Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veronderstellen 5

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Veronderstellen 5

7 minuten leestijd

Wanneer het nu raakt de kinderen der geloovigen, het zaad des Verhonds, dan zal natuurlijk eerst de Heilige Schrift moeten geraadpleegd worden. Zij alleen heeft beslissend gezag, haar goddelijke autoriteit staat voor den Gereformeerden belijder onaantastbaar. Wanneer zij nu Gods Woord raadplegen, dan spreekt dat Woord al zeer sober over de kleine kinderen, en noopt ons dus met groote omzichtigheid over dit punt te oordeelen en vooral geen gewaagde conclusies te trekken. Zoeken wij naar Schriftuurlijk materiaal, dan zullen wij wel voor alles terug moeten naar het Oude Testament, waar de verbondsgedachte het breedst is ontwikkeld! Hoe jammer toch, dat men zich niet aan de Heilige Schrift gehouden heeft, want heel de leer der veronderstelde wedergeboorte riekt meer naar de walm van de studeerlamp, waarbij de wijsgeerige denker neerzie, dan dat zij doorademd wordt van de dennegeur der Heilige Schrift. Die zoogenaamde Theologie als wetenschap met haar wijsgeerige bespiegelingen heeft al wat schade aan de oude Gereformeerde Theologie gedaan. In deze wil ik een woord van Prof. Bavinok aanhalen uit „roeping en wedergeboorte,“ waaruit blijkt waar heen bespiegelingen en ideale gedachten ons in theologie al kunnen voeren. Bavinck schrijft: „in het afgetrokkens laat het zich wel hooren, dat alle uitverkorenen reeds voor den doop worden wedergeboren, dat zij zelfs reeds wedergeboren ter wereld komen, ja dat zij wedergeboren worden op hetzelfde oogenblik, waarop zij gegenereerd worden. Vooral op het standpunt van bet oreatianisme zou het zich heel goed laten denken, dat de wedergeboorte plaats had in het oogenblik, dat de ziel werd geschapen en met het lichaam werd vereenigd. Maar ieder weet, dat wij daarmede een terrein der gissingen betreden, waar de H. Schrift ons geheel in den steek laat en waar wij dus ieder oogenblik voor allerlei dwaling bloot staan. Voor den Godgeleerde is evenals voor elk Christen de les behartigens waard, om niet wijs te zijn boven hetgeen men behoort wijs te zijn en niet meer te willen weten dan God in Zijn Woord heeft geopenbaard.“ Dat is een zeer bezadigd woord van Dr. Bavinck, in wien ge altijd nog den zoon der scheiding kunt bespeuren, en die daarom nog te veel practicus is om zich aan gewaagde veronderstellingen te geven. Dit merkt ge aanstonds als ge bijv, uitspraken van Dr. Bavinck leest als deze „de doop moge naar zijn idee de wedergeboorte veronderstellen,“ maar hij laat aanstonds op deze filosophischs uitdrukking de echte nuchtere toon weer hooren, als hij er op volgen laat „deze onderstelling beheerscht het leven niet.“ En dan zegt hij „aan de onderstelling eener wedergeboorte heeft niemand iets.“ Dit werd door Dr. Bavinck geschreven in 1903. En nu kan men mij tegenwerpen en zeggen, dat Dr. Bavinck ook met de besluiten van 1905 is meegegaan, ja men kan mij wijzen op één van zijn laatste werken „Bijbelsche en religieuss psychologie,“ waarin hij toch andere tonen laat hooren, maar daar ben ik niet aansprakelijk voor, ik heb zulks niet uit te zoeken. Wanneer 1905 een zwenking gebracht heeft, dat mogen de broederen aan de andere zijde van den Jordaan zelf uitzoeken en dan kunnen ze tegelijk ook aan Prof. Lindenboom vragen hoe de vork in de steel zit als deze H. G. schreef: Volgens de Schrift en de Belijdenis (ik cursiveer) hebben wij niets te onderstellen, maar te gehoorzamen aan Hem, die uitverkoren en niet uitverkoren kinderen onder het Verbond doet geboren worden en ons gebiedt aan al die kinderen den Doop, het Sacrament Zijner belofte toe te dienen.
Gesteld eens, wij wisten, dat dit of dat kind niet wedergeboren en niet uitverkoren was — zoudt gij het dan doopen. Neen! riepen velen. Maar nu weet ik dat niet en daarom doop ik ze allen en houd ze voor wedergeboren, (ik cursiveer) Welk een averechtsche theologie; welk een meesterachtige wijsheid van den dienstknecht. Maar daarin wordt het subjective standpunt in al zijn verdeeldheid en gevaarlijkheid duidelijk openbaar.” Prof, Lindeboom schreef dit in het jaar 1896, maar natuurlijk gaat het ook voor hem na 1905 moeielijk om te schrijven „wegens de Schrift en de Belijdenis hebben wij niets te onderstellen”, want de Synode der Gereformeerde kerken heeft deze leer als schriftuurlijk aanvaard.
Mij dunkt deze Synode heeft voor Prof. Lindeboom, dien ik als zoon der scheiding nog altijd zeer hoog acht, een pijnlijke herinnering. Hij kon niet dulden dat Dr. A. Kuyper Jr. toenmaals predikant in de Geref. kerk te Makkum thans te Rotterdam geschreven had, dat Paulus wedergeboren en toch een godslasteraar was. Van zelf meende prof. Lindeboom, dat een Gereformeerde (!) Synode zulk een stelling nooit zou goedkeuren en hij schreef zijn bezwaarschrift en vroeg het oordeel des Synode... En deze zoo hoog geroemde Synode 1905 heeft prof. Lindeboom met een kluitje in het riet gestuurd, dat is het ergste nog niet, maar veel erger is, dat de Gereformeerde kerken deze ongereformeerde leer in bescherming hebben genomen. Immers zoo luidt letterlijk de uitspraak dezer Gereformeerde (!) Synode: dat de gewraakte uitdrukking aangaande Paulus niet in de Belijdenis schriften gevonden wordt, doch op zich zelf beschouwd, ook niet in uitdrukkelijken strijd is met de daaruit door prof. Lindeboom aangevoerde uitspraken, zoodat deze zaak op grond van de Belijdenis niet tot beslissing kon worden gebracht. (Op welk een grond moet een gereformeerde belijder dan een uitspraak verwachten, zouden wij hier willen vragen.) 2. dat de Synode derhalve geen instemming kan betuigen met het bezwaarschrift van prof. Lindeboom tegen de uitspraak der prov. Synode van Friesland (dus heel deze Geref. (!) Synode neemt het op voor een leer, waarvan „de Wachter ”schreef: „Is het niet te betreuren, dat een dienaar des Woords (Dr. A Kuyper Jr.) het goed vindt de kerken zóó voor te lichten (Zie Wachter 1904 nr. 46). Ik zou hier willen vragen aan „de Wachter” is het niet veel treuriger, wanneer niet één dienaar des Woords, maar heel de Geref. Synode in 1905 deze leer handhaaft? 3. dat de Synode de betrokken broeders dringend opwekt om elkander in liefde te dragen, (Natuurlijk dat is nog het wijste om zoo'n kwakzalvers middeltje toe te passen). 4. dat de Synode den wensch uitspreekt, dat ieder zich in zulke teedere en onzekere zaken met alle voorzichtigheid en bescheidenheid uitlate.” (Een vrome wensch is altijd aardig, maar in dit geval een Gereformeerde (!) Synode onwaardig”). En dan komt het allermooiste nog en ge leest, „deze conclusiën werden met, algemeene stemmen, op één na, aangenomen.
Deze zelfde Synode, die het voor deze ongereformeerde leer opneemt, heeft ook de leer der veronderstelde wedergeboorte geijkt. Wie zou het anders verwacht hebben. Maar voor ieder, die hier kan nadenken, komt nu toch deze hoog geroemde Synode der Gereformeerde kerken uit de jare 1905 in een bedenkelijk licht. Waarlijk op grond van de Heilige Schrift en de Belijdenis is het voor de Christelijke Gereformeerde kerk niet zoo vaag, als voor de Gereformeerde kerken, die een ingrijpende leerkwestie niet tot beslissing kunnen brengen en de schoone leer van het genade verbond in veronderstellingen laten verdampen. Wij geven dus nu het woord aan de Heilige Schrift.
Apeldoorn
​J.J. van der Schuit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1921

De Wekker | 4 Pagina's

Veronderstellen 5

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1921

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken