Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afsteken naar de diepte

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Afsteken naar de diepte

9 minuten leestijd

„En als Hij afliet van spreken, zeide Hij tot Simon: steek af naar de diepte, en werp uwe netten uit om te vangen.” Lucas 5:4.

„En Hij ging in één van die schepen, hetwelk van Simon was, en bad hem, dat hij een weinig van het land afstake, en nederzittende, leerde Hij de scharen, uit het schip.”
Een groote schare, stond toen op den oever van het meer van Genésareth, toen Christus van uit het schip tot haar het woord sprak.
En wat Simon ook vermoedde, maar zeker dit niet, dat de komst van Christus, bij hem aan boord, tot zulke heerlijke gevolgen zou leiden. Trouwens meestal zien we dit van achteren, als de Heere door daden spreekt, in en door macht en heerlijkheid zich nader komt te openbaren. Het spreken tot de schare is geëindigd, en nu zegt de Heere tot Simon: „Steek af naar de diepte, en werp uwe netten uit om te vangen.”
Maar daar is bezwaar aan verbonden, en wie weet dit beter dan deze Simon, die een ervaren visscher is.
Als er, naar den mensch gesproken kans is om te vangen, dan eischt dit nachtarbeid. Nu hebben de discipelen den geheelen nacht over gearbeid en niet gevangen, wat zou bet dan geven, om nu met den dag, dit nog eens te beproeven.
De netten zijn schoon gemaakt en alles is gereed, daar hapert het niet aan, maar de visscherservaring zegt, dat het vergeefsche moeite zal zijn, om nu met het daglicht nog eens te beginnen.
Hier komt het op geloofsgehoorzaamheid aan. 't Is maar geen mensch als onzer één, maar het is de „Meester”, het is de Heere, die het tot Simon zegt:
„Steek af naar de diepte"
Had Jezus daar nu bij gezegd: en gij zult vangen, dan had het nog wat anders geweest, maar neen, er wordt eenvoudig tot Simon gezegd: Steek af naar de diepte, en werp uwe netten uit, om te vangen.
Een ander zou daaruit verstaan hebben: Och, Simon, beproeft het nog maar eens, doe uw best nog eens, en vang met nieuwen moed, het werk nog maar eens aan.
Maar Simon denkt er anders over en zegt: op uw woord „Meester” zal ik het net uitwerpen.
Afsteken naar de diepte, dat moeten we zoo menigmaal, en onder zooveel verschillende omstandigheden.
Afsteken naar de diepte, al zijt ge geen visscher, en al bevindt ge u op geen visscherscheepje als dat van Simon.
Simon heeft ook later nog wel eens in een anderen zin naar de diepte moeten afsteken, waarbij de man dan nog wel eens aan het voorgevallene op het meer van Genésareth zal gedacht hebben.
En de uitkomst?
Wat was zij groot en verrassend. Zij besloten een groote menigte visschen.
Hun net scheurde.
Anderen, daar in de nabijheid werden gewenkt. Deze kwamen en zij vulden beide de schepen, die tot zinken toe geladen waren. Dat was geen toeval, ook niet de vrucht van menschelijke kunst of wetenschap, neen, dat was de liefde en de almacht des Heeren, waar zij deze wondervolle vischvangst aan hadden te danken.
Simon is zoo verbaasd over deze bijzonders Godsbeschikking, dat hij aan Jezus knieën nederzinkt, en uitroept: Heere! ga uit van mij, want ik ben een zondig mensch. Jezus antwoordde en zeide tot Simon: Vrees niet, van nu aan zult gij menschen vangen.
Dit alles is van zulk een kracht en uitwerking, dat de schepen aan land zijn gestuurd, en alles verlaten hebbende, zijn ook Jacobus en Johannes, die medegenooten van Simon waren, Jezus gevolgd.
Geloofsbeproeving was het allereerst, het verzoek of bevel van Christus aan Simon, om af te steken naar de diepte, en de netten uit te werpen. Het geloof er afgedacht, zou men zoo zeggen, was hier geen enkel lichtpunt in, dat hoop gaf op een gewenschte uitkomst, niets dan dit ééne: dat het Jezus, de Heere was, die zijn bevelen aan Simon gaf.
En juist dat ééne is genoeg, om van alle menschelijke redeneeringen af te zien, op geen bezwaren te stuiten, maar te gelooven, dat Hij die daar sprak, de Machtige, de Getrouwe en de genadige Ontfermer is, die boven bidden en danken, de Zijnen verassingen bereidt.
Paulus moet naar Jeruzalem, en weet, dat banden en verdrukkingen voor hem aanstaande zijn, maar hoe men ook tracht hem van zijn voornemen af te brengen, en van deze reis te weerhouden,
Paulus steekt af naar de diepte, ook hij weet het, dat dit de wil des Heeren is, maar verklaart daarbij, roemende in de genade Gods, dat hij niet alleen bereid is om gebonden te worden, maar ook om te sterven voor den naam van den Heere Jezus.
Luther moet naar Worms. Dat was ook een afsteken naar de diepte.
Man doet het niet zeiden zijne vrienden, maar de Hervormer overtuigd, dat de Heere hem daar riep, antwoordde: Al waren er zooveel duivels in Worms als pannen op de daken, toch zal Maarten Luther naar Worms gaan.
En al zijn de wegen en leidingen Gods met de zijnen onderscheiden, maar ieder oprecht geloovige, leert daar iets van kennen. Israël moest door de zee en vervolgens door de woestijn naar Kanaän, naar het land, dat van melk en honig vloeide.
De weg naar den hemel is nooit een weg van rozen geweest.
Er staat niet te vergeefs van getuigd, dat de weg nauw en de poort eng is, door welke wij moeten ingaan.
Denk daarbij nu eens aan Christus dienaren, die hier in 't voorbeeld van Simon Petrus, zooveel kunnen leeren.
Ach zoo menigeen is als visscher van menschen wel eens bedroefd en verlegen geweest. Als er veel door ons is geärbeid, en we moeten dan ook zeggen, „niets gevangen”, dan kan wel eens voor de gedachte komen: zou ik maar niet ophouden met dit werk?
Nu moeten we in zulk een geval altijd voorzichtig zijn, want soms houdt de Heere de uitkomsten voor ons verborgen.
Het is ons meer dan eens gebeurd, dat we eerst jaren daarna hoorden, waartoe de Heere ons, als slijk van Zijne heilige vingeren, had willen gebruiken, om verlorenen te redden, zwakken te sterken en bedroefden tot een verkwikker te zijn.
Daar komt nog bij: wij hebben te doen, wat de Heere ons opdraagt en beveelt, en moeten dan de uitkomst aan Hem overlaten en toevertrouwen. „Blind in de toekomst maar willig in 't gebed”, plachten onze oudvaders te zeggen, dan krijgt God de eere van alles, en wij zullen in de vrucht der geloofsgehoorzaamheid deelen.
Juist in en door de beproeving moet openbaar worden, wie en wat we zijn voor den Heere. Geloofsbelijdenis is nog geen geloofsoefening.
Schoone woorden zijn nog geen bewijzen van oprecht geloof. Op Uw woord zeide Simon, zal ik bet net uitwerpen. Dat was een daad, en bij geloofsbeproeving komt het op daden aan.
Vandaar dat zooveel menschen, als de Heere met hen afsteekt naar de diepte, zich zoo ongelukkig gevoelen. Dit heeft mij wel eens doen denken aan kinderen en ook aan volwassenen, die aan het strand in het zeewater loopen.
Dan springt en dan zingt men, en heeft groot vermaak.
Maar daar geraken ze in een kuil, of de zee trekt hen weg naar de diepte, dat er geen grond meer is onder de voeten, dan roept en schreeuwt men, zoo lang men nog kan.
Toen Petrus bij een zekere gelegenheid op de zee rondwandelde, was de man groot, maar daar verliest hij Jezus uit het oog, en trekken de groote en woeste golven zijn aandacht, en Petrus begon te zinken.
Neen, in de diepte kunnen we alleen zijn als Jezus er is, en wij door oprecht geloof Hem vasthouden, „Op Uw woord” zegt Simon, „zal ik het doen, Meester.” En daarbij erkent Simon Jezus als de „Meester”, op Wiens Woord hij zich verlaat.
Een andere man Gods uit de oudheid zegt: op Uw Woord Heere! heb ik gehoopt. Waar of wanneer het Gode behaagt, Zijn volk te doen afsteken naar de diepte, komt het er maar op aan, of we den Heere gelooven op Zijn Woord. Want al ziet ge dan in uw lijden en in al uwe beproevingen de uitkomst niet, en al gaat de berekening daarvan ver boven uw bereik, dan staat het immers desniettemin vast, dat de Heere voor de uitkomst instaat en dat de getrouwe Wachter Israëls niet slaapt noch sluimert, en dat Hij niet begeven noch verlaten zal, hen, die op Hem hopen. Zoo heerlijk was de vrucht van de geloofsgehoorzaamheid van Simon.
Bij het zien van het groote wonder Gods in die buitengewone vangst, en in het bewustzijn zijner eigen onwaardigheid, was Simon zoo verootmoedigd, en zoo gesterkt in zijn geloof, dat hij nu, zoowel als zijne broederen, onvoorwaardelijk Jezus zal kunnen volgen,
Toen later die Simon Petrus in de gevangenis zat, en zwaar gevangen en streng bewaakt werd, om straks wellicht een vreeselijk vonnis over zich te hooren uitspreken, ja toen was Hij ook onder Gods aanbiddelijke voorzienigheid in de diepte geraakt,
Maar de Heere toonde, dat het Hem niet te groot was om Zijn dienaar als uit den muil des leeuws te verlossen. „Uit diepten van ellende, zegt de gewijde dichter, roep ik met mond en hart, tot U die heil kunt zenden, o Heer'! aanschouw mijn smart,”
Wat in tegenspoed en druk, op zich zelf genomen, geen zaak van vreugde maar van droefheid is, werkt een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die daardoor geoefend worden.
Oppervlakkig beschouwd lezen we in ons tekstverband eenvoudig een stukje interessante geschiedenis, zooals de menschen dat noemen, maar dieper doorgedacht zien we meer, want Gods Woord is geestelijk, het is profetisch, het is met één woord, omdat het goddelijk is, onuitputtelijk in rijkdom van inhoud.
Steek af naar de diepte.
Wie zal zeggen geachte lezer of lezeres, hoe vaak het u nog zal gebeuren dat ge in de diepte komt. Weet dan echter wel, dat de Heere met alles de beste bedoelingen heeft. Onder weemoed en smart, heeft menig kind van God het schreiend wel eens uitgejammerd: waarom treft toch mij dit alles, om later met schaamte voor God te erkennen: het is mij goed verdrukt geweest te zijn.
Vergeten we ook niet, dat de myrten in de diepte groeien, en dat de parels niet op het water van de zee drijven, maar op den bodem liggen.
Gods wegen leiden door de diepte naar boven.

Door lijden tot heerlijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 15 October 1920

De Wekker | 4 Pagina's

Afsteken naar de diepte

Bekijk de hele uitgave van Friday 15 October 1920

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken