Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een historische onjuistheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een historische onjuistheid

8 minuten leestijd

Wij mogen ons tegenwoordig verheugen in een nieuw weekblad „de Reformatie”, dat gewijd is aan de ontwikkeling van het Gereformeerd leven. Het heeft een schitterende rij van medewerkers en de redactie is toevertrouwd aan een viertal heeren, die allen Dr. voor hun naam mogen schrijven. Onder dezen behoort ook de weleerwaarde zeergeleerde Heer Dr. v. Hepp, Gereformeerd predikant te Watergraafsmeer, een man van zessen klaar, die vooral in de psycho-pathologie bijzonder thuis is, en schrijft over den persoon van Ds. Wisse „ik word gedurig versterkt in mijn meening dat we hier te doen hebben met een psycho pathologisch verschijnsel. Laten wij meer voor Ds. Wisse bidden dan over hem spreken of schrijven.” Dat is toch een kraan, die Dr. v. Hepp en Prof. Dr. L. Bouman weet zeker niet hoeveel talenten, daar in dien man als psychiater schitteren. Immers iemand, die uit persindrukken en van hooren zeggen opeens in staat is om tot een psychische diagnose te komen, is werkelijk geen alledaagsche figuur. Ik kan hem natuurlijk in deze hooge vlucht niet volgen, maar wanneer hij in die hooge regionen even goed thuis is als op den vlakken grond der kerkgeschiedenis, dan mogen wij toch wel grootelijks voorzichtig zijn met de adviezen van dezen talentvollen psychiater.
In de Reformatie van 11 Maart j.l. wordt door Dr. v. Hepp een stukje aangehaald uit „de Gereformeerde Kerk”, het blad van de oonfessioneele richting in de Hervormde Kerk. In het laatstgenoemd blad is aan Ds. Lingbeek de vragenbus toevertrouwd, die daarin iemand had te woord gestaan aangaande de leer der veronderstelde wedergeboorte. Nu wordt Ds. Lingbeek door Dr. v. Hepp de les gelezen Als Ds. Lingbeek schreef, dat de Christelijke Gereformeerde Kerk uit reactie tegen deze leer der veronderstelde wedergeboorte een eigen positie heeft ingenomen dan weet hij er niets van en de leermeester Dr. v. Hepp zal hem dit even laten voelen en schrijft. „Eindelijk is het een historische onjuistheid, dat de Chr. Geref. Kerk eigenlijk uit reactie tegen de leer der veronderstelde wedergeboorte in het leven is geroepen. Ds. L. gelieve kennis te nemen van de literatuur uit die dagen.”
Nu heeft Ds. Lingbeek onze verdediging niet noodig, maar wijl hier een totale historische onjuistheid dreigt, wil ik dit even recht zetten. Welke literatuur Dr. v. Hepp bedoelt is mij onbekend, maar dit doet hier ook niets ter zake. Bij historisch onderzoek gelden alleen de officieele bescheiden. Op de Synode der Christelijke Gereformeerde Kerk van 1892 te Amsterdam gehouden van 7 — 17 Juni was er een bezwaarschrift ingediend van de Weleerw. Heeren Ds. T.P.L.C. van Lingen en Ds. G. Wisse terwijl instemming met dit bezwaarschrift hadden betuigd ruim een 700 leden der Chr. Geref. Kerk, waaronder ook nog een tweetal predikanten Ds. Jonkman te Noordeloos en Ds. Wessels te Zierikzee.
Wie daarvan meer weten wil, leze de acta dezer Synode na, dan heeft hij althaas de officieele stukken voor zich, en als Dr. v. Hepp dit gedaan had zou hij nimmer de meening hebben kunnen voeden, dat de actie der Chr. Geref. Kerk tegen de leer der veronderstelde wedergeboorte eerst van lateren datum was. Letterlijk toch lezen wij in bovengenoemd bezwaarschrift als punt 5: „En eindelijk is het ons een overwegend bezwaar voor Gereformeerd te erkennen wat door voorgangeren der Doleerde Kerken in den laatsten tijd in het publiek is uitgesproken en geleerd omtrent de wedergeboorte en den Heiligen doop.
Mij dunkt, dat hier overtuigend blijkt hoe de Chr. Geref. Kerk reeds in 1892 op haar post is geweest, de wacht bij de Gereformeerde belijdenis heeft betrokken en haar voortbestaan (niet haar ontstaan) wel terdege uit reactie tegen deze leer is te verklaren! Dit weg te willen doezelen is een vervalschen der historie. En nu wil ik nog niet aannemen dat dit door Dr. v. Hepp expresselijk is geschied, maar ik zou hier aan Dr. v. Hepp willen vragen of er soms psychische infectie aanwezig kan zijn door een al te eenzijdige ontwikkeling? De literatuur, die Dr. v. Hepp heeft onderzocht, zal hem wellicht parten geepeeld hebben, en dan verklaart zich zulk een al te eenzijdige kijk op den gang van zaken.
Het antwoord, dat de Synode gaf op het bezwaar tegen de leer der veronderstelde wedergeboorte is merkwaardig. Het luidde: „de Synode oordeelt, aangezien de vereeniging geschiedt op grondslag van eenheid in de Geref. belijdenis en kerkenorde, dat bezwaren tegen gevoelens betrekkelijk het een of ander stuk der leer steeds op bevoegde kerkelijke vergaderingen gebracht kunnen worden om aldaar te worden beoordeeld”.
N.B. op grondslag van eenheid(?) in de Geref. belijdenis. Ik heb nooit kunnen begrijpen hoe een Geref. Synode onder biddend opzien tot God en voor de vierschaar der waarheid deze eenheid(!) tot grondslag heeft kunnen en durven leggen. De onomkoopbare stem der historie heeft dit gelogenstraft. Wij hadden gewaarschuwd, dat de leer der veronderstelde wedergeboorte ongereformeerd was en een onwaarheid was, om van eenheid in de Geref. belijdenis te spreken. En zie, de historie heeft ons gerechtvaardigd. Kort nà 1892 schreef Prof. Lindeboom al, dat hij een verschil in belijdenis erkende, en niet minder dan 42 ambtsdragers in de Geref. Kerken hebben in hun 5 stellingen aangetoond dat wat de B. of Neo-Calvinistische richting inzake veronderstelde wedergeboorte voorstond in strijd met de Geref. belijdenis was. Tot 1905 heeft men in de Geref. Kerken gezocht naar een vlag, die deze eenheid moest dekken, en de vlag in 1905 geheschen is zoo kleurloos, dat wijlen Ds. Bos, de redacteur van de Wachter, schreef, men moet er de Synode niet al te lastig over vallen, als zij in haar conclusiën over de leergeschillen wat vaag en wat algemeen was in haar uitdrukkingen.
Nog altijd staan wij onverzwakt op het standpunt van 1892 en gaapt er tusschen de Christ. Geref, kerk en de Gereformeerde kerken een verschil in belijdenis, wijl de Chr. Geref. kerk met vage en algemeene uitdrukkingen inzake leergeschillen niet tevreden kan zijn, omdat voor haar de band aan de Geref. belijdenis te heilig is. De Christ. Geref. kerk kan nimmer aanvaarden de uitspraak der Synode van de Geref. kerken in 1905, dat het echter minder juist is te zeggen, dat de doop aan de kinderen der geloovige bediend wordt op grond van hun onderstelde wedergeboorte. Eerst wanneer deze uitspraak zou luiden dat deze leer in strijd is met de Geref. belijdenis zouden wij den weg der eenheid kunnen vinden. De Christ, Geref. kerk constateert het verschil in belijdenis, wanneer de Geref. kerken leeren, dat het: „in Christus geheiligd” in den inwendigen geestelijken zin moet verklaard worden en het een inwendige heiligheid en vernieuwing des harten beduidt. Als de uitspraak der Synode luidt „dat wegens de belijdenis onzer kerken het zaad des verbonds krachtens de beloften Gods te houden is voor wedergeboren en in Christus geheiligd” dan is het voor ieder duidelijk, „dat hier wedergeboren en in Christus geheiligd” eensluidend gebruikt wordt. En werdt nu niet naar luid van deze Synodale uitspraak de wedergeboorte de grond voor den doop als het formulier zegt in Christus geheiligd en daarom als lidmaten van zijn gemeente behooren gedoopt te wezen?
Waarlijk wie dit besluit der Synode van 1905 goed leest en maar niet met een losse uitdrukking komt aandragen, vindt dat Ds. Lingbeek in het weekblad „de Gereformeerde Kerk” nog wel aardig den spijker op den kop sloeg als hij schreef „met die leer der onderstelde wedergeboorte wordt dit bedoeld, dat de aanhangers dier leer de kleine kinderen der gemeente doopen op grond van de onderstelling, dat die kinderen zijn wedergeboren.”
Wellicht dat nu Dr. v. Hepp een anderen en beteren kijk krijgt op den gang van zaken en op de rechtspositie der Chr. Ceref. kerk.
Tevens kan dit stukje als antwoord dienen op wat het Leidsch Kerkblad van 25 Maart schreef „dat maar niet kon begrijpen dat wij beweerd hadden „'t is maar geen krantengeschrijf maar een verschil in belijdenis.”
Apeldoorn
J.J. van der Schuit


P.S. Mij worden uit verschillende streken van ons land kerkelijke bladen toegezonden, nu eens door de redactie, dan weer door particulieren, Ik neem daar altijd dankbaar nota van al kan ik natuurlijk niet op alles ingaan. Wat bijv. nu weer door den heer H. Asscheman in het Gereformeerd Kerkblad van Bunschoten en Spakenburg wordt geschreven is zoo snugger, dat het maar goed is, dat aan dezen heer tijdelijk de redactie van dat kerkblad is toevertrouwd. Deze heer schrijft dat hij niet gelooft, dat de Gereformeerden de kinderen in de wieg als wedergeboren beschouwen. Kijk zoo schrijft hij, als dat Gereformeerde leer is dan ben ik er volstrekt niet mee vereenigd en wil ik me als lid der Geref. Kerk laten schrappen.”
Hoe kan een redacteur van een kerkelijk blad zoo onnoozel schrijven!!
Apeldoorn
J.J. van der Schuit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 15 April 1921

De Wekker | 4 Pagina's

Een historische onjuistheid

Bekijk de hele uitgave van Friday 15 April 1921

De Wekker | 4 Pagina's

PDF Bekijken