonk, bidt don Heere, dat Hij U nog tot in lengte van dagen zegene en tot zegen stelle, als de Koning der Koningen U lelde en met Zijne Hoogheid Uwen Gemaal en onze geliefde Prinses U beweldadige met Zijne genade en gunst.

Ds. L, H. Beekamp sluit deze zitting met dankzegging.

Zitting van Dinsdagavend 22 Juli.

Nadat de vergadering gezongen heeft Ps. 119:17 gaat de Voorzitter voorin gebed.
De Voorzitter deelt onder waardeerende woorden mede aan Ds. H. Janssen, dat door do Synode zijn ontslag als Docent aan de Theol. School op de meest eervolle wijze is verleend en bidt hem den zegen des Heeren toe in zijnen bijzonderen arbeid.
Ds. Bakker, secretaris van het curatorium brengt verslag uit over don cursus 1918-1919. De voorzitter zegt Ds. Bakker dank en drukt er zijn leedwezen over uit, dat het de laatste maal is, dat Z.Eerw. als zoodanig hot woord voert.
Ds. Bakker brengt financieel verslag uit van de Theol. School. Enkele vragen naar aanleiding van dit verslag worden beantwoord.
De nadruk wordt nog eens gelogd op de bepaling, dat jaarlijks driemaal voor de Theol. School zal worden gecollecteerd De Pinkstercollecte staat daarbuiten.

Ds. T. A. Bakker wordt benoemd tot penningmeester der Theol. School aan wien na 31 Juli al de collecten moeten worden opgezonden, benevens de liefdegaven. Het adres van den penningmeester is
Daguerrestraat 68, den Haag.

Het honorarium van den Penningmeester wordt bepaald op ƒ 100.—.

Ter sprake wordt gebracht, of de ontslagname van Ds. Janssen als docent, eene benoeming van een 4den Docent niet noodzakelijk maakte. De wenschelijkheid van een vierden docent wordt niet verheeld; de geldmiddelen laten het evenwel niet toe.
Ds. K. Zuidersma brengt verslag uit van de handelingen der Kas Ex Bonis Publicis. Ds. J. Bos Hz. doet hetzelfde betreffende de financiën der Kas E. B. P. In de kas is een nadeelig saldo van een ƒ 30.—. Dat dit tekort zoo klein is ligt hierin, dat een paar predikanten, die uit de kas gestudeerd hebben, een deel van hunne „eereschuld” aan de kerk op die wijze afdeden. De penningmeester spreekt den wensch uit dat al de predikanten, die eenigszins kunnen, dit ten voorbeeld nemen. Met het oog op de vele uitgaven in dezen tijd wordt aangedrongen op verhoogde offervaardigheid.
Ds. J. Bos Hzn. geeft verslag van den financieelen toestand der kas voor Emeriti-Predikanten, Predikants weduwen en weezen. De voorzitter dankt den penningmeester voor zijn accuraten arbeid.
Door Ds. M. Koomans wordt verslag uitgebracht over de werkzaamheden der Deputaten Art 49.
Naar aanleiding eener vraag aangaande zegeling van beroepsbrieven wordt voorgelezen een schrijven van een ontvanger der registratie, waarin het niet noodig wordt geacht dat beroepsbrief en bericht van antwoord gezegeld zouden zijn.
Doc. Lengkeek eindigt met dankzegging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1919

De Wekker | 4 Pagina's

De Generale Synode

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1919

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken